Soms zie ik mezelf als een aan rum verslaafde zeekapitein

Uit onderzoeken blijkt dat mensen het meest gelukkig zijn als ze in het hier-en-nu leven. Martijn Meijer fantaseert liever over verledens die hij niet heeft meegemaakt.

Illustratie Hajo

‘Het echte leven speelt zich elders af’ – dat stond vorige week maandag in deze krant. Het artikel ging over een onderzoek van Amerikaanse wetenschappers die hun proefpersonen lieten denken over een moment in het verleden of de toekomst. Deze ervoeren vervolgens meer betekenis dan mensen die de opdracht kregen zich op het heden te richten. Dat is opmerkelijk, want zoals Ellen de Bruin schreef: ‘Uit onderzoek weten we dat mensen zich ongelukkiger voelen als hun gedachten afdwalen van het hier-en-nu [...] En we weten ook dat de aandacht naar het hier-en-nu brengen, zoals in mindfulnessmeditatie, goed is voor lichaam en geest.’ Ook Paul Buckley benadrukte, in een reactie op het artikel, dat de betekenis van het leven niet elders te vinden is, maar in het heden.

Het kan natuurlijk niet zo zijn dat mensen zich beter voelen als ze zich op het verleden, de toekomst én het heden richten. ‘Toekomstig onderzoek moet aantonen hoe deze strategieën zich tot elkaar verhouden’, schrijft De Bruin dan ook. Nu wil ik niet pretenderen dat ik de oplossing heb voor dit vraagstuk, maar als ik naar mijn eigen omgang met heden en verleden kijk, krijg ik de indruk dat deze strategieën behoorlijk verschillend zijn, zodat er geen tegenspraak zou hoeven schuilen in de conclusie van de Amerikaanse wetenschappers.

Laat ik eerst bekennen dat ik niet veel nadenk over de toekomst. Liever fantaseer ik over een verleden dat ik niet zelf heb meegemaakt. Als ik beelden zie van de jaren twintig, dan keer ik in gedachten terug naar deze tijd, die me veel stijlvoller lijkt dan de tegenwoordige. Dan zie ik mezelf een cocktail drinken in een speakeasy-bar tijdens de Amerikaanse drooglegging. Op andere momenten beeld ik me in dat ik een aan rode wijn verslaafde dichter ben in 1875, of een aan rum verslaafde zeekapitein in 1675. (Sinds ik gestopt ben met drinken, is mijn verbeelding in alcohol gedrenkt.)

Wat trekt me zo aan in het verleden? Ik had graag willen leven in een tijd dat de wereld nog overzichtelijk was, nog niet zo vol met mensen en dingen, met woorden en beelden. Tenminste, zo stel ik me het voor als ik in een nostalgische bui ben en daar ontleen ik dan een gevoel van betekenis aan – vooral als ik mezelf in die vervlogen wereld projecteer. Zoals ik ook een gevoel van betekenis kan ontlenen aan een schilderij of een boek waarin ik iets van mezelf herken. De wereld die in zo’n kunstwerk wordt voorgesteld is een zinvol en afgerond geheel en het is troostrijk om daar als het ware deel van uit te maken.

Niet dat ik vlucht in zulke fantasieën omdat ik het heden zo ondraaglijk vind. Ik ben best gelukkig als ik met mijn aandacht verwijl bij de details van mijn bestaan en ik opga in mijn dagelijkse bezigheden – ongeveer zoals de mindfulnessleer aanbeveelt. Met andere woorden, het heden is een oase zolang ik me niet afvraag wat de betekenis van mijn leven is in het grote geheel. Maar zodra ik begin te denken over de tijd waarin ik leef en de plaats die ik daarin heb, voel ik me al snel verloren. Het is alsof ik geen grip kan krijgen: de wereld is een chaos, het kan alle kanten opgaan. Als ik naar de televisie kijk, de kranten lees of sociale media volg, dan duizelt het me van de feiten en de meningen; ik krijg geen overzicht, hoe hard ik ook pieker.

Eigenlijk zou ik de tijd tot stilstand willen brengen zodat ik me in alle rust een voorstelling kan vormen van het heden. Maar daar is afstand voor nodig en die heb ik niet. Pas als het heden gestold is tot verleden kan ik een paar stappen naar achteren doen, zoals een schilder die voor zijn doek staat, en dan blijken de chaotische stippen en lijnen een beeld te vormen dat iets betekent. Dan wordt het me opeens duidelijk welke rol ik speel in dit tafereel.

Alomvattend perspectief

Het zou mooi zijn als ik mijn eigen tijd zou kunnen beschouwen alsof die allang achter me ligt. Dan zou ik onze wereld eindelijk vanuit een alomvattend perspectief zien. Soms denken journalisten en politici dat ze daartoe in staat zijn, dan roepen ze dat we nu, terwijl het gebeurt, getuige zijn van een historische gebeurtenis, die ongetwijfeld in de geschiedenisboeken terecht zal komen (maar later blijkt dan meestal dat het om een incident ging dat snel weer vergeten werd). Zulke figuren willen met de ogen van de toekomst naar het heden kijken alsof dat al voltooid verleden tijd is en er een grote betekenis aan toekennen. Maar zo’n standpunt sub specie aeternitatis, zoals het in de filosofie heet, ‘vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid’, is alleen voor goden weggelegd en voor Spinoza.

Niemand kan uit zijn eigen tijd stappen, zodat hij met een been in het heden en met het andere in de toekomst staat. (Zolang tijdreizen nog niet mogelijk is, tenminste.) We blijven gebonden aan het moment waarop we ons bevinden en dat maar beperkt zicht geeft op het veranderlijk bestaan. Daarom zullen we altijd een tekort aan betekenis ervaren als we over het heden denken. Gelukkig is er troost te vinden in het verleden. We hoeven maar onze ogen te sluiten en onszelf voor te stellen in de wereld van vroeger, waar alles zijn vaste plaats heeft gekregen.