Hij doet het weer

De Syrische president Assad zou het Westen kunnen helpen in de strijd tegen de Islamitische Staat. Dat betekent een kans om weer in de gunst te komen. De Verenigde Staten vragen al niet meer om zijn vertrek.

Foto EPA

„Een kinderachtig verhaal.” Zo noemt de Syrische president Assad de beschuldigingen dat zijn leger zogenoemde barrel bombs inzet. Dat zijn goedkope bommen, gemaakt van olievaten, gascilinders en watertanks, die worden gevuld met explosieven en schroot.

Het zijn zeer onnauwkeurige wapens. Ze worden vanuit legerhelikopters op woonwijken en rebellenbolwerken geworpen. Door de explosie van schroot vallen veel burgerdoden, zeggen mensenrechtenorganisaties. Vorig jaar nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan die de inzet van barrel bombs, ook wel vatbommen genoemd, verbiedt.

Toch maakt het Syrische regime nog steeds op grote schaal gebruik van deze provisorische scherfbommen. De afgelopen dagen nog, op de buitenwijken van Damascus die in handen zijn van rebellen. Volgens lokale activisten vielen daarbij ruim honderd doden. Desondanks zei Assad gisteren in een interview met de BBC: „Er zijn geen vatbommen, we hebben geen vaten.”

Het interview is onderdeel van een internationaal charmeoffensief dat de Syrische president heeft gelanceerd. Het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs publiceerde onlangs ook al een groot vraaggesprek met Assad. Het was geen toeval dat de Syrische president juist dit blad had uitgekozen. Foreign Affairs is gezaghebbend in kringen van Amerikaanse beleidsmakers.

Assad geeft juist nú die interviews

Het Syrische regime ruikt een kans om in het gevlij te komen. Officieel is de Amerikaanse regering nog altijd van mening dat Assad moet vertrekken: door zijn gruwelijke onderdrukking van de oppositie en de inzet van gifgas staat hij vrede in de weg. Maar door de opmars van de Islamitische Staat, dat nu ongeveer eenderde van Syrië in handen heeft, en de betrokkenheid van Europese jihadisten in de burgeroorlog is het regime minder onaanraakbaar geworden.

Begin vorig jaar kwam al naar buiten dat Europese inlichtingendiensten in Damascus met het regime hadden gesproken. Onderwerp van gesprek waren de duizenden Europese jihadisten die naar Syrië zijn afgereisd om zich aan te sluiten bij IS. Europese landen maken zich grote zorgen dat zij na terugkeer terreuraanslagen zullen plegen, zoals de Franse IS-strijder die vorig jaar vier mensen doodschoot in het Joods Museum in Brussel.

De afgelopen weken zijn er tekenen dat de Amerikaanse regering overweegt om haar standpunt te wijzigen. Eerst merkte The New York Times op dat minister van Buitenlandse Zaken John Kerry een andere toon aansloeg over Assad. Kerry eiste niet zoals gewoonlijk het vertrek van Assad, maar slechts dat hij de verantwoordelijkheid neemt voor zijn bevolking.

Vervolgens publiceerde Leslie Gelb, oud-voorzitter van de gezaghebbende denktank Council on Foreign Relations, een essay waarin anonieme bronnen binnen de Amerikaanse regering zeggen dat president Obama openstaat voor samenwerking met Assad. „Er is een strijd gaande binnen de regering”, aldus Gelb.

Als er inderdaad sprake is van onenigheid binnen Obama’s veiligheidskabinet, dan komt die ongetwijfeld voort uit het gebrek aan vooruitgang in de strijd tegen IS. Ondanks maanden van bombardementen door de VS en hun regionale bondgenoten is de terreurbeweging nauwelijks teruggedrongen. Alleen in Noord-Irak heeft IS enkele steden en dorpen moeten prijsgeven, mede dankzij de inspanningen van Koerdische strijders en shi’itische milities van de regering.

Hij is nodig in de strijd tegen IS

De Amerikanen en de Iraakse regering zijn nu begonnen met de voorbereidingen voor een offensief om de miljoenenstad Mosul in Irak te heroveren. De Amerikanen zijn eenheden van het ineengestorte Iraakse leger aan het selecteren. En in samenwerking met lokale troepen proberen de Amerikanen de aanvoerlijnen van IS naar Mosul door te snijden.

Maar in Syrië ontberen de VS een lokale partner die sterk genoeg is om gebieden te heroveren. Koerdische milities konden IS ternauwernood verjagen uit de Syrische grensstad Kobani, maar verder kunnen de VS niet veel van ze verwachten. En van het gematigde Vrije Syrische Leger is vrijwel niets over.

Het Westen zal koste wat kost willen voorkomen dat IS ook Damascus en andere grote steden in Syrië verovert, zodat het kalifaat dat IS voor ogen heeft, zich uitstrekt van Bagdad tot de Middellandse Zee.

Hij zegt: ik ben betrouwbaar

Assad probeert in te spelen op de angst voor zo’n groots kalifaat. Tegen Foreign Affairs zei hij dat hij twijfelt aan de Amerikaanse vastberadenheid in de strijd met IS. Hij omschreef de regionale bondgenoten van de VS – Turkije, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten – als steunpilaren van IS, en presenteerde zichzelf juist als een betrouwbare bondgenoot van de VS.

„Als je een oorlog tegen terrorisme wilt voeren, dan moet je troepen op de grond hebben. De vraag die je de Amerikanen moet stellen is: op welke troepen gaan ze vertrouwen? Het moeten zeker Syrische troepen zijn”, zei hij, een impliciete verwijzing naar het Syrische regeringsleger.

Assad zei tegen de BBC dat hij nu al via de Iraakse regering op de hoogte wordt gehouden van de luchtaanvallen op IS boven zijn grondgebied. Het gaat weliswaar om algemene informatie, van directe samenwerking is geen sprake.

Wil hij lid worden van de coalitie?

De interviewer van de BBC vroeg het op de man af: wilt u onderdeel worden van de coalitie? Assad zei dat hij pas met de Amerikanen wil praten als ze stoppen met het steunen van „terroristen”, zoals hij alle rebellen vanaf het begin van de opstand consequent heeft genoemd.

Dat is op dit moment zeker niet aan de orde, ondanks alle geruchten over mogelijke samenwerking. De VS hebben in Saoedi-Arabië juist een trainingsprogramma opgezet voor gematigde rebellen. Bovendien: elke vorm van rehabilitatie van Assad zet het voortbestaan van de internationale coalitie op het spel.

De geruchten over de onenigheid binnen de Amerikaanse regering leidde al tot felle reacties. The Washington Post schreef dat het als de „nieuwe en meest trieste indicatie van Obama’s capitulatie voor het oude denken” moet worden gezien. Met dit laatste doelt de krant op het steunen van autoritaire leiders in het Midden-Oosten, zoals de Egyptische president Sisi. Maar zover is het wat Syrië betreft echt nog niet, ondanks het charmeoffensief van Assad.