Dwars door de woestijn voor een festival

Het is pas in de zomer, maar als je naar Burning Man wilt moet je je vanavond al registreren voor tickets. Een kaartje kost wel 345 euro, en er komt nog veel meer bij kijken.

Een fiets is noodzakelijk bij Burning Man. Foto Natan Dvir / Polaris Images

Op dit moment is de woestijn in Nevada een droge, uitgestrekte vlakte. Maar als je eind augustus vanaf Highway 80 de afslag neemt bij het gehucht Wadsworth, 120 kilometer doorrijdt en dan de weg afgaat, recht de woestijn in, verrijst er ineens een stad: Black Rock City. De stad bestaat slechts één week per jaar en is de thuisbasis van het legendarische festival Burning Man.

‘Uitleggen wat Burning Man is, is alsof je een kleur moet uitleggen aan iemand die niet kan zien’, schrijft de organisatie op zijn website. Toch een poging: Burning Man is een tijdelijke experimentele samenleving, waar je je fantasie de vrije loop kunt laten. Behalve het verbranden van ‘The Man’, een houten mansfiguur van zo’n dertig meter hoog, is er geen programma. De bezoekers nemen alles mee wat zij nodig hebben en zijn zelf verantwoordelijk voor wat er tijdens het festival gebeurt. De organisatie, bestaande uit vijftig man, regelt alleen de randvoorwaarden zoals de kaartverkoop, veiligheidsvoorschriften en milieukeuring.

Deelname kan je dood betekenen

Burning Man vraagt veel van zijn bezoekers. Het terrein is moeilijk te bereiken, temperaturen stijgen er tot boven de 40 graden terwijl het er ’s nachts rond het vriespunt kan zijn. En er zijn ook nog regelmatig zandstormen. Bovendien zijn er nauwelijks voorzieningen: er is geen stromend water, geen elektriciteit, mobiele telefoons hebben geen bereik. Als je op de bonnefooi naar het festival komt, kun je in grote problemen komen. ‘Deelname aan dit evenement betekent vrijwillige blootstelling aan het risico van ernstige verwondingen of de dood’, staat er in koeienletters op de tickets.

„Het is niet alleen maar leuk”, zegt Bob Grill (62), die al dertien keer het festival heeft bezocht. „Als je niet van uitdagingen houdt, moet je vooral niet gaan.” Grill, in het dagelijks leven computerdocent in San Francisco, bouwt met een groep van zo’n honderd Burning Man-bezoekers elk jaar een groot kamp uitgerust met generatoren, koelkasten, vuilnisbakken en kookgerei. Mensen die voor het eerst naar Burning Man gaan, raadt Grill aan om zich aan te sluiten bij mensen die al vaker zijn geweest. „Voorzieningen delen, neemt een hoop zorgen weg”, zegt Grill. „Dan kun je je met volle aandacht richten op het festival.”

Burning Man gaat uit van een geefeconomie: bezoekers delen eten, drinken, kunst of ervaringen met hun medebezoekers, zonder er iets voor terug te verwachten. Wat, hoe en hoeveel er wordt bijgedragen, mag iedere bezoeker zelf bepalen. „Maar als zestigduizend mensen iets geven kun je waanzinnige dingen verwachten”, aldus de Nederlandse kunstenaar Daniël Rozenberg (45).

Rozenberg werkt onder de naam Dadara al ruim een decennium aan kunstinstallaties voor Burning Man. Zo bouwde hij in 2002 de ‘Fool’s Ark’, een reusachtige driemaster die hij van Nederland naar de woestijnvlakte van Burning Man liet verschepen en aan het eind van het festival verbrandde.

„Dat was een heftig moment”, zegt hij. „Ik had het hele jaar aan het schip gewerkt. Samen met bezoekers heb ik het tijdens het festival verder afgewerkt en beschilderd. Al mijn geld en energie zaten in dat schip. Ik dacht dat ik het moeilijk zou vinden om het in brand te steken, maar toen het in vlammen opging, vond ik het alleen maar mooi.”

Toch komen er 70.000 mensen op af

Ook als je geen kunstenaar bent, kun je bijdragen aan het festival. Rozenberg legt uit: „Je kunt een muziekinstallatie meenemen en plaatjes draaien, of flesjes water uitdelen. Omdat er geen douches zijn en er geen vuil water in de woestijn terecht mag komen is er altijd behoefte aan mensen die boven een emmer andermans haren wassen. Dat water moet worden opgevangen in een bak, die vervolgens in de zon wordt gezet zodat het water verdampt, want er mag niets achterblijven op het festivalterrein. Maar je kunt van alles doen, zoek vooral iets wat bij je past.”

De Nederlandse computerprogrammeur Willem Bult (28) bezocht Burning Man vorig jaar voor het eerst. Hij sloot zich aan bij een groep mensen die al vaker waren geweest, iets wat hij ook aanraadt.

Bult had geen ambitieuze plannen om iets bij te dragen. Van één van zijn groepsgenoten kreeg hij een paraplu waaruit water kon sproeien. „Het was een simpele constructie”, zegt Bult. „Maar het had een groots effect. Het was zo warm dat iedereen naar verkoeling snakte.”

In de loop der jaren is het festival veranderd. Zestien jaar geleden, toen Burning Man voor het eerst in Black Rock Dessert werd gehouden, waren er 15.000 bezoekers, nu zijn het er 70.000. De organisatie is geprofessionaliseerd en er zijn meer regels en veiligheidsvoorschriften.

„Een wild anarchistisch festival is het al lang niet meer”, zegt Burning Man-veteraan Grill. „Vroeger kon je zo hard als je wilde met je auto crossen en de gevaarlijkste bouwwerken meenemen. Dat kan niet meer nu het festival zo groot is.” Toch meent Grill dat de aard van het festival behouden is gebleven. „Het gaat om contact maken met anderen, om iets te scheppen uit het niets. Als je ervoor openstaat, kan Burning Man je leven veranderen.”

Dat geldt ook voor nieuwkomer Bult. „Ik had me er wel een voorstelling van gemaakt”, zegt Bult. „Ik had foto’s gezien en verhalen gehoord. Maar het festival ging al mijn verwachtingen te boven. Het was honderd keer zo intens.”

Burning Man eindigt ieder jaar met een enorme schoonmaak. Niets mag achterblijven. Geen kunst, geen chocoladewikkel, geen sigarettenpeuk. Zelfs de as van de objecten die zijn verbrand moet worden opgeruimd. Black Rock City verdwijnt, alsof de stad nooit heeft bestaan.