Column

Cyberpessimisme

Je hebt cyberoptimisten en cyberpessimisten; de Brits-Amerikaanse ondernemer en schrijver Andrew Keen kunnen we moeiteloos tot de tweede categorie rekenen. Hij heeft onlangs een nieuw boek over zijn pessimisme geschreven: The Internet Is Not The Answer. Ik las in The Guardian een interview met hem waarin hij met allerlei prikkelende stellingen het cyberoptimisme te lijf gaat.

Internet, zegt Keen, zou het volk macht geven, een platform voor gelijkheid worden, een open gedemocratiseerde technologie zijn die ons bevrijdt door ons met informatie sterker te maken. In tegenstelling daarmee geeft internet macht en rijkdom aan slechts een handjevol mensen, terwijl het bestaande ongelijkheden – cultureel, sociaal en economisch - verergert. We zijn niet de begunstigden van internet, maar de slachtoffers.

Het begon volgens Keen met de beslissing van de Amerikaanse overheid in 1991 om internet aan de vrije markt over te laten. Daardoor werd het, zoals een Californische durfkapitalist heeft gezegd, „de grootste creatie van legale rijkdom in de geschiedenis van de planeet.”

Keen somt de ongelofelijke bedragen op die door Google (zevenmaal groter dan General Motors dat viermaal zoveel werknemers heeft), Facebook (meer waard dan Coca-Cola, Disney en AT&T), Amazon, Airbnb en Uber verdiend worden. Dankzij internet hebben al die bedrijven in korte tijd een monopoliepositie kunnen opbouwen. De gevolgen voor de werkgelegenheid zijn groot: alleen al Amazon zou in de VS 27.000 banen hebben vernietigd. Winkelbedrijven (ik moest ook even denken aan V&D en Blokker) bezwijken, onder uitgeverijen vindt een slachting plaats.

„We vinden het prachtig”, zegt Keen, „we gebruiken allemaal Amazon. (…) Het biedt fantastische service, absurd lage prijzen. Maar ten koste waarvan?”

Hij is ook erg bezorgd over de ‘de alles-gratis-cultuur’ van internet en de invloed daarvan op de werelden van kunst en media. „Als je geen geld krijgt voor je artikel, je foto, je film, je boek, je song, hoe moet je het dan verdienen? (…) Steeds werd gezegd: het is een jong medium, dat komt wel. Maar er kwam niets. Het is voor de creatieve mensen een ramp. (…) Uitgevers, muzieklabels, The Guardian – hoeveel geld hebben jullie de afgelopen jaren verloren, jongens? – bestaan uit mensen die kwaliteit willen leveren, maar ze worden weggevaagd. We vernietigen het oude, en wat komt ervoor in de plaats?”

Het is gemakkelijk Keens pessimisme met een schouderophalen af te doen. Hij draaft soms door en hij wordt nogal moralistisch als hij de sociale media aanvalt, alsof daar alleen maar agressieve malloten actief zijn – ook al kan het geen kwaad op de aanwezigheid daarvan te wijzen.

Maar zijn beweringen over de mediawereld zijn hoogst actueel en urgent, je kunt ze uit de mond van zo ongeveer elke hoofdredacteur horen. Ook raakt hij een zenuw als hij de megalomanie van een aantal bedrijven in Silicon Valley in Californië hekelt.

VPRO’s Tegenlicht maakte daar onlangs een onthullende reportage over. We zagen schatrijke hightech ondernemers met almachtsfantasieën over een wereld zonder politiek en overheid, ze wilden voor zichzelf reusachtige eilanden in zee bouwen om hun imperium te vestigen, en een van hen droomde al van Mars.

Nerds? Nee, creeps. Geef ze reële politieke macht, en Orwell kan uit zijn graf opstaan. Liefst met Churchill erbij.