‘Eén op de vier jongeren beschadigt zichzelf’

Dat werd beweerd in het promotiefilmpje van het tv-programma Beschadigd

illustratie Jet Peters

De aanleiding

„Stanleymessen, scharen, scheermessen”, horen we een jonge vrouw zeggen. We zien onderarmen met littekens van snijwonden. De voice-over zegt: „Eén op de vier Nederlandse jongeren beschadigt zichzelf.” Dat was te zien in het promotiefilmpje van het nieuwe tv-programma Beschadigd (NCRV), donderdag op NPO3. Het is een vierdelige documentaireserie van Jessica Villerius, die eerder programma’s maakte over onder meer meisjeshandel, tbs en huiselijk geweld. Ditmaal behandelt zij dus zelfbeschadiging. Maar komt dat werkelijk zo vaak voor? Wij checken de stelling: ‘Eén op de vier jongeren beschadigt zichzelf.’

Waar is het op gebaseerd?

De bron voor de bewering was het beginpunt van de serie, vertelt de eindredacteur van Beschadigd ons: een „onderzoek van de KU Leuven dat verschenen is in de zomer van 2014”. Het gaat om de masterthesis van klinisch psycholoog Glenn Kiekens, waarvan een van de conclusies luidt „dat 24,3 procent van de adolescenten zichzelf al heeft verwond”. In het onderzoek zijn de antwoorden van 947 ondervraagden tussen de 12 en 19 jaar opgenomen, van wie iets meer dan de helft Nederlands was.

En, klopt het?

„Nee, dat klopt dus niet”, zegt onderzoeker (en inmiddels promovendus) Kiekens zelf. Meteen als we hem de stelling voorleggen nuanceert hij dat het gaat om het aantal jongeren dat zich „ooit weleens” verwond heeft – terwijl de implicatie van de bewering is dat één op de vier jongeren zich regelmatig of structureel verwondt. Maar dat valt op basis van zijn onderzoek niet te beweren, vindt Kiekens.

Daarnaast suggereert het filmpje dat het gaat om jongeren die in zichzelf snijden. De vraag in het onderzoek van Kiekens was echter veel breder: ‘Heb je zonder de intentie jezelf van het leven te willen benemen ooit met opzet jezelf gesneden, verbrand, geslagen, met je hoofd gebonkt, gekrast, wonden verhinderd te genezen of jezelf op een andere wijze verwond?’ Antwoord: ja of nee.

Met een kwart ja’s blijft het alsnog een hoog percentage, zeker in vergelijking met een andere gezaghebbende studie die onderzoeker Nienke Kool noemt, zelf gepromoveerd op de psychiatrische behandeling van zelfbeschadiging. Het Europese vergelijkende onderzoek dat zij noemt stamt uit 2005, en zegt dat 5,5 procent van de jongeren aangeeft „ooit opzettelijk te veel pillen te hebben geslikt of op een andere manier geprobeerd te hebben zich lichamelijk te beschadigen”. Voor dat onderzoek werden 4.377 Nederlandse jongeren bevraagd.

Hoe kan dat verschil zo groot zijn? Het onderzoek van Kiekens lijkt te deugen, zegt ook Kool. Is zelfbeschadiging onder jongeren dan zo sterk toegenomen in de afgelopen tien jaar? Het is wel meer uit de taboesfeer geraakt, heeft Kool gemerkt, waardoor het probleem vaker aangepakt wordt – maar het kan jongeren ook op ideeën hebben gebracht.

Een ander belangrijk punt is, volgens Kiekens, de vraagstelling. Dat bleek uit een Amerikaanse studie uit 2012, waarin alle bestaande onderzoeken naar zelfbeschadiging naast elkaar werden gelegd. Als simpelweg gevraagd werd of iemand zichzelf weleens opzettelijk pijn berokkend had, was het aantal ja’s veel kleiner dan wanneer er een checklist van mogelijkheden gegeven werd (zoals jezelf slaan, hoofdbonken, etc.). Dat laatste deed Kiekens voor zijn onderzoek.

Maar, zegt hij erbij, die zelfbeschadiging kan ook eenmalig, experimenteel pubergedrag zijn – en nog geen teken van grote psychische problemen. Hoofdbonken vertegenwoordigt het grootste deel van de ja’s in Kiekens’ onderzoek: dat heeft 13 procent weleens gedaan. 6 procent zei zichzelf ooit te hebben gesneden.

Conclusie

De stelling is te kort door de bocht, want één op de vier jongeren heeft zich ooit weleens opzettelijk verwond – zoals op de website van Beschadigd overigens wel netjes staat. Maar dat zegt nog niets over structureel gedrag. Daarom beoordelen we de stelling als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip ons via Twitter met de hashtag #nextcheckt