DSM maakt van alles wat voor iedereen - en dat is een probleem

Foto ANP

Kippenboeren, vissers, elektronicafabrikanten, bierbrouwers, autoproducenten, farmaceuten, gezondheidsfreaks, de hele wereld kan klant zijn van Koninklijke DSM. Het chemiebedrijf rekent op wel 9 miljard potentiële afnemers in 2050. Maar gaan die ook winkelen bij DSM?

Vandaag komt chemiebedrijf DSM (bijna 25.000 werknemers wereldwijd) uit Heerlen met jaarcijfers.

Update 7:43 uur. De winst van DSM is vorig jaar hard gekelderd, blijkt uit de jaarcijfers. De winst na afschrijvingen komt in 2014 uit op 145 miljoen: 46 procent minder dan het jaar daarvoor. De omzet steeg wel en komt 4 procent hoger uit op 9,2 miljard euro.

Dit zijn ze van de jaren hiervoor:

Nu richt het zich op voeding en materialen. Het idee is simpel. Onder de vlag nutrition maakt DSM eetbare dingen: vitamines en enzymen, conserveringsmiddelen, geurstoffen, en schoonheidsproducten. Onder performance materials vallen specialistische materialen voor onder meer auto’s, verpakkingen en smartphones. Wat niet onder die twee kopjes past, moet weg.

Dat klinkt heel strak en rationeel, maar voorlopig heeft DSM nog heel veel verschillende producten voor heel veel verschillende klanten. Dit zijn de belangrijkste oorzaken waarom de verwachtingen van de bedrijfsresultaten zuinigjes zijn. In - waarom niet - vier moleculen en één enzym.

1. Vitamine E

Vitamine E is goed voor de huid, de ogen, het slachtvee, de baby’s én de omzet van de voedingstak van DSM. DSM is de grootste vitamine E-producent ter wereld, maar de laatste jaren verdient het er stukken minder aan. In 2003 nam DSM de vitamineproductie van het Zwitserse Roche over. Een flink deel van de productie wordt nog steeds in Zwitserland gedaan. En dat is, met de sterke Zwitserse franc, heel duur.

En vitamine E is niet meer zo speciaal. DSM heeft last van sterke concurrenten zoals het Chinese NHU en ZMC.

2. Caprolactam

Caprolactam – nooit van gehoord, maar het zit overal in. Het is een grondstof voor nylon-6, wat weer een grondstof is voor verpakkingsmaterialen en sterke vezels.
Het bedrijf wil al een jaar van de caprolactamfabriek af, omdat het geen goedkope bulkstoffen meer wil maken die afhankelijk zijn van olie- en gasprijzen. Caprolactam levert bovendien te weinig op. Maar de verkoop schiet niet op. Berichten over de laatste gesprekken met plasticfabriek Ineos dateren uit november.

3. Akulon

Akulon is een vorm van polyamide-6: dun, doorzichtig plastic waar je kaas in verpakt. Akulon is één van de vele specialistische plastics die DSM maakt – de tak die DSM wil houden naast voeding.

De Amerikaanse aandeelhouder Third Point, die minder dan 3 procent van de aandelen heeft, is het daar niet mee eens. In een bericht aan hun beleggers zei het hedgefonds dat DSM alleen de lucratiefste voedingstak moet houden en de minder lucratieve materialentak moet afstoten. Maar helemaal geen materialen meer maken, dat wil topman Feike Sijbesma niet.

4. Ethanol

DSM wil ook in de biobrandstoffen. In ethanol uit cellulose om precies te zijn. Afgelopen zomer opende het bedrijf een bio-ethanolfabriek in Iowa, VS. Hier wil DSM nieuwe biobrandstoftechnologieën ontwikkelen en die verkopen.

De ethanolfabriek valt onder de tak ‘innovatie’. Die afdeling kost veel geld, maar moet nog wel meer gaan opleveren.

En Clarex

Clarex is geen molecuul, maar een enzym dat bierbrouwers helder bier geeft zonder dat ze het daarvoor hoeven te koelen. Het valt onder ‘food specialities’, een kleine tak met tientallen producten: yoghurtculturen, gisten, conserveringsmiddelen, smaakstoffen. Allemaal leuke dingen, waar DSM er zoveel van heeft.

Dat is een probleem voor DSM, vindt beursanalist Patrick Roquas van Rabobank. Niet zo’n “waaier aan activiteiten” maar “meer focus in de portfolio” zou het bedrijf goed doen, meent hij. Want als je niet op honderd terreinen, maar op tien innoveert, is de kans groter dat je daar voorop blijft lopen.