De zwangere bankier twijfelde

Wie? Riskmanager versus Van Lanschot Bankiers Wat? Kort geding over ontslag tijdens proeftijd van zwangere riskmanager Waar?Kantonrechter 's Hertogenbosch Wanneer? 22 januari 2015

Illustratie Lotte Klaver

Waarom

De vrouw is in juli 2014 bij Van Lanschot gaan werken. Ze deelde bij aanvang mee dat ze zwanger was, dat was volgens de bank geen probleem. Vlak voordat haar proeftijd afliep werd de vrouw – die op dat moment op vakantie was – gebeld dat haar contract niet werd verlengd. Ze zou te weinig initiatief hebben getoond. Van Lanschot schrijft haar: „U heeft in de achterliggende periode minder pro-activiteit getoond dan wij wenselijk achten in deze rol, zowel in het uitvoeren van werkzaamheden als in het aansluiting zoeken met collega’s binnen en buiten de afdeling.” De vrouw is zeer verbaasd.

De eis

Op de laatste werkdag voor haar vakantie sprak de vrouw nog met een leidinggevende die geen kritiek had. Ze zegt zelf dat ze zich zeer pro-actief heeft opgesteld en zelfs achterstanden op haar afdeling heeft ingelopen. De riskmanager vermoedt dat haar zwangerschap de reden is voor de opzegging. Ze eist te mogen terugkeren naar haar baan. Van Lanschot zegt dat er twijfel is ontstaan bij de personeelsfunctionaris na het gesprek vlak voor de vakantie van de vrouw. Ze zou niet voldoen aan het ‘Van Lanschot-profiel’. Die twijfels hadden andere leidinggevenden ook en daarop werd besloten haar toch te ontslaan. Dat moest tijdens haar vakantie omdat de proeftijd anders verlopen was. Van Lanschot zegt juist extra zorgvuldig te werk te zijn gegaan vanwege de zwangerschap.

De uitspraak

De schoonheidsprijs krijgt Van Lanschot niet van de kantonrechter. Ze hadden de vrouw eerder van hun twijfels op de hoogte moeten stellen. Maar ze hebben zich wel aan de regels gehouden en de vrouw kan niet bewijzen dat de bank zich schuldig heeft gemaakt aan seksediscriminatie vanwege de zwangerschap. Of er reden was om te twijfelen over haar inzet, moet in een bodemprocedure bij een andere rechter worden besloten. De kantonrechter kan geen reden vinden waarom het ontslag ongedaan moet worden gemaakt. De kantonrechter stelt Van Lanschot in het gelijk, beide partijen moeten de eigen proceskosten betalen.