‘Ik kon nog wel eens pompen’

Na vier jaar keert de cabaretier terug op het podium: „Ik miste wel de manier van denken van cabaret”

Cabaretier Eric van Sauers was er even tussenuit. Vier jaar. Dit seizoen is hij terug met Ontroert. „Het gerucht ging dat ik overspannen was”, zegt hij. „Niet dat ik weet. Ik had na Ridder, mijn vorige programma, wel zin in een nieuwe voorstelling, maar de de echte drive ontbrak. Dan ga je alleen door, omdat je nu eenmaal in dat stramien zit.”

Dus Van Sauers (1964) vertrok voor een jaar naar Spanje met zijn gezin. „Louterend. Kan ik iedereen aanraden – als je je dat kan permitteren. Het is goed om afstand te nemen en een andere taal en cultuur te leren kennen. Naar Nederland kijk ik weer met nieuwe ogen. Dan rijd ik door de polder naar Steenwijk en dan vind ik het uitzicht prachtig. Ik beleef het leven intenser.”

Het was geen retraite, zegt hij. Wat hij niet opgaf was zijn job als eindredacteur van de satirische tv-show Dit was het nieuws, samen met Koos Terpstra, de regisseur van zijn voorstellingen. En hij speelde toneel in een stuk van Raoul Heertje over mannenvriendschap. Daarna begon het te kriebelen. Hij wilde weer cabaret maken.

Wat hij vooral miste, was de manier van denken, zegt Van Sauers. Dat hij als cabaretier iets ziet wat anderen niet zien. Preciezer: „Dat mensen iets zien wat ze nog niet kennen van iets wat ze kennen. Dat is mijn kracht. Aan het einde van de avond heeft niemand het gevoel dat ik dingen heb verteld die ze niet wisten. Maar ze hadden er of niet aan gedacht, of ze waren het vergeten.”

Zijn voorstellingen bouwt hij op als een mozaïek van verhalen, zegt hij. Door te improviseren slibben de grappen er vanzelf bij aan. Bij een try-out in januari blijken die al goed te werken. Maar Ontroert, zijn zevende programma, heeft ook een beschouwende kant. Vanuit geestige verhalen over hippe restaurants en nieuwe trends ontvouwt hij zijn verbazing over het voorbij snellen van de tijd en over de neiging het belang van ons stukje geschiedenis te overschatten. Als je niet uitkijkt, vliegt het leven in een zucht voorbij, waarschuwt hij zijn publiek.

Vijftig is hij inmiddels en hij kan beter relativeren. „We moeten niet denken dat we een bijzondere generatie zijn. Dat dachten mensen honderd jaar geleden ook van zichzelf. Hún tijd was bijzonder, dachten ze. Als ik oude foto’s bekijk, merk ik hoeveel ik vergeet. Waar ik me over opwond en waar anderen zich druk over maakten, is allemaal verdwenen.”

Op het podium is Van Sauers dwingend aanwezig: een grote man met expressieve handen en een diep bassende stem. Maar zijn voordracht is veranderd. „Ik kon nog wel eens pompen en agressief zijn. Nu ben ik relaxed.” In zijn verhalen openbaart hij wat hij in het dagelijks leven juist tracht te verbloemen. Hij is de narcist die de gesoigneerde voetballer Ronaldo van narcisme beschuldigt en de sukkelaar die nieuwe ontwikkelingen niet meer kan en wil bijbenen.

Voor de weigering nog iets nieuws te leren gebruikt hij een mooi woord: het stopmoment. Nu pas begrijpt hij zijn moeder, die geen nieuwe meubels meer wilde kopen. Dat stoorde hem altijd, maar nu snapt hij het. Geen nieuw bankstel meer. Niets meer aan de wereld veranderen. Klaar.

Van Sauers: „Het is een gevoel dat je overvalt, maar ook een bewuste keuze. Over bepaalde dingen ga ik me niet meer kwaad maken.” Zijn vader had zijn stopmoment bij sms’en. Hij weigert het te leren. „Ik heb dat weer bij andere dingen. De cloud, iOs, uploaden. Dan gebruiken jongeren drie woorden in een zin die ik niet begrijp.”

De tijd gaat zo verschrikkelijk hard, zegt Van Sauers. „In Pulp Fiction vertelt Samuel Jackson dat je als kind de hele tijd aan het wachten was tot de zomervakantie kwam. Dan was het acht weken vakantie, maar dat was zo, pfjiet, voorbij. Zo voelt mijn leven, zegt hij, als die zomervakantie.”

In Ontroert maakt hij ouder worden persoonlijk door te vertellen dat hij merkbaar een bepaalde lijn is overgestoken, als hij zegt: „Vrouwelijk schoon, altijd dol op geweest. Maar opeens ben ik een ouwe viezerik geworden. Wanneer is dat gebeurd?” Voor alle jongeren is hij onzichtbaar geworden. „Er valt niks meer bij mij te halen voor ze. Ze negeren me niet, ze zien me gewoon niet. Dat is niet expres. Ik zal het zelf ook hebben gedaan.”

Anders dan Ridder gaat Ontroert nauwelijks over de actualiteit. Ook over Charlie Hebdo, de aanval op humoristen, ziet hij zichzelf niet snel iets zeggen. „Iedereen heeft al een mening. Ben er moe van. Na 9/11 en Van Gogh maakte ik een programma over de liefde. Pas een show later reageerde ik, toen de emoties waren weggeëbd en ik het gebeurde in perspectief kon plaatsen. Twee maanden geleden hadden we ebola. Een verschrikkelijke ramp. Maar ebola is al weer weg. Dat is de vluchtigheid van het nu. Straks komt er weer iets anders.”