De politiek wil nog veel meer gaan afluisteren

Veiligheidsdiensten moeten meer data mogen opvissen.

Minister Plasterk bij het debat, gisteren, over de geheime diensten. Foto Martijn Beekman/ANP

Hoe ‘ongericht’ gaan de Nederlandse geheime diensten straks te werk als ze bulkdata verzamelen over communicatie door burgers via telefoon en internet? Daar draaide het gisteren om in het Kamerdebat over ruimere bevoegdheden voor veiligheidsdienst AIVD en de militaire variant MIVD.

Met bulkdata kunnen de diensten onderzoeken wie met wie communiceert en vanaf welke locatie. Nu mogen ze dit alleen bekijken bij ‘niet-kabelgebonden’ communicatie. Maar intussen is zo’n 90 procent van de communicatie in Nederland ‘kabelgebonden’; internetverkeer via glasvezel bijvoorbeeld. Daarbij mag alleen het internet- of belverkeer van specifieke verdachte personen worden getapt. Om AIVD en MIVD voldoende zicht te laten houden op dreigingen, adviseerde de onderzoekscommissie-Dessens eind 2013 hen ook de kabel ‘ongericht’ te laten tappen – al zal het woord ‘ongericht’ niet terugkeren in het aankomende wetsvoorstel van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). „Dat halen we eruit”, zei hij gisteren.

Ongericht verzamelen van persoonsgegevens is namelijk strijdig met het grondrecht op privacy, vindt het Europees Hof van Justitie. Om de nieuwe wet Europabestendig te maken, moet sprake zijn van doelgericht spioneren. AIVD en MIVD moeten de minister daarom straks voor elke ‘inzameling’ laten weten waarom die proportioneel en noodzakelijk is, hoe lang ze data willen afvangen en hoelang ze die gegevens willen bewaren. De minister moet vervolgens toestemming geven. Toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten CTIVD spreekt zich erover uit. Als de minister het advies van die commissie naast zich neerlegt, kan de Kamer hem ter verantwoording roepen.

De vraag blijft wat de minister en de toezichtscommissie onder ‘doelgericht’ verstaan. Plasterk: „Je zou je kunnen voorstellen dat we een maand lang vastleggen wie er in Nederland met Syrië belt. Die data leggen we naast een lijst met nummers van mensen van wie we weten dat ze kwade bedoelingen hebben. Hopelijk zitten er nog twee nummers bij van mensen die ook in het netwerk blijken te zitten en die we kunnen gaan tappen.”

Zo kan het ook mogelijk worden communicatiedata van een stadswijk – zeg de Haagse Schilderswijk – enige tijd te onderscheppen. Onduidelijk is waar de grens ligt. Plasterk: „Gedurende een bepaalde periode de telefoondata van heel Nederland onderscheppen, zal nooit gebeuren.”

Een meerderheid van de Tweede Kamer, waaronder regeringspartijen VVD en PvdA en oppositiepartij PVV, sprak zich gisteren uit voor de plannen. Het CDA is welwillend. SP en D66 waren een stuk kritischer. Gerard Schouw (D66) wees erop dat Plasterk eerder verklaarde de effectiviteit van de nieuwe bevoegdheden niet te kunnen aantonen. Onder deskundigen in terreurbestrijding groeit de consensus dat bulkdata verzamelen weinig oplevert, maar wel veel analysecapaciteit vergt. Ook mist Schouw in het voorstel toetsing door een rechter.

Ronald van Raak (SP) noemde de waarborgen van het kabinet „een toneelstukje”. De onthullingen van Edward Snowden hebben volgens hem aangetoond dat Amerikaanse en Britse diensten via malware in computernetwerken wereldwijd data van onschuldige burgers verzamelen, die ook bij de AIVD kunnen terechtkomen. Plasterk zei daarop dat de VS in Nederland geen kabels kunnen aftappen, maar noemde spionage via malware een „serieus probleem”. Ook zei hij dat het in de inlichtingenwereld niet gebruikelijk is te vragen hoe diensten aan de informatie komen die ze delen.