Kwam het gif uit het Kremlin?

De dood van oud-spion Litvinenko wordt na acht jaar in het openbaar onderzocht. Volgens zijn weduwe leidt het gifspoor naar Poetin.

Oud-spion Litvinenko in een Londens ziekenhuis op 20 november 2006, drie weken na zijn vergiftiging met polonium. Hij overleed drie dagen later. Foto Familie Litvinenko/AP

Zaal 73 van de Royal Courts of Justice in Londen vormt het decor van een spectaculaire theatervoorstelling, de tragedie van een afvallige Russische spion die op raadselachtige wijze om het leven is gekomen. Het juridische schouwspel, dat ruim twee weken bezig is en zo’n tien weken duurt, is aangekleed met gelikte 3D-animaties, videobeelden, dramatische verhalen van betrokkenen en, volgens sommigen, zelfs met militair machtsvertoon van het Kremlin.

Eén nadeel: de hoofdrolspelers doen niet mee. De belangrijkste, Aleksandr Litvinenko, is dood. De oud-kolonel van de FSB, zoals de Russische veiligheidsdienst KGB tegenwoordig heet, overleed op 23 november 2006 op de intensive care van het University College Hospital in Londen aan een vergiftiging met de extreem gevaarlijke, radioactieve isotoop polonium-210.

Ook ontbreken de mannen die het gif mogelijk in zijn thee hebben gestopt, Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen. Rusland heeft zich altijd verzet tegen hun uitlevering. Ze zitten veilig in Moskou en wijzen een uitnodiging af om per video te getuigen. Loegovoj, tegenwoordig parlementariër, noemde de Londense rechtszaak eerder „een juridische klucht”.

Tragedie of klucht, een openbare gerechtelijk onderzoek is in het Engelse recht heel gebruikelijk na een mysterieuze dood. De zaak, die plaatsvindt op verzoek van de weduwe en de zoon van Litvinenko, heeft lang op zich laten wachten. Lijkschouwer Robert Owen vond een onderzoek zinloos zolang de Britse regering niet meewerkte en de veiligheidsdienst MI6 geen inzage gaf in geheime documenten. Minister van Binnenlandse Zaken Theresa May erkende in de zomer van 2013 dat ze de goede relatie met Rusland niet op het spel wilde zetten. Dat veranderde vorig jaar toen die relatie door de Oekraïne-crisis ernstig verslechterde.

Crimineel verkleed als staatshoofd

Dat Rusland niets moet hebben van deze rechtszaak is begrijpelijk. In zijn openingspleidooi liet Ben Emmerson, de advocaat van Litvinenko’s weduwe, er geen twijfel over bestaan: het gifspoor leidt rechtstreeks van Londen naar Moskou „Het komt uit voor de deur van Vladimir Poetin”, zei Emmerson. In de komende weken hoopt hij de Russische president te ontmaskeren als „een gewone crimineel die zich heeft verkleed als staatshoofd”.

Het was Poetin die de oud-KGB-spionnen Loegovoj en Kovtoen opdracht gaf Litvinenko uit de weg te ruimen. Want, zei Emmerson, zonder medeweten van het Kremlin hadden zij nooit kunnen beschikken over het geavanceerde gif polonium-210. Het reukloze, kleurloze en smaakloze stofje is al in een extreem kleine dosis dodelijk en wordt met een beetje geluk niet ontdekt bij een autopsie. Eenmaal in het lichaam is de alfastraling van polonium veel verwoestender voor menselijke cellen dan andere vormen van radioactiviteit.

Het polonium dat Litvinenko doodde, werd volgens Emmerson geproduceerd in Avangard, een beveiligde nucleaire installatie van Rosatom, het Russische atoomenergieagentschap. Het is, aldus de advocaat, uitgesloten dat gewone criminelen toegang hadden tot de isotoop, die zelfs in zo’n kleine hoeveelheid volgens hem „tientallen miljoenen dollars” waard is.

Er is ook een motief, concludeert Emmerson. Poetin had de pest aan Litvinenko. Dat begon al in november 1998 toen die met andere FSB-agenten in een bizarre persconferentie onthulde dat hem van hogerhand was opgedragen oligarch Boris Berezovski te vermoorden.

Poetin was destijds chef van de FSB. Maar zijn ambities reikten verder en hij vreesde daarbij te worden gedwarsboomd door miljardair Berezovski. Die besloot eind 2000 – Poetin was toen al president – niet terug te keren naar Rusland, uit vrees voor arrestatie. In maart 2013 werd Berezovski met een strop om zijn nek gevonden op zijn landgoed in Ascot. Zelfmoord, concludeerde de Britse politie.

Litvinenko belandde na zijn spectaculaire onthulling in de cel, maar wist in 2000 met zijn gezin naar Londen te vluchten, geholpen door Berezovski. De oligarch gaf hem een paar duizend pond per maand om van te leven en liet hem in een van zijn Londense huizen wonen. Van daaruit bestookte Litvinenko sindsdien de buitenwereld met beschuldigingen tegen Poetin – rijp en groen, roddel en feit.

Zo hield Litvinenko in zijn boek Blowing Up Russia de FSB verantwoordelijk voor aanslagen in 1999 op drie appartementencomplexen in Rusland waarbij bijna 300 mensen omkwamen. Moskou schoof de schuld in de schoenen van Tsjetsjeense terroristen. Het kwam Poetin, die pleitte voor een harde aanpak van Tsjetsjenië, goed uit. Zijn partij won de verkiezingen.

Maar Litvinenko beschuldigde Poetin, zonder veel bewijs, ook van pedofilie, van betrokkenheid bij de moord op onderzoeksjournalist Anna Politkovskaja en, op zijn sterfbed, van zijn eigen vergiftiging.

Geen reden voor liquidatie

De kring rond Poetin schildert Litvinenko graag af als een onbeduidende spion. Zo betoogde voormalig Kremlin-adviseur Aleksandr Nekrasov vorige week in een artikel op de website van Al-Jazeera, dat Litvinenko’s beschuldigingen misschien vervelend waren voor Poetin, geen reden voor liquidatie. Nekrasov: „Waarom zou het Kremlin zo’n geraffineerde moord plegen op een man die in Rusland onbekend is, nooit toegang heeft gehad tot vertrouwelijke informatie en geen enkele bedreiging vormt voor het Kremlin?”

Nekrasovs vraag is terecht, al was het maar omdat Litvinenko meer vijanden had dan alleen Poetin. Ook zeer machtige en gevaarlijke vijanden.

Zo zette zijn betrokkenheid bij de Italiaanse Mitrochincommissie kwaad bloed bij de Oekraïense en Tsjetsjeense maffia, die actief was in Italië. De commissie, genoemd naar een overgelopen KGB’er, werd in 2002 ingesteld door premier Silvio Berlusconi. Ze was achteraf vooral een poging om diens linkse rivaal Romano Prodi zwart te maken. De Mitrochincommissie moest bewijzen dat Prodi banden had met de KGB. Litvinenko moet geweten hebben wat de commissie beoogde, maar het weerhield hem niet van medewerking.

Via een veiligheidsadviseur van de Mitrochincommissie, Mario Scaramella, kwam Litvinenko in contact met invloedrijke criminelen uit de nadagen van de Sovjet-Unie, die op hun beurt goede banden hadden met de Italiaanse maffia. Uitgerekend Scaramella was de man met wie Litvinenko op 1 november 2006, de dag van zijn vergiftiging, lunchte in een Londense sushibar. Op dat moment was Litvinenko volgens Scotland Yard echter al vergiftigd.

Het proces heeft tot nu toe weinig nieuw bewijs opgeleverd. Over de daders bestaat weinig twijfel. Het voordeel van polonium is dat het nauwelijks kan worden ontdekt. Het nadeel is dat, als het wel wordt ontdekt, het spoor heel precies te volgen is – zelfs tot buiten het Verenigd Koninkrijk. Sporen van polonium zijn overal aangetroffen waar Loegovoj en Kovtoen op hun Londense trip zijn geweest. Maar handelden zij in opdracht van het Kremlin?

Een dag na het harde pleidooi van advocaat Emmerson stuurde Moskou twee Toepolev-95-gevechtsvliegtuigen over het Kanaal. Toeval? Nee, schrijft Luke Harding, auteur van het boek Mafia State over Rusland, in The Guardian: het laat zien dat de zaak-Litvinenko in Moskou een gevoelige snaar raakt.