Een helder klinkend ruimteschip

Hongaar Gergély Bogányi ontwikkelde een nieuwe piano uit onvrede met de klank van klassieke concertpiano's.

Gergély Bogányi (41) heft voorzichtig zijn handen van het klavier. Terwijl de laatste toon lang en vol doorklinkt, kijkt de concertpianist triomfantelijk naar de toehoorders in de catacomben van het Budapest Music Centre. Hij wil een punt maken. De glanzend zwarte vleugel met golvende romp die zijn naam draagt werd op internet vergeleken met het Starship Enterprise uit Star Trek. Maar, stelt Bogányi: dit ontwerp is geen designgimmick, wel een poging om de concertvleugel opnieuw uit te vinden.

Jarenlang stapt de man die op 22-jarige leeftijd de hoogste onderscheiding van zijn land kreeg voor zijn pianokunsten, gefrustreerd van het podium. Klassieke vleugels produceren niet het geluid dat hij in gedachten hoort wanneer hij Schumann, Chopin of eigen creaties speelt. Bogányi: „Wat innovatie betreft is er een eeuw bijna niets gebeurd in de pianowereld.” Tien jaar bouwde hij met een team techneuten aan een piano die wel aan zijn eisen voldoet. Vorige maand stelde hij het resultaat voor in Boedapest.

De Bogányi-vleugel heeft een gietijzeren frame, een gebogen onderstel zonder achterpoot die het geluid terugkaatst, een klankbord uit meer dan twintig koolstofcomposietlagen en aangepaste onderdelen zoals snaarpennen die voor een kleinere druk op het klankbord zorgen. Maar wat is de meest essentiële innovatie?

Bogányi: „We hebben ons vooral geconcentreerd op het klankbord. Na jaren van experimenteren is het ons gelukt: een klankbord uit koolstofvezelcomposiet in plaats van hout dat uitstekend klinkt. Toen het voor de eerste keer naar mijn flat gebracht werd, voelde het alsof je een nieuw wapen in je handen had. We hadden het klankbord aanvankelijk geïnstalleerd in mijn oude vleugel. Die moest ik opofferen voor de zaak.”

Wat is het effect op de klank?

Bogányi: „In de helderheid en de rijkdom van het geluid en de kwaliteit van de boventonen. Een neveneffect is dat het instrument goed bestand is tegen omgevingsomstandigheden. Traditionele piano’s zijn fragiel: transport, vochtigheid en temperatuur kunnen hen ontregelen.”

Tien jaar bouwen is lang.

Bogányi: „Een onderneming als deze is eigenlijk absurd. Inmiddels krijgen we fondsen van de Europese Commissie en geld van de Hongaarse Nationale Bank [wat voor controverse zorgde in Hongarije, red.], maar de eerste zeven jaar stopte ik er veel eigen geld in. Experimenten faalden regelmatig: er zijn honderden factoren die mis kunnen lopen. Ik durf niet te zeggen hoeveel piano-onderdelen we in totaal gesloopt hebben.”

De deskundigen in Boedapest overlaadden Bogányi’s vleugel vorige week met lof. Jazzpianist Gerald Clayton, die speelde op de voorstelling, verklaarde aan persbureau Reuters: „Het geluid voelt bijna alsof je in een zeepbel speelt, zo helder is het. Het is een nieuwe sensatie.”

Of de bredere muziekwereld er ook zo over denkt, moet nog blijken. Bogányi heeft al bestellingen binnen, zegt hij. Zijn atelier vervaardigt om te beginnen een serie van tien. Richtprijs: rond 200.000 euro. Bogányi: „Je kan onze piano niet op een goedkope manier maken.”