Slecht nieuws voor de Haagse plannenmakers

Minder gas uit Groningen betekent minder inkomsten voor het Rijk.

Op de vraag hoeveel zijn gasbesluit de schatkist mogelijk kan gaan kosten gaf Henk Kamp gisteren op de persconferentie in Den Haag twee antwoorden. „Dat weet ik niet precies.” En: „Het zal iets in de orde van grootte van een miljard zijn.”

Met dat al dan niet bewuste rookgordijn gaf de minister van Economische Zaken aan dat zijn beleid rond de nationale gaswinning niet alleen een gevoelige en onzekere kwestie voor de inwoners van Groningen is, maar ook voor de Rijksbegroting.

Bij Kamps eerdere beslissing om de Groningse gasproductie te beperken, in december, was de financiële consequentie wel goed te berekenen. Door het terugdraaien van de gaswinning met 3,1 miljard kubieke meter (tot 39,4 miljard kuub) zouden de gasbaten met 700 miljoen euro omlaag gaan. Die waren voor dit jaar geraamd op 9,1 miljard euro. Elke kuub minder gas uit de grond, zo valt uit die rekensom op te maken, scheelt de schatkist dus 225 miljoen euro.

Omdat het kabinet nu heeft besloten om de gaskraan vooralsnog alleen voorlopig wat dichter te draaien – en zich het recht voorbehoudt om na 1 juli de productie weer op te voeren – zijn de precieze gevolgen inderdaad lastig in te schatten. Dat is nog los van de gasprijs, die vorig jaar in het spoor van de olieprijs behoorlijk is gedaald. Overigens is de olieprijs intussen weer aan het stijgen.

Het jaar begon nog zo optimistisch

Als we voor het gemak uitgaan van de gasprijs van december én van het scenario dat minister Kamp de gasproductie na 1 juli blijvend lager houdt, dan zal de gasproductie voor heel 2015 op 35 miljard kuub uitkomen. Dat zou, ten opzichte van de oorspronkelijke planning van 42,5 miljard kuub een derving van de gasbaten betekenen van 1,7 miljard euro.

Dat is slecht nieuws voor de Haagse plannenmakers, die nog wel zo optimistisch aan het nieuwe jaar begonnen waren. Een maand geleden leken de meeste signalen nog te duiden op een voorjaar vol meevallers. De economie trekt aan, de werkloosheid daalt. Dat betekent: minder werkloosheidsuitkeringen en hogere belastinginkomsten.

Belangrijke indicatoren zijn drie factoren die ‘laag staan’: de rente, de olieprijs en de eurokoers. En drie dingen die ‘aantrekken’: de wereldhandel, de huizenmarkt en de binnenlandse consumptie. Een lage rente leidt tot een aanzienlijke daling van de lasten op de staatsschuld.

Andere lagere dan voorziene overheidsuitgaven zouden uit de zorgsector kunnen komen. En de meest concrete meevaller formuleerde het UWV: 10.000 minder uitkeringen in 2015 bespaart een half miljard.

Er is nog een andere meevaller die eraan zit te komen: de privatisering van ABN Amro. De miljarden die bij de aanstaande beursgang van de staatsbank worden opgehaald, worden ingezet om de staatsschuld terug te dringen, zo is eerder afgesproken. Dat leidt structureel tot lagere rentelasten, maar er staat wel een verlies aan dividendinkomsten tegenover.

En dan zijn er natuurlijk de wensenlijstjes van de Kamerleden

Tegenover deze (potentiële) meevallers staat dus de vermoedelijke gastegenvaller. Maar ook de extra uitgaven waar een groeiende meerderheid van de Tweede Kamer nu al om vraagt.

Om te beginnen zijn daar het terrorisme en de brandhaarden in de wereld, die vragen om een hoger budget voor de nationale veiligheid (AIVD en Defensie).

Daarnaast zijn er de aangekondigde besparingen op de rechterlijke macht (althans op de griffierechten en op de gesubsidieerde rechtsbijstand), die van de Eerste Kamer deels moeten worden teruggedraaid. Al deze extra budgettaire wensen zouden in de honderden miljoenen kunnen lopen – niet miljarden.

Al met al hoopt het kabinet, dat zich pas na de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart echt aan de eerste begrotingsronde zet, op het behoud van de meevallers. Want die zijn hard nodig voor de hervorming van het belastingstelsel. Daarvoor is, zo becijferde Financiën eerder, 3 tot 5 miljard euro nodig om ongunstige financiële effecten mee te kunnen compenseren.