‘Je moet iets voelen bij wat je ziet’ De favoriete beelden van Michele McNally

Morgen wordt de winnaar van de World Press Photo bekend. Hoe kies je uit alle beelden de beste?

Een van de foto’s uit de serie van Josef Koudelka die McNally op jonge leeftijd inspireerde: Zigeuners in Zehra, (voormalig) Tsjechoslowakije, 1967 Foto Josef Koudelka/ Magnum Photos

Ze ziet er nog fit uit voor iemand die in de afgelopen dagen zestig uur lang meer dan 35.000 beelden heeft gezien. Michele McNally, chef fotografie van The New York Times en dit jaar juryvoorzitter bij World Press Photo, heeft op het kantoor van de organisatie in Amsterdam heel even tijd om te praten.

Samen met een deel van de juryleden nam ze de afgelopen dagen alle ingezonden foto’s uit de categorieën nieuws en documentaire door. Daarnaast zal ze vandaag met 6 juryleden – bestaande uit fotojournalisten en fotoredacteuren uit Canada, Nieuw-Zeeland en Italië – beslissen wie dit jaar, voor de 58ste keer, de World Press Photo wint. „Zo’n fotograaf komt in één keer in de spotlights te staan”, zegt McNally, die ook in 2007 al voorzitter was. „De winnende foto gaat de hele wereld over. Zo’n prijs levert een fotograaf meteen meer werk op.”

Het jureringsproces bij WPP duurt ieder jaar twee weken en bestaat uit meerdere rondes waarin foto’s voor 8 verschillende categorieën worden beoordeeld. Dit jaar kreeg de jury 97.912 beelden te zien, afkomstig van 5.692 nieuwsfotografen uit 131 landen. Een uitputtend proces, maar McNally noemt 2014 een ‘zeer krachtig jaar’. „Er was veel groot nieuws. De oorlog in Oekraïne, Gaza, de uitbraak van ebola. Ook tijdens mijn werk bij de NYT heb ik afgelopen jaar heel wat memorabele beelden zien langskomen.”

Hoe objectief kunt u tijdens de jurering zijn als u het werk van een van uw fotografen ziet langskomen?

„Bij WPP is men op de hoogte van onderlinge connecties. Alle foto’s worden anoniem getoond maar juryleden geven het altijd aan als ze een beeld herkennen en een belang hebben. Bovendien moeten, in latere rondes, alle juryleden vóór stemmen wil een foto naar de laatste ronde doorgaan. In je eentje red je het dan niet.”

Wat maakt een goede nieuwsfoto?

„Ik ben op zoek naar een journalistiek beeld met historische waarde. Een foto moet iets zeggen over deze tijd. Waarom doen mensen wat ze doen? Een foto speelt in op de emotie. Je moet iets voelen bij wat je ziet.”

In 2007 was u ook juryvoorzitter. Winnaar was Spencer Platt. Zijn foto uit 2006 toonde Libanezen die al fotograferend in een cabriolet door een verwoeste wijk rijden in Zuid-Beiroet.

„Die foto gaf de tijdgeest precies weer. Het was ook een verwarrend beeld: wat doen die mensen daar? Je moest erover nadenken. Dat is belangrijk: een goed beeld is gecompliceerd, simpelweg omdat het leven gecompliceerd is.”

In het verleden was de winnende foto bij WPP vaak een hard, confronterend beeld vol leed. De laatste jaren is dat minder vaak het geval.

„Dat klopt. Ik ben zelf ook niet zo voor recht-in-het-gezicht-ellende. Wie dat teveel ziet raakt, zoals schrijfster Susan Sontag beweert, murw geslagen. Je moet er voorzichtig mee omgaan.”

Heeft u altijd zo over fotografie gedacht?

„Nou, ik heb altijd gevonden dat een beeld gelaagd moet zijn. Mijn interesse in fotografie begon toen ik op mijn zeventiende een expositie bezocht van Tsjechische fotograaf Josef Koudelka. Hij had zigeuners in Oost-Europa gefotografeerd. Door hem werd ik geconfronteerd met een nieuwe wereld. Iedere foto vertelde een verhaal. In die tijd was dat revolutionair.”

Is er een fotograaf die nu werk maakt dat op een rake manier iets over de wereld zegt?

„David Guttenfelder. In 2011 opende hij voor AP een persbureau in Noord-Korea. Hij begon dit gesloten land te fotograferen, onder meer met zijn iPhone. Er was in die tijd nog niemand die zulke beelden naar buiten bracht. Hij heeft op een licht humoristische manier een vreemde maatschappij perfect gedocumenteerd.”

Is de fotojournalistiek gevaarlijker geworden?

„Zeker. AP-fotografe Anja Niedringhaus werd vorig jaar april in Afghanistan neergeschoten. Vier van onze fotografen zijn in de afgelopen jaren ontvoerd. Ik maak me echt zorgen om mijn eigen mensen. Bij de NYT treffen we alle maatregelen om onze mensen veilig te houden. Maar toch kunnen we niet alles voorkomen.”

Zijn de werkomstandigheden voor fotojournalisten nu gevaarlijker?

„Oorlogsvoering is complexer, zeker in landen als Syrië of Afghanistan. Drone-aanvallen, splintergroeperingen die tegen elkaar strijden: het is voor een fotojournalist steeds moeilijker in te schatten wanneer het veilig is om ergens naar toe te gaan. Dat is een uiterst zorgelijke ontwikkeling.”

Morgen in NRC Handelsblad: de winnaars van de World Press Photo.