Nu de kerken kapot beven

In hartje aardbevingsgebied worden de huizen verstevigd. En de kerken dan?

Dilemma’s in gasbevingsland Groningen. Tienduizenden huizen worden verstevigd. Maar wat gebeurt er met de monumenten? Met de rentenierswoningen, de statige borgen, boerderijen, torens, molens, en vooral: de middeleeuwse kerken?

Versterken? Voorlopig sluiten? Alvast in de stutten zetten?

Bouwkundige Jur Bekooy van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) ligt er wakker van. Van de vijftig rijksbeschermde kerken in het gaswinningsgebied heeft de helft aardbevingsschade. De herstelkosten lopen uiteen van 30.000 tot 140.000 euro. Aardbevingen, zegt de bouwkundige, zijn „onze sluipmoordenaar”.

Bekooy beklimt de dorpswierde van Middelstum. Die bood al ver voor het jaar nul een veilig heenkomen, hoog en droog boven het wassende water, ver van oorlog. Dorpelingen bouwden er in de vijftiende eeuw met de hoofdeling een kruiskerk. Kunstenaars beschilderden de gewelven met een kroniek geïnspireerd op de passiehoutsnedes van Albrecht Dürer.

Maar in de Hippolytuskerk vertoont de kerkkroniek barsten. Door het hemels Jeruzalem loopt een scheur. In het gewelf met de zondeval prijkt craquelé. Dat kunnen jullie op onze kosten repareren, zegt gaswinningsbedrijf NAM ruimhartig. Zoals ze ook ruimhartig aanbieden de kerk te versterken. Als het moet, breken ze hem af en bouwen ze hem weer op.

Maar Bekooy gruwt daarvan. Dit is geen rigide economische afweging, zegt de bouwkundige, dit gaat om cultureel erfgoed. „Je kunt het herstellen maar dan ben je het kwijt. Zetten ze de archeologische stofzuiger op het bodemarchief. Elimineer je 2.500 jaar cultuurgeschiedenis. Dat besef ontbreekt. Dit gaat over cultuur, historie, kunstschatten, fresco’s. Die gooi je te grabbel. Denk je dat ze in Italië zo met hun erfgoed omspringen?”

Woningen, zegt Bekooy, hebben een eigenaar. Maar monumenten hebben dat niet. „Wij zijn slechts passanten, kortstondige kerkrentmeesters. We zijn er om het cultureel erfgoed te ontvangen, te beheren en weer door te geven.” Op de wierde van Middelstum kijkt Bekooy uit over het Groninger land. Hij wijst op de rode kerken in het groene akkerland en citeert Lucebert: „Alles van waarde is weerloos.”