‘Blauwhelmen kijken weg bij verkrachtingen Darfur’

Het is in het zuiden van Soedan nog lang niet veilig. De VN kunnen nog niet naar huis, vindt Human Rights Watch.

Tanzaniaanse blauwhelmen van UNAMID bij een vluchtelingenkamp in Darfur, vorig jaar juni. Het kamp was drie maanden eerder overvallen. Foto Albert Gonzalez Farran/AP

Khadamallah is een jaar of vijftien, ze woont in Tabit in de Soedanese regio Noord-Darfur. Op de avond van vrijdag 31 oktober drongen regeringssoldaten het huis binnen waar zij met haar jongere broertjes en zusjes lag te slapen. „Ik pakte een stuk brandhout en sloeg er een van hen mee. Een soldaat sleurde me uit de kamer. Ze verkrachtten mij. Twee van hen drukten me neer terwijl de andere mij verkrachtte. Er stonden veel anderen omheen. Toen brachten ze me terug, bonden me vast en vertrokken”.

Het relaas van Khadamallah staat in een vanmiddag uitgebracht rapport van Human Rights Watch (HRW) over de massaverkrachting die in oktober plaatsvond in het dorp Tabit. In 36 uur tijd werden zeker 221 vrouwen en meisjes verkracht door regeringssoldaten, concludeert HRW op basis van uitgebreide telefoongesprekken met slachtoffers en getuigen.

HRW publiceert de bevindingen op een cruciaal moment. Eind deze maand komt VN-chef Ban Ki-moon met aanbevelingen voor een nieuw mandaat voor UNAMID, de gezamenlijke vredesmissie van de VN en de Afrikaanse Unie die in 2008 in Darfur aan de slag ging. De kans is groot dat het aantal blauwhelmen aanzienlijk zal worden verminderd, of dat er zelfs een ‘exitstrategie’ in werking zal treden.

Een debat over het beëindigen van de missie wekt de indruk dat de situatie in Darfur aanzienlijk is verbeterd, nadat daar tussen 2003 en 2006 honderdduizenden mensen werden afgeslacht door de Janjaweed, aan de regering in Khartoum gelieerde Arabische milities. Maar die indruk van teruggekeerde vrede is vals. Na jaren van betrekkelijke rust is het geweld sinds 2013 weer opgelaaid. Dat geldt voor Darfur, maar ook voor andere ‘oorlogszones’ in het zuiden die het regime van president Omar al-Bashir wil schoonvegen van opstandelingen.

Dorpen platgebrand

Regelmatig zijn er berichten over bombardementen. Volgens VN-experts werden vorig jaar in Darfur drieduizend dorpen platgebrand of vernietigd door het leger en pro-Soedanese milities. 430.000 mensen werden verdreven. Dit jaar al moesten ruim 100.000 mensen vluchten.

Mensenrechtenorganisaties denken dat het in deze omstandigheden niet verstandig is de bevolking aan haar lot over te laten, terwijl ze tegelijkertijd het huidige falen van UNAMID om daadwerkelijk bescherming te bieden fel bekritiseren.

„In dit rapport spreken we ons er niet over uit hoe stroomlijning van de VN-missie moet gebeuren. We zeggen alleen: het incident in Tabit illustreert waarom het zo belangrijk is om ogen en oren ter plaatse te hebben. Wij denken niet dat de VN naar huis moeten gaan als er massaverkrachtingen plaatsvinden op niet meer dan vijftig kilomer afstand van het hoofdkwartier van de VN-missie (in El-Fasher)”, zegt onderzoeker Jehanne Henry van HRW in New York. We willen dat dit soort schendingen wordt gedocumenteerd en dat ze niet zomaar worden weggemoffeld.

Het rapport over Tabit is daarom ook om een andere reden belangrijk. Het raakt het karakter van de VN-missie. Als eerste bracht vorig jaar de in Amsterdam gevestigde zender Radio Dabanga, dat uitzendingen verzorgt naar Darfur, het nieuws over de massaverkrachting naar buiten. Nu is ‘Tabit’ een cause célèbre geworden in het opgelaaide debat over de twijfelachtige opstelling van UNAMID in Darfur. Vorig jaar kwam een oud-woordvoerder van de missie, Aicha Elbasri, met onthullingen over manipulatie van de berichtgeving over geweldsincidenten en schendingen door het Soedanese leger. Haar boodschap: UNAMID knijpt vaak een oogje dicht, uit angst voor represailles van het regime.

Mensenrechtenkantoor

De informatievoorziening na het incident in Tabit bevestigt dat beeld. De regering ontkende – en ontkent – dat het incident heeft plaatsgevonden. Onderzoekers kregen slechts enkele uren toegang tot het dorp, en men kreeg niet de kans om er vertrouwelijke gesprekken te voeren, zonder de intimiderende aanwezigheid van Soedanese militairen. Naar buiten toe meldde het onderzoeksteam slechts dat bewijs of informatie over betrokkenheid van het leger ontbrak.

Toch heeft die terughoudendheid niet geholpen Khartoum mild te stemmen. Eerst moest een mensenrechtenkantoor van UNAMID dicht, vervolgens werd de missie in november schriftelijk aangezegd dat ze zich moest klaarmaken voor vertrek. „Soedan wil af van UNAMID, en ook veel lidstaten van de VN en de Afrikaanse Unie vinden het wel welletjes. Ze zijn het een beetje moe steeds weer de rekening te moeten betalen. Maar het zou onaanvaardbaar zijn als de blauwhelmen hun spullen pakken en naar huis gaan”, zegt Jehanne Henry van HRW. „We hopen op een rapport met een heldere visie. Er is niets mis met het huidige mandaat van UNAMID. Het gaat erom dat de deelnemende landen, vooral Afrikaanse landen, zich veel krachtdadiger opstellen. Tabit laat zien waarom dat nodig is.”