Een taai en zuinig jaar voor DSM

Caprolactam, vitamine E, nylon: er viel in 2014 lastig aan te verdienen. DSM in vier moleculen en één enzym.

Een makkelijk jaar was het niet, verzuchtte topman Feike Sijbesma van DSM vanochtend. Consumenten die niet meer massaal naar de vitamines grijpen, grondstoffen die te weinig opleveren, die dure Zwitsere franc, de economische malaise.

Vanochtend bracht het chemiebedrijf in Heerlen de jaarcijfers van 2014. Life science- en materialenbedrijf noemt DSM zichzelf liever, sinds het besloot zich los te wrikken van olie, een grondstof met een veel te grillige prijs. De cijfers waren niet denderend, maar ook niet dramatisch. Mede door een afschrijving halveerde de nettowinst, de omzet groeide licht.

Veel spijkerharde acties kon Sijbesma niet aankondigen: kostenreductie, efficiëntie, marketing, hier en daar wat afstoten. Wat moet je ook doen als je niet één, maar tientallen markten bedient?

Sinds DSM in 2001 z’n petrochemietak verkocht aan het Saoedische Sabic, richt het zich op voeding en materialen. Het idee is simpel. Onder het kopje ‘nutrition’ maakt DSM eetbare dingen: vitamines en enzymen voor mens en dier, conserveringsmiddelen, geurstoffen. En schoonheidsproducten. Onder het kopje ‘performance materials’ produceert het specialistische materialen voor onder meer auto’s, verpakkingen en smartphones. Wat niet onder die twee kopjes past, moet weg.

Dat klinkt heel strak en rationeel, maar voorlopig is DSM nog een bedrijf met veel verschillende producten voor veel verschillende klanten. Kippenboeren, vissers, elektronicafabrikanten, bierbrouwers, autoproducenten, farmaceuten, gezondheidsfreaks: DSM heeft voor iedereen wel wat in de aanbieding. Daardoor zijn er zoveel oorzaken voor dat de bedrijfsresultaten over 2014 zuinigjes zijn. De belangrijkste op een rij.