De Togacolumn: Een advocaat dagvaarden zonder uitleg is niet goed

Iedereen moet er op kunnen vertrouwen dat alles wat hij zijn advocaat vertelt geheim blijft. De Togacolumn, over de kwestie van de gedagvaarde advocaat Nico Meijering – deze week door Britta Böhler, hoogleraar advocatuur aan de UvA.

Op 4 februari werd de advocaat Nico Meijering door de rechter-commissaris opgeroepen als getuige. De afgelopen tijd werden meerdere cliënten van Meijering geliquideerd, en de officier van justitie wilde de advocaat horen in deze liquidatiezaken. Aanleiding voor dit verzoek waren uitlatingen van Meijering in de media dat het kroongetuigenbeleid liquidaties in de hand werkt.

Het is evident dat een advocaat beschikt over informatie die ook voor anderen interessant kan zijn, zeker in een strafzaak.

Maar even evident is het dat een advocaat zich – behoudens zeer uitzonderlijke gevallen – op zijn verschoningsrecht zal moeten beroepen. Een advocaat heeft niet alleen het recht maar de plicht informatie die door een cliënt aan hem is toevertrouwd geheim te houden. Doet hij dat niet, kan de advocaat tuchtrechtelijk ernstig in de problemen komen.

De geheimhoudingsplicht van de advocaat is een belangrijke waarborg van een behoorlijk proces en dient ter bescherming van de rechtzoekende burger. Of het gaat om een strafzaak of een huurgeschil, een asielprocedure of een ondernemingsrechtelijk advies: iedereen moet erop kunnen vertrouwen dat alles wat hij zijn advocaat vertelt, geheim blijft. Adequate rechtsbijstand vereist dat de cliënt vrijelijk met zijn advocaat kan overleggen zonder te moeten vrezen dat vertrouwelijke informatie bij de tegenpartij of derden terecht komt.

Het gebeurt dus eigenlijk nooit dat een advocaat als getuige wordt opgeroepen.

In de kwestie Meijering staan dan ook twee vragen centraal: met welk doel heeft de officier van justitie de advocaat laten oproepen? En waarom heeft de rechter-commissaris gehoor gegeven aan dit verzoek?

Hebben officier van justitie en rechter-commissaris gedacht dat Meijering een verklaring zal afleggen? Dat lijkt onwaarschijnlijk. Te meer nu Meijering al van tevoren heeft bevestigd dat hij zich op zijn beroepsgeheim zal beroepen.  Of meenden zij dat Meijering zich niet meer kon beroepen op zijn verschoningsrecht omdat hij in de media uitlatingen heeft gedaan die in verband staan met de betreffende liquidatiezaken? Dit is eveneens niet waarschijnlijk. Want rechters en officieren van justitie weten uiteraard dat een advocaat in het belang van zijn cliënt ook met de media mag praten. Dat betekent niet dat de advocaat hierdoor zijn verschoningsrecht kwijt raakt en dus als getuige vragen van het openbaar ministerie moet beantwoorden.

Al met al was de handelwijze van openbaar ministerie en rechter-commissaris niet handig.  Want er wordt de indruk gewekt – ook indien dit niet de bedoeling was – dat de advocaat alleen werd opgeroepen om druk uit te oefenen en de verhoudingen op scherp te zetten.

Het oproepen van een advocaat is een handelwijze die om uitleg vraagt. Maar het openbaar ministerie wil niets kwijt over de kwestie Meijering. ‘Wij zeggen hier niks over’, aldus een woordvoerder. Ook vanuit de rechterlijke macht werd geen uitleg gegeven over het dagvaarden van de advocaat. Dat is jammer. Het gebrek aan transparantie is slecht voor de verhoudingen met de advocatuur en doet bovendien de reputatie van openbaar ministerie en rechters geen goed.

Britta Böhler is advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Miranda de Meijer, advocaat-generaal bij het ressortsparket in Den Haag.