Trots als sterkste wapen

Schaatser

Hij won alles wat er te winnen is. Shani Davis legde de lat altijd hoog. „Zo hoog dat ik dat niveau zelf niet meer haal.”

„Ik heb het nooit gedaan voor de glitter en glamour. Ik wil een gewone jongen zijn”, zegt Shani Davis. Foto Soenar Chamid

Shani Davis, uit Chicago, is inmiddels 32 jaar oud. Afgelopen weekeinde was het tien jaar geleden dat hij zijn eerste grote titel won, het WK allround in Moskou. Sindsdien won hij tweemaal olympisch goud, tien wereldtitels, 58 individuele World Cups – en reed negen wereldrecords. Met zijn landgenoot Eric Heiden is hij de enige schaatser die wereldkampioen allround én sprint werd. En passant is Davis al jaren leider van de Adelskalender, de eeuwige wereldranglijst van persoonlijke records.

Maar geen spoor van zelfgenoegzaamheid. Wel trots. „Ik heb me nooit gerealiseerd hoe goed ik was”, zegt hij aan de vooravond van de WK afstanden. „Ik was alleen bezig nog beter te worden. Nu pas besef ik wat voor bijzondere schaatser ik was. Hoe hoog ik de lat heb gelegd.” En Lachend: „Zo hoog dat ik dat niveau zelf niet meer haal.”

Maar het zit hem dwars. Maar opgeven? Nooit. „Het is heel frustrerend dat het niet meer lukt. Achtste worden is balen, maar het hoort bij sport. Ik moet realistisch zijn, ik word ouder. Maar ik blijf proberen de beste te zijn. Ik weet hoe het ooit was, Ik ben niet meer zo snel, maar ik heb nog steeds dat eergevoel. Ik kan nog steeds het podium halen, zelfs winnen. Ik heb dit seizoen nog niet het beste laten zien. That’s life, man. Ups and downs.

Met zijn trots als sterkste wapen. Op ongeëvenaarde wijze heerste Davis op de middenafstanden, de 1.000 en 1.500 meter. Met wereldrecords die na vijf jaar steeds magischer aandoen: 1.06,42 op de kilometer, 1.41,04 op de schaatsmijl. Zonder steun van zijn bond, meestal in zijn uppie trainend. „Dat is het meest bijzondere: ik deed het zonder allerlei superteams om mee heen, zonder wetenschappers of specialisten. Ik hou van schaatsen, van competitie. En ik heb dat enorme eergevoel. Ik vond het juist geweldig om als underdog grote ploegen als TVM te verslaan.”

Maar ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst lukte het Davis nooit het Amerikaanse publiek te winnen voor het schaatsen. „Niemand geeft iets om schaatsen. Alleen vijf minuten tijdens de Spelen. Het probleem is dat we zoveel grote sporten hebben, met basketbal, honkbal, ijshockey, American football, golf. De Amerikaanse aandachtsspanne is maar heel kort.”

Maar ook de bond, US Speedskating hielp niet mee. „Chad Hedrick en ik brachten het Amerikaanse schaatsen tien jaar geleden naar de wereldtop, maar er veranderde niets. Ze kijken niet naar de toekomst. Het enige doel is olympische medailles. In plaats van de sport te ontwikkelen steken ze geld in één schaatser.”

Davis leed er zelf niet onder. „Het heeft mij nooit beïnvloed. Ik schaats sinds mijn zesde, ik hou van simpele dingen, zo hard mogelijk proberen te schaatsen. Ik heb het nooit gedaan voor de glitter en glamour. Ik wil een gewone jongen zijn.”

Maar in de herfst van zijn loopbaan staat het Amerikaanse schaatsen er bij de mannen inmiddels beroerd voor. Brian Hansen, Jonathan Kuck, Trevor MarsicanoTucker Fredricks: alsof ze een jaar na Sotsji in een zwart gat zijn opgelost. Geldgebrek. Ook Davis kon na de teleurstelling van Sotsji geen sponsor meer vinden, voor het eerst. „Zo werkt dat in Amerika: eens in de vier jaar.” Jarenlang was het geen probleem, Davis had Nederlandse sponsors, zoals DSB. „Ik ben dankbaar dat ik die heb gehad op belangrijke momenten. Nu betaal ik alles zelf.”

Hij kan het wel even uitzingen, maar er is een grens. „Ik denk nog niet aan stoppen, todat het te veel gaat kosten. Ik laat mezelf niet doodbloeden. Ik kan makkelijk stoppen, ook al hou ik van deze sport. Ik heb alles bereikt wat ik wilde. Maar ik vecht nog steeds elke dag. Tegenslagen hebben me sterk gemaakt. Vanaf het moment dat ik ging schaatsen had ik zorgen over normale dingen.”

Pas na volgend seizoen wil Davis beslissen of hij doorgaat tot de Spelen van Pyeongchang (2018). „Ik heb gouden medailles gewonnen, wereldrecords gereden, wereldtitels gehaald. Ik heb niet het gevoel dat ik heb gekregen wat ik had kunnen krijgen als de situatie juist was geweest. Een deel van mij wil doorgaan, een ander deel wordt moe van de hoop dat alles eens in de vier jaar op zijn pootjes terecht komt. Ik zou graag andere dingen doen: leren koken, dat is een passie. Chef-kok worden lijkt me geweldig. Of mijn kennis overbrengen op jonge schaatsers. En minder afhankelijk zijn van mijn resultaten op de Spelen.”

Daarom was Sotsji zo’n enorme teleurstelling. Het is precies een jaar geleden, en Davis wordt opnieuw razend. Alle Amerikanen presteerden onder de maat omdat de schaatspakken volgens hem niet deugden. „Ik ben nog steeds ontsteld. Maar ik kan er niets aan veranderen, dus ik moet stoppen met janken.”

Toch is Davis nog steeds op zoek naar antwoorden. „Het is belachelijk dat wij de ene week een wereldbeker winnen, en even later achtste worden op de Spelen. Mijn Spelen werden verpest. Ik zou mijn derde gouden medaille gaan winnen op de 1.000 meter. Niemand heeft ooit op drie achtereenvolgende Spelen hetzelfde onderdeel gewonnen.”

Davis had alles mee om zich in eigen land onsterfelijk te maken. Skiester Lindsey Vonn was geblesseerd, snowboarder Shaun White viel tegen, shorttracker Apolo Ohno was gestopt. „Ik had alle aandacht van de Amerikanen, ik had commercials met McDonald’s en AT&T, alles. Het was mijn gouden moment. Als ik in Sotsji goud had gewonnen had dat mijn leven significant veranderd.”

Nieuwe sponsors, bijvoorbeeld. Maar Stefan Groothuis won, Davis werd achtste op bijna driekwart seconde. „En het was niet mijn fout. Ik was fit, ik was klaar, ik was niet nerveus. Ik voelde me beter dan in Vancouver. Ik opende sneller dan bij mijn wereldrecord, en dan kan ik niet twee snelle rondjes rijden? Crap. Maar de medailles zijn weg, het is geschiedenis. En het lag buiten mijn macht. Ik zal het mijn graf in moeten nemen. It pisses me off.”

Toch trok hij een week later zijn schaatsen weer aan. „Nee, ik heb niet overwogen te stoppen. Ik ben geen wegloper, ik ben een vechter. Als ik stop, gebeurt dat op mijn voorwaarden. Niet omdat ik onderweg in een kuil rijd. Andere mensen hebben veel meer tegenslagen gehad dan dit.”