‘Theater is duurloop, film een sprint’

‘Zurich’ van Sacha Polak, met zangeres Wende Snijders in de hoofdrol, is te zien op de Berlinale. „Ik weet niet precies waarom ik zo’n zware film wilde maken.”

Voor beiden is Berlijn geen onbekend terrein. Regisseur Sacha Polak was drie jaar geleden al op het filmfestival van Berlijn met haar eerste speelfilm Hemel, waarvoor ze de prijs kreeg van de filmkritiek. Dit jaar is ze opnieuw uitgenodigd met haar tweede speelfilm, Zurich. Daarin speelt zangeres Wende Snijders, die een van haar platen opnam in Berlijn, de hoofdrol; haar eerste filmoptreden.

Snijders speelt Nina, een vrouw die op de vlucht is geslagen voor haar verdriet. Pas gaandeweg de film wordt duidelijk waarom de vrouw rouwt – eerst zijn de gevolgen te zien, pas daarna de oorzaken, in een fragmentarisch, niet-chronologisch verteld verhaal.

Sacha Polak deed een grote gok door voor een hoofdrolspeler te kiezen die nog niet eerder in een film had gespeeld. Polak: „De scenarioschrijfster, Helena van der Meulen, kwam met de suggestie om Wende te benaderen. Ik kende haar niet zo goed. Ik ben veel beeldmateriaal gaan bekijken; televisieprogramma’s en een documentaire die ooit over haar is gemaakt. Het is altijd moeilijk om precies uit te leggen waarom iemand boeiend is om naar te kijken, maar Wende vond ik interessant: iemand die alle kanten op kan schieten, heel grillig. Ze was aanvankelijk helemaal niet zo happig om in een film te spelen, maar uiteindelijk zegde ze toe.”

Hoe weet je dat het zal lukken, als iemand helemaal geen filmervaring heeft?

Sacha Polak: „Dat weet je niet. Ik heb een auditie met haar gedaan, niet zozeer voor mezelf, maar voor de producenten. De partijen die geld in de film steken moeten wel weten waar ze aan beginnen. Ik was zelf ook een beetje bang. Ik kan dat allemaal wel leuk bedenken, maar als ze niet goed blijkt te kunnen acteren gaat mijn hoofd eraf. Maar die eerste auditie was heel goed. Daarna hebben we nog een tweede auditie gedaan, die ging minder. We hebben toen nog een pre-shoot gedaan: de eerste opnamen, nog voor de echte draaiperiode. Dat was zo overtuigend, dat er geen twijfel meer was. Ze is in ieder geval niet bang, ze is gewend om op een podium te staan. Dat is volgens mij het allerbelangrijkste.”

Wende Snijders: „Ik durfde het aan, omdat ik Sacha achter mij had staan. Er zijn misschien wel raakvlakken met zingen, maar acteren blijft een heel ander vak. Bij een nieuwe theatershow ben ik zes tot acht weken aan het repeteren. Op een filmset moet het elke keer weer op het moment zelf gebeuren. Je kunt niet nog even een kopje thee drinken en er nog een uurtje over nadenken. Theater is duurloop, film is sprinten. Dat vergt een heel ander soort concentratie.”

Het script is speciaal voor Wende ontwikkeld.

Wende Snijders: „Het script is niet echt voor mij geschreven, maar wel met het idee dat ik het zou moeten kunnen spelen. In het begin ging het scenario veel meer uit van muziek. Maar in de montage bleek die muziek juist steeds meer in de weg te zitten. Muziek speelt nu nauwelijks nog een rol. Nina, de vrouw die ik speel, is super introvert. Dat staat redelijk ver van mij af. Maar door deze rol te spelen heb ik die kant van mezelf juist ontdekt.”

Sacha Polak: „In de eerste versies van de montage heb ik alle muziek eruit gegooid. Waarom zou die vrouw ook nog eens moeten gaan zingen? Dat was vergezocht. De montage was moeilijk , omdat het verhaal niet chronologisch is. Ik heb tussendoor zes weken vrij genomen van de montage, omdat in die tijd mijn dochtertje is geboren. Ik dacht dat de film toen in grote lijnen wel af was. Maar toen ik de film na zes weken terugzag, dacht ik: dit is de vaagste film ooit. Toen besefte ik dat ik echt nog veel moest doen.”

De film gaat over rouwen. Waarom juist dat thema?

Sacha Polak: „De vrouw in de film wil eigenlijk helemaal verdwijnen, niets meer met de wereld te maken hebben. Daarom slaat ze op de vlucht. Ik weet niet precies waarom ik een film wilde maken over zo’n zwaar thema. Maar ik denk dat dit voor iedereen belangrijke onderwerpen zijn: wat is pijn? Wat is rouw? Wat is verdriet?”

Het begin van de film is heel fysiek en gejaagd.

Wende Snijders: „Het eerste wat ik deed nadat mijn vader was overleden, was mijn sportschoenen aandoen en gaan rennen. Als de vergankelijkheid ineens zo dichtbij komt, zoek je naar een manier om daar uit te breken. Nina moet in de film eerst op drift raken om daarna grip te kunnen krijgen op haar verdriet. Door uit haar normale wereld te stappen krijgt ze pas zicht op haar situatie.”

Heeft de rol ook een persoonlijke dimensie?

Wende Snijders: „Of het nu gaat om zingen of om acteren, alles is altijd persoonlijk. Voor mij wel tenminste. Maar ik vind het veel interessanter hoe iemand die persoonlijke gevoelens en ervaringen vormgeeft. Ik heb tijdens het draaien echt niet gedacht aan dode hondjes of aan een ex. Je werkt juist heel hard om een soort algemene betekenis te vinden, om een bepaalde abstractie te bereiken, een vorm van poëzie. Ik zou het echt heel vervelend vinden als mensen zouden denken; ach god, ze is haar persoonlijke verdriet aan het verwerken. Dat is echt niet zo.”