Melkveeboeren moeten meer gaan ondernemen door verdwijnen quota

Opheffing van de melkquota is gunstig voor Nederland, zegt NZO-voorzitter Cees ’t Hart.

Acht cent van elke euro die Nederland in buitenland verdient, komt uit zuivel. Foto Koen Suyk / ANP

Nog twee maanden, dan zijn de melkquota verleden tijd. Boeren mogen vanaf 1 april onbeperkt melk produceren. De quota werden in de jaren tachtig ingevoerd om overproductie tegen te gaan. Vandaag presenteert de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) een rapport over de toekomst van de zuivelsector.

1 Komen de melkplassen en boterbergen weer terug?

Dat valt mee, volgens Cees ’t Hart, voorzitter van de NZO en bestuursvoorzitter van FrieslandCampina. „De zuivelmarkt is een wereldmarkt geworden. Dankzij de groeiende wereldbevolking en stijgende vraag naar zuivel is er over tien jaar ongeveer 25 miljard kilo meer melk nodig. Terwijl boeren uit de Europese Unie zo’n zeven miljard kilo extra kunnen melken. Dat is beperkt door regelgeving en de hoeveelheid grond hier.”

2 Wat gebeurt er na 1 april met de melkprijs?

Daarover is geen zekerheid op de vrije markt, zegt Michael de Haan, onderzoeker bij de Wageningen UR Livestock Research. Hij denkt dat de prijs op korte termijn fluctueert en op de langere termijn stijgt. Ook ’t Hart voorspelt meer pieken en dalen, al spelen er volgens hem meer factoren mee dan alleen vraag en aanbod. „De Russische boycot en de droogte in Nieuw-Zeeland hebben ook invloed.”

Dirk Jan Schoonman van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond juicht het einde van de quota niet toe, omdat hij vreest dat boeren straks geen eerlijke prijs meer krijgen. Hij pleit voor een ondergrens. „In Zwitserland, dat de quota een aantal jaar geleden afschafte, zie je dat sommige melkveehouders het hoofd niet boven water houden door de lage prijzen.”

3 Voor wie is het einde van de quota gunstig en voor wie niet?

Nederland kan hier blij mee zijn, vindt ’t Hart. Weinig andere landen melken nu hun quota vol. Het is dus niet zo dat alle Europese landen klaar staan om op de wereldmarkt te duiken. „Bovendien heeft ons land goede logistieke verbindingen en een geschikt klimaat. Van elke euro die de BV Nederland in buitenland verdient, komt acht cent uit de zuivel.”

Wel worden boeren meer ondernemer. Dat betekent dat ze een potje moeten hebben voor een periode waarin de inkomsten minder zijn. „Het kan dus vooral lastig worden voor boeren die geen rekening houden met de lange termijn.”

4 In hoeverre houden veehouders rekening met dierenwelzijn en het milieu als ze groeikansen krijgen?

De veestapel zal waarschijnlijk niet explosief groeien, zeggen de drie deskundigen. Ongebreidelde groei is niet mogelijk, omdat de overheid het mestoverschot aan banden heeft gelegd. Wel hebben sommige boeren de afgelopen jaren al geanticipeerd op de situatie na 1 april 2015.

Het is in het belang van boeren zelf om te investeren in dierenwelzijn, zeggen ’t Hart en De Haan. Meer diervriendelijkheid leidt tot meer productie, wijst onderzoek uit. Met een bonus-malussysteem wil coöperatie Friesland Campina tegengaan dat steeds minder koeien in de wei lopen. Boeren onderling geven meer geld aan melkveehouders die aan weidegang doen. Schoonman wijst erop dat investeren in diervriendelijkheid wel rendabel moet zijn. „Niet alleen de boer, ook supermarkten en consumenten moeten daarom hun verantwoordelijkheid nemen.”