Assad probeert het Westen te paaien

De Syrische president presenteert zich in interviews als het redelijke alternatief voor IS. Er zijn tekenen dat de VS hier gevoelig voor zijn.

De Syrische president Assad gaf de afgelopen weken twee grote interviews aan westerse media. Foto Pan Chaoyue/Xinhua

„Een kinderachtig verhaal.” Zo kwalificeert de Syrische president Assad de beschuldigingen dat zijn leger barrel bombs inzet: goedkope bommen, gemaakt van olievaten, gascilinders en watertanks, gevuld met explosieven en schroot.

Het zijn zeer onnauwkeurige wapens. Ze worden vanuit helikopters op woonwijken en rebellenbolwerken geworpen. Door al dat schroot vallen veel burgerdoden, zeggen mensenrechtenorganisaties. Vorig jaar nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan die de inzet van vatbommen verbiedt.

Toch maakt het regime op grote schaal gebruik van scherfbommen. Dezer dagen nog, op buitenwijken van Damascus die in handen zijn van rebellen. Volgens lokale activisten vielen er ruim honderd doden. Toch zei Assad tegen de BBC: „Er zijn geen vatbommen, we hebben geen vaten.”

Het interview is onderdeel van een internationaal charmeoffensief van de president. Foreign Affairs publiceerde onlangs in de VS ook een groot vraaggesprek met Assad. Het was geen toeval dat hij juist dit blad had uitgekozen: gezaghebbend in kringen van Amerikaanse beleidsmakers.

Het Syrische regime ruikt een kans in het gevlij te komen. Officieel is Washington nog van mening dat Assad moet vertrekken: door zijn gruwelijke onderdrukking van de oppositie en de inzet van gifgas staat hij vrede in de weg. Maar door de opmars van IS en de betrokkenheid van Europese jihadisten in de Syrische burgeroorlog is het regime minder giftig geworden.

Andere toon in de VS

Vorig jaar kwam al naar buiten dat Europese inlichtingendiensten met het regime hadden gesproken. En sinds enkele weken zijn er tekenen dat de VS overwegen hun standpunt te wijzigen. Eerst merkte The New York Times op dat minister van Buitenlandse Zaken John Kerry een andere toon aansloeg. Hij eiste niet, zoals gewoonlijk, het vertrek van Assad, maar slechts dat hij de verantwoordelijkheid neemt voor zijn bevolking.

Vervolgens publiceerde Leslie Gelb, oud-voorzitter van denktank Council on Foreign Relations, een essay waarin anonieme bronnen binnen de regering zeggen dat Obama openstaat voor samenwerking met Assad. „Er is een strijd gaande binnen de regering”, aldus Gelb.

Als sprake is van onenigheid binnen het veiligheidskabinet, dan komt die voort uit het gebrek aan vooruitgang in de strijd tegen IS. Ondanks maanden van bombardementen door de VS en hun bondgenoten is de terreurbeweging nauwelijks teruggedrongen. Alleen in Noord-Irak heeft IS enkele steden en dorpen moeten prijsgeven, mede dankzij de Koerdische strijders en shi’itische milities van de regering.

In Syrië is er geen lokale partner die gebieden kan heroveren. Koerdische milities konden IS ternauwernood verjagen uit Kobani, maar verder valt weinig van ze verwachten. Van het gematigde Vrije Syrische Leger is bijna niets over. Sinds de VS gingen bombarderen, heeft IS alleen maar meer gebied in Syrië veroverd – het controleert nu grofweg eenderde van het land.

Syrische troepen

Assad probeert hierop in te spelen. In Foreign Affairs trok hij de Amerikaanse vastberadenheid in twijfel. Hij omschreef regionale bondgenoten van de VS (Turkije, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten) als steunpilaren van IS, en presenteerde zichzelf als betrouwbare partner.

„Als je een oorlog tegen terrorisme wilt voeren, moet je troepen op de grond hebben. De vraag die je de Amerikanen moet stellen is: op welke troepen gaan ze vertrouwen? Het moeten zeker Syrische troepen zijn”, zei Assad, een impliciete verwijzing naar het Syrische regeringsleger.

Assad zei tegen de BBC dat hij nu al via de Iraakse regering op de hoogte wordt gehouden van de luchtaanvallen op IS boven zijn grondgebied; algemene informatie, van directe samenwerking is geen sprake.

De BBC-interviewer vroeg het op de man af: wilt u onderdeel worden van de coalitie? Assad zei dat hij pas met de VS wil praten als ze stoppen met het steunen van „terroristen”, zoals hij alle rebellen consequent noemt. Dat is nu niet aan de orde, ondanks de geruchten over samenwerking. De VS hebben een trainingsprogramma voor gematigde rebellen. Bovendien: elke vorm van Assads rehabilitatie zet het voortbestaan van de coalitie op het spel.

Zelfs de geruchten over onenigheid binnen de Amerikaanse regering leidden al tot kritisch commentaar in de media. The Washington Post schreef dat het als de „nieuwe en meest trieste indicatie van Obama’s capitulatie voor het oude denken” moet worden gezien. Met dit laatste doelt de krant op het steunen van autoritaire leiders in het Midden-Oosten. Maar zover is het wat Syrië betreft echt nog niet, ondanks het charmeoffensief van Assad.