Bij ‘Paddington’ is ieder illegaaltje welkom

Wat het beertje Paddington ook doet, het gaat mis. En dat terwijl hij het zo goed bedoelt. Omdat hij zo beminnelijk en knuffelbaar is, neemt niemand het Paddington ook kwalijk als hij weer eens ergens chaos heeft veroorzaakt.

Dit is de eenvoudige premisse van de 26 Paddington-boeken van Michael Bond, waarvan de eerste in 1958 verscheen. Een deel van de verhalen is gebruikt in de film Paddington, waarin de geanimeerde hoofdpersoon in een live action-omgeving rondloopt, maar schrijver-regisseur Paul King voegde er nieuwe elementen aan toe. Zoals de proloog die zich afspeelt in ‘darkest Peru’, het geboorteland van het charmante beertje dat verzot is op marmelade. Deze miniatuur ‘origin story’ toont zijn afkomst en maakt duidelijk waarom hij naar Londen reist, waar hij aankomt op station Paddington – vandaar zijn naam.

„Zorg alsjeblieft voor deze beer. Dank u”, staat er op het kaartje dat om zijn nek hangt als hij verloren rondloopt op het treinstation waar de familie Brown ook net aankomt. Een minderjarig illegaaltje. Waar mevrouw Brown (Sally Hawkins) meteen compassie toont als ze de eenzame beer ziet, spoort meneer Brown (Hugh Bonneville) het gezin aan door te lopen: „Hij wil vast iets verkopen.” Toch nemen ze Paddington in huis, het begin van een kleurrijk avontuur dat de geest van de originele verhalen goed weet te vangen.

De door King toegevoegde scènes werken goed, vooral die met Nicole Kidman als kwaadaardige taxidermist die een opgezette Paddington aan haar collectie wil toevoegen. Eén scène valt jammerlijk uit de toon. Hierin gaat meneer Brown in travestie samen met Paddington een archief in en krijgt hij sjans met de portier. Dat valt niet alleen karakterologisch uit de toon – de gereserveerde en licht neurotische meneer Brown zou dat nooit doen – maar is een ook nogal tenenkrommend misplaatste poging tot Little Britain-humor.

Verder is het een humoristische, fraai vormgegeven film geworden die vooral dient als parabel over toenemende xenofobie in Engeland (en andere landen). Tegenover de wantrouwige, racistische buurman van de Browns plaatst regisseur King Caraïbische calypsomuzikanten – in terugkerende muzikale intermezzi – en de sympathieke antiekdealer Gruber (Jim Broadbent), een Hongaarse vluchteling. In de vrolijke wereld van Paddington is iedereen van harte welkom.