Sergej noemt zichzelf ‘Kruis’ en hij is voor niemand bang

Hij is eigenlijk Duitser, en vocht ook in Syrië. Of dat voor of tegen Assad is, dat wil de pro-Russische opstandeling Sergej ‘Kruis’ niet zeggen. Wel zegt hij dat de strijd doorgaat, en dat hij voorop zal gaan.

Sergej in Donetsk: „Ik ben commandant van een compagnie stormtroepen. En dit is wat ik doe.” Foto Konstantin Salomatin

Hij heet Sergej, maar hij noemt zich Krest – ‘kruis’ in het Russisch. „Ik ben commandant van een compagnie stormtroepen”, zegt hij, terwijl hij een telefoon opdiept uit een van de zakken van zijn camouflagepak. „En dit is wat ik doe.”

De videobeelden laten gesneuvelde Oekraïense militairen zien. Naast de lijken staat een triomfantelijke Krest. Op het volgende filmpje is te zien hoe een granaatscherf operatief wordt verwijderd. Ook dat is Sergej. Op 28 januari januari raakte hij gewond aan het front. Het stuk metaal zat net naast zijn ruggegraat.

Een week later is Krest (28) alweer terug op zijn post. De afgelopen nacht, zo vertelt hij, stond hij in de loopgraven bij het vliegveld, even ten noorden van Donetsk. „De Oekraïners vallen aan met tanks en infanterie”, zegt Krest. „Maar wij slaan terug.”

Sergej maakt deel uit van de zogenoemde brigade ‘Vostok’, een paramilitaire eenheid van de pro-Russische opstandelingen in Donesk, met een naam die teruggaat tot de Tweede Tsjetsjeense Oorlog. De Tsjetsjeense strijders van het bataljon ‘Vostok’ vochten voor Moskou, en verwierven daarbij een bedenkelijke reputatie.

Volgens de 'Volksrepubliek Donetsk’ heeft de huidige brigade daarmee niets van doen, en vormen lokale vrijwilligers de ruggegraat van Vostok. Dat laatste is lastig te rijmen met de gebeurtenissen van afgelopen mei, toen het ‘Vostok-bataljon’ – met tientallen Tsjetsjenen in de gelederen – een einde maakte aan revolutionaire stammenstrijd in Donetsk en de macht daar overnam.

Assad? Geen antwoord

Sergej voelt zich Rus, maar is in elk geval zeker geen local, maar een Duits staatsburger. Hij werd geboren in Kazachstan, als nakomeling van Wolga-Duitsers die door Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd naar Centraal-Azië. Zeventien jaar woonde hij in Duitsland. Op de vraag of hij heeft gediend in de Bundeswehr, wil hij geen antwoord geven. Wat hij wel kwijtwil, is dat hij heeft gevochten in Syrië. Aan de kant van Assad? Krest kijkt nors voor zich uit. „We zouden toch praten over Vostok?” We staan in een straatje in een buitenwijk van Donetsk, om ons heen dwarrelt de sneeuw. Achter ons klinkt plotseling het gedreun van inslaande artilleriegranaten. „Maak je geen zorgen”, zegt Krest spottend. „Dat was tamelijk ver weg.”

Het heeft geen zin om Krest te vragen naar Tsjetsjenen, of naar de aanwezigheid van Russische militairen in het oosten van Oekraïne. Sergej zal je vertellen dat de meerderheid van zijn eenheid bestaat uit eenvoudige mijnwerkers uit de Donbas. Je hoeft Krest ook niet te vragen naar de enorme hoeveelheid zware wapens waarover de pro-Russische opstandelingen in de Donbas beschikken. „Die hebben we veroverd op het Oekraïense leger. Je wilt niet weten hoeveel materieel ik zelf al in beslag heb genomen.”

Aftandse pantserwagens

Sergej verwoordt daarmee het officiële standpunt van de Volksrepubliek Donetsk en de Russische regering in Moskou. Maar na een week in de Volksrepubliek is het bepaald opvallend hoe goed de ‘Volksweer’ is uitgerust. In april van dit jaar verdedigden de separatisten in Slavjansk hun hoofdkwartier met zes aftandse pantserwagens van de Oekraïense Nationale Garde. Nu rijden er geavanceerde raketsystemen over de wegen van Donetsk. Gisteren werd het Oekraïense hoofdkwartier op het vliegveld van Kramatorsk beschoten over een afstand van 40 kilometer.

De zwaarbewapende opstandelingen dringen het Oekraïense leger steeds verder in het defensief. Maandag, zo meldde het commando in Donetsk hier, werden duizenden Oekraïense militairen bij Debaltsevo definitief omsingeld. Als dat inderdaad zo is, dan dreigt de tweede grote nederlaag van het Oekraïense leger sinds de slag bij Ilovaisk in augustus.

Krest zal opnieuw vooropgaan in de strijd. Zijn eenheid is bedoeld voor de zwaarste opdrachten, zegt hij. „Wij vallen aan: met artillerieondersteuning of zonder. Bevel is bevel.”

Kinderen trots, vrouw ook trots

Wat vinden zijn kinderen in Duitsland van het feit dat hij hier vecht?

„Die zijn trots.”

En zijn vrouw?

„Die is ook trots.”

Kent hij dan geen angst?

„Angst waarvoor? Ik ben bang dat ik mijn kameraden verlies. Of dat ik mijn kinderen niet meer kan zien. Voor mijzelf ben ik niet bang.”

Krest steekt zijn vuisten naar voren, die overdekt zijn met kleine littekens. „Ik heb vijftien granaatscherven in mijn lichaam. Doodgaan boezemt mij geen angst meer in. De enige angst is dat ik armen of benen kwijtraak.”

Krest steekt zijn beide handen onder zijn kogelwerende vest. „Voor dat geval heb ik twee granaten hier.”