Het plezier van echt goed kijken

Frederick Wiseman is de Clint Eastwood van de documentairewereld. Inmiddels is hij van hoge leeftijd, maar hij is nog altijd uiterst productief en op het toppunt van zijn kunnen. In National Gallery portretteert hij het beroemde Britse museum zowel voor als achter de schermen; van de schoonmakers tot de directeur, van de specialist in lijsten tot een bijeenkomst waar blinden en slechtzienden worden ingewijd in de pronkstukken van het museum. Zelfs dichters en dansers komen eraan te pas, die zich laten inspireren door de kunstwerken in het museum.

Dat levert een geconcentreerd en veelzijdig portret op van een grote kunstinstelling die net als collega’s in Nederland te lijden heeft onder bezuinigingen, maar niettemin het niveau wil bewaken en niet te veel door de knieën wil gaan. De film is ook bijna een soort encyclopedie van het kijken op allerlei verschillende manieren en niveaus; van de historische context van schilderijen tot de formele opbouw van een beeldcompositie, van de samenstelling van de verf tot de kleinste nuances van het licht.

National Gallery is een ode aan kennis, kunde en concentratie, zonder ooit belerend over te komen of opvoedkundig te willen zijn. Dat klinkt misschien een tikje saai, maar dat is het zeker niet.