Voor zwarten is het restaurant altijd volgeboekt

Na zijn vrijlating, vandaag 25 jaar geleden, was Kaapstad de eerste stop van Nelson Mandela. Hoe kan het dat die stad nog steeds geplaagd wordt door schijnbaar onuitroeibaar racisme?

Per-Anders Pettersson/HH

Toen de vader van Tumi Mpofu onlangs een reservering voor haar familie wilde maken in het restaurant van het vooraanstaande hotel Twelve Apostles in Kaapstad, kreeg hij te horen dat het was volgeboekt. Mpofu vertrouwde het niet en vroeg haar witte vriendin het nog eens te proberen. Zes mensen, zelfde dag, zelfde tijd: geen probleem, zei dezelfde receptioniste nu. „Eenmaal aangekomen kregen we opnieuw te horen dat het restaurant vol was. Toen ik vervolgens weer mijn witte vriendin liet bellen, veranderde onmiddellijk de toon en kwamen de excuses”, vertelt Mpofu. „Dat was nog het ergste: de stem van zes volwassen welbespraakte mensen werd niet gehoord. We hadden een witte stem nodig om onze wens te legitimeren.” Het management bood de zwarte familie een tafel aan in een ‘exclusieve kamer’ op een andere verdieping van het restaurant. „Waar niemand ons kon zien.” Ze weigerde.

Was dit racisme? Of een misverstand, een „human error”, zoals het hotel claimt? Het incident maakte de vraag trending wat loos is met deze stad op de meest zuidwestelijke punt van het continent na een reeks andere gebeurtenissen die stinken naar racisme. Een blank fotomodel dat vanaf het balkon van een nachtclub op het hoofd plast van een zwarte taxichauffeur en weigert daar achteraf zijn excuses voor aan te bieden. Een witte zwemcoach die een zwarte schoonmaakster in zijn buurt achtervolgt en klappen geeft omdat hij meent dat ze een prostituee is. Een blanke tandarts die in dezelfde loofrijke buitenwijk een rennende tuinman uit Malawi, laat voor zijn werk, klem rijdt en toetakelt met een stok omdat hij hem verdenkt van autodiefstal. En dan zijn er nog vijf witte jongens die een 52 jaar oude moeder van zes kinderen op straat in elkaar slaan. Zo maar. Allemaal gebeurd in de laatste weken van het oude jaar.

Dit is de stad waar Nelson Mandela, – Winnie aan de linkerhand, de rechtervuist gebald – na 27 jaar gevangenschap de vrijheid tegemoet liep. Hier hield hij op 11 februari 1990 zijn eerste toespraak. „Ik groet Kaapstad in het bijzonder, de stad die drie decennia mijn thuis was”, sprak hij vanaf het balkon op de Grote Parade. „Jullie massademonstraties en andere vormen van strijd waren een bron van kracht voor alle politieke gevangenen.”

Dit is niet de enige stad in het land waar racisme voorkomt. Van de blanken in Zuid-Afrika gelooft 47 procent dat apartheid geen misdaad was tegen de menselijkheid, peilde de SA Reconciliation Barometer afgelopen december. Volgens dat onderzoek blijkt dat 86 procent van alle Zuid-Afrikanen vindt van wel, tien procent meer dan tien jaar geleden. En toch: wat is er mis met Kaapstad? Natuurlijk, de geografie van de oudste stad in dit land is een aanklacht die geen bezoeker kan negeren. De Tafelberg scheidt twintig jaar na de val van apartheid nog de krotten in de Kaapse vlakten van de keurige wijken aan de andere kant, met stranden vol spierwitte toeristen die zich laven aan het azuurblauw van twee oceanen en wereldberoemde wijnen. Toch liet een studie van het officiële statistiekbureau StatsSA in 2011 zien dat de mate waarin zwart en blank van elkaar gescheiden zijn in Kaapstad „tamelijk vergelijkbaar” is met Johannesburg. Ook Johannesburg is nog altijd geografisch verdeeld door apartheid. De arme zwarte in het zuiden, de rijke blanke in het noorden.

„De stemming is volledig anders hier. De officiële lijn is: apartheid is voorbij en we praten er niet meer over. Maar de spanning is overal voelbaar”, zegt Martina Philcox, de blanke die haar zwarte vriendin te hulp bij het boeken van een tafel in de Twelve Apostles. Philcox is Duits, trouwde met een Zuid-Afrikaan en adopteerde drie zwarte kinderen.

Het strand bij Camps Bay in Kaapstad. De dure buurt was tijdens de apartheid voorbehouden aan blanken.

Nachtclubs die werken met quota’s: zwarten weigeren mag niet meer, maar te veel jaagt de blanke clientèle weg. Huisbazen die weigeren te verhuren aan niet-blanken. Het bewijs is nooit glashard, maar aan anekdotes geen gebrek. Tumi Mpofu somt haar ervaringen op: „Mensen die vragen of je verdwaald bent als je een restaurant binnen loopt met alleen witte gasten. Of ze laten je aan de bar zitten terwijl witte gasten die net binnenkomen wel een tafel krijgen. Of je krijgt uitzonderlijke goede service als je met witte vrienden gaat eten maar hebt een totaal andere ervaring als je alleen met zwarten gaat.”

In Kaapstad wonen bijna twee keer zoveel zwarten (34 procent) als blanken (19 procent), volgens de laatste volkstelling in 2007. Het is de enige grote stad waar zwarten niet in de meerderheid zijn, maar kleurlingen (44 procent). De zwarte middenklasse in Kaapstad laat op zich wachten. Bij gebrek aan grote industrie is de stad vooral (maar niet alleen) trekpleister van ongeschoolde plattelanders uit de Oost-Kaap. Hoog opgeleide zwarte Zuid-Afrikanen vertrekken liever naar Johannesburg. De West-Kaap is de enige provincie die niet bestuurd wordt door het ANC van Mandela maar door de Democratische Alliantie onder leiding van de blanke premier Helen Zille. Toen de regeringspartij begin januari haar 103de verjaardag vierde in het voetbalstadion van Kaapstad ontplofte Twitter onder de hashtag #ANCCTinvasion. Alsof de partij in deze stad een ongewenste bezoeker is. Cartoonist Dr. Jack tekende twee blanke heren op het strand die zich afvroegen wat er die dag toch zo anders voelde in de stad, terwijl achter hun rug de Tafelberg veranderde in het bultige hoofd van president Zuma.

Kaapstad werd in 1652 gesticht door een kosmopolitisch gezelschap van Hollanders, Duitsers, Fransen en Scandinaviërs die al snel (meestal islamitische) slaven importeerden uit Maleisië, Indonesië, Madagascar, Mozambique. Toen de Nasionale Party in 1948 aan de macht kwam werd aan die smeltkroes radicaal een einde gemaakt met de vernietiging van de multiculturele wijk District Six. Op die kale plek aan de uitlopers van de Tafelberg zijn in de afgelopen tien jaar weer nieuwe appartementen verschenen. Op de wekelijkse eet- en drinkmarkt bij Old Bisket Mill in de wijk Woodstock en andere hippe plekken komen zwart en blank elkaar steeds vaker tegen. Scholen verschieten van kleur, een nieuwe generatie dient zich aan. „Kaapstad staat niet stil. Steeds meer zwarten trekken naar hier. Terwijl je vroeger in de zomer vooral Afrikaners uit andere provincies op bezoek kreeg,komt nu de zwarte middenklasse naar de Kaap voor vakantie. Dan neemt ook het aantal incidenten toe”, zegt de Kaapse columnist Judith February. Ze zit ook in de raad van bestuur van een bedrijf dat moeite heeft om zwarte Zuid-Afrikanen naar Kaapstad te lokken. „Het is ook de perceptie van de stad waar we mee worstelen. ‘Met wie zal ik dan vrienden maken, waar stuur ik mijn kind naar school?’ Dat soort vragen krijgen we.” Vijfentwintig jaar na de vrijlating van Mandela zijn alle plooien nog lang niet gladgestreken. Martina Phillcox waarschuwt: dat is niet enkel een Kaaps probleem. „Het gebeurt ook in Bloemfontein of waar dan ook.” Columnist Judith February: „We zijn er tenminste over in gesprek. Dat is ook vooruitgang.”