Botsing tussen vorstin en staatsman

Abraham Kuyper, de ultraorthodoxe staatsman van ruim honderd jaar geleden, vond eigenlijk dat de jonge koningin Wilhelmina niet op de troon hoorde. Al was het maar omdat een vrouw in zo'n vorstelijke functie in strijd was met Gods ordonnantiën. Tegelijk vond Wilhelmina dat Kuyper een tiran was, die desondanks niet hard genoeg optrad tegen het rode oproer dat die dagen mede tegen het koningshuis gericht was. Zij wenste de autocratie van haar voorvaderen terug, terwijl hij als minister-president moet schipperen tussen de onaantastbaarheid van het gezag en de druk die op hem wordt uitgeoefend om een sociaal gezicht te tonen.

Die tegenstelling levert mooi materiaal op voor het toneelstuk Kuyper & Wilhelmina, geschreven door Ton Vorstenbosch die al menigmaal smeuïg wist te putten uit het verleden van het Oranjehuis. Daarbij worden de hoofdrollen gespeeld door Helmert Woudenberg, wiens Kuyper allengs een gekooide tijger wordt, en Merel Baldé als een meisjesachtige vorstin die desondanks steeds gedecideerder uit de hoek komt.

Zo liggen de conflicten klaar – en des te meer als er later ook nog een zekere Mathilde Westmeijer (Sara Marie Eweg) verschijnt die genoeg van Kuypers zwakheden weet om hem te kunnen chanteren. Ook haar aanwezigheid is gebaseerd op historische feiten – er is inderdaad een mejuffrouw Westmeijer in zijn leven geweest, al staat niet volledig vast wat precies haar rol is geweest.

De uitwerking van deze intrige wordt echter gehinderd, omdat de focus in de voorstelling telkens verschuift. Eerst is de meeste aandacht gericht op Wilhelmina, daarna op Kuyper en tenslotte op de enigmatische Mathilde. Elk van de drie spreekt in een monoloog het publiek toe over eigen en andermans zielenroerselen. Die monologen zijn beeldend geschreven, in de vormelijke taal die destijds in de betere kringen werd gesproken, en worden overtuigend gespeeld, ondanks de vele historische feiten die Vorstenbosch in zijn tekst verwerkte.

Maar de scènes waarin de confrontaties plaats zouden moeten vinden, zijn in de minderheid. Dat maakt Kuyper & Wilhelmina veel minder prikkelend dan het had kunnen zijn.