Zalen zullen sneuvelen

De Nederlandse poppodia zijn nog maar amper bekomen van live-sensatie John Coffey of de band uit Utrecht is terug met een nieuwe plaat. Met het album The Great News wordt de doorbraak definitief.

Zanger David Achter de Molen van John Coffey vorige maand tijdens Noorderslag in Groningen. Foto: Andreas Terlaak

Halverwege het gesprek dwalen de gedachten van zanger David Achter de Molen (26) even af: „Het is wel gek; het thema van John Coffey als we live spelen is feesten. Terwijl de thematiek van de songs en onze gesprekken zoveel dieper gaat. Misschien is dat een zwaktebod, dat we het belangrijker vinden om een feest te bouwen.”

Zo laat de recente historie van John Coffey zich wel lezen: als één groot feest. Als de Utrechtse band in 2013 het album Bright Companions uitbrengt, gaat Nederland overstag voor de furieuze en toch meezingbare punkrock. De hitjes worden live met een aanstekelijk enthousiasme gebracht waarbij niet zelden iemand (lees: David) aan het plafond hangt. „We hebben op het podium zoveel lol met elkaar, soms lijkt het op een huiskamer”, zegt gitarist Alfred van Luttikhuizen (30).

Bijna ieder poppodium in Nederland moet er dat jaar aan geloven, net als de festivals. Op Lowlands blijken de JC’s een maatje te groot voor de X-Ray. Tijdens dat optreden breekt een enorme moshpit uit, vaart de zanger in een rubberboot over het publiek en zingt een uitzinnige menigte zelfs buiten de loods mee.

Hetzelfde rondje wacht de band nu met het sterke album The Great News. Alfred heeft precies voor de albumpresentatie volgende week vrijdag nog even een weekje wintersport met zijn vrouw ingepland („Onze manager zei: ‘Ik heb dit nog nóóit meegemaakt. Dán op vakantie?!?’”). Maar één ding is zeker: vanaf dan is er geen sociaal leven meer.

Alfred: „Een goede vriend van de band heeft geen zin in dit jaar. ‘Gat-ver-dam-me, wordt het weer als 2013’, zei hij. Hij gunt het ons, daar niet van, maar deze band vraagt veel van onze omgeving.” David: „We hebben bruiloften overgeslagen en verjaardagen niet kunnen vieren, inclusief die van onszelf.” Alfred: „Alleen begrafenissen laten we niet schieten.”

En het wordt nog gekker

Dit jaar gaat zo mogelijk nog drukker worden. John Coffey deed in het verleden al België en Duitsland aan, maar de band zet nu nog meer in op het buitenland. Er staan ook albumpresentaties in Keulen en Brussel gepland. David: „Duitsland is zo groot, daar kun je anderhalve maand toeren.” Alfred: „Anderhalf?!? Véél meer!”

En als het even kan, gaan ze zo veel mogelijk op tour. Live is waar John Coffey het beste tot z’n recht komt. De kracht van de band ligt in de onbevangenheid; altijd lijkt het alsof John Coffey voor de eerste keer op het podium staat en dat niet kan bevatten. Ook al is de nieuwigheid er inmiddels wel vanaf. David: „Ik denk dat we daardoor meer focus krijgen. Niet dat die hele tray Jack Daniel’s op Paaspop gelijk op moet, maar dat je driekwart bewaart voor een dag later.”

Een beetje meer zelfbeheersing dus. Het is ook één van de thema’s op de nieuwe plaat, bij opener ‘Eagle chasing flies’. David: „Die titel komt van de rechter tijdens de zaak rondom Badr Hari en die mishandelde zakenman. Een adelaar vangt geen vliegen. Hij wilde meegeven dat je je bezig moet houden met dingen waar je voor gemaakt bent. Dat was ook de basis van dat nummer. Je hebt zoveel meer in je mars als je een paar zwaktes laat vallen.”

Voor de band is dat het feesten, want de volgende dag wacht immers weer een show. Ook dat publiek verdient een band die alles geeft. Alfred: „We toerden een tijdje met een andere geluidsman. Hij keek het aan en zei: ‘Jemig man, het lijkt wel een vrijgezellenweekend met jullie’. Ter verdediging: dat was wel op de Reeperbahn in Hamburg.”

Die christelijke achtergrond

Ook geloof is één van de thema’s op The Great News. Drie bandleden komen uit Barneveld, het hart van de bible belt. In het verleden werd de groep nog weleens weggezet als christelijk. Anno 2015 is dat niet meer het geval, maar het geloof roept nog steeds wel vragen op. David: „In het nummer ‘Son’ vraagt een jongetje aan zijn vader hoe het eigenlijk zit: is er een God, een hel, een hemel? En pa zegt dat hij het ook niet weet. Dat is een proces waar een bekende van me met zijn kind doorheen gaat. Hij was eerst heel gelovig, maar nu niet meer. Ik weet wat ik mijn zoon zal zeggen. Dat ik het niet weet, dat ik agnost ben.”

Alfred: „Ik zou ook zeggen: ‘Ik weet het niet, zoon.’ We hebben natuurlijk allemaal die christelijke achtergrond.” Daarna, tegen David: „Jij hebt het wel afgesloten, ik niet. Maar ik ben een stuk genuanceerder geworden. Ik kan niet meer hetzelfde beweren als ik tien jaar geleden deed.”

David: „Ergens dragen we die normen en waarden nog mee. We durven zacht te zijn voor elkaar.”

Zacht, maar tegelijkertijd zijn de leden ook zeer kritisch over hun werk. John Coffey wil geen gezapige band worden die over tien jaar op het podium staat terwijl het publiek mijmert over hoe goed de JC’s ooit waren. Alfred: „Voor mij is de muzikale erfenis heel belangrijk. Ik heb liever dat men over tien jaar zegt dat John Coffey drie briljante platen heeft gemaakt, dan dat ik met een bierbuik speel en iedereen zoiets heeft van: vroeger was het anders.”

David: „Als er een sleur dreigt of als ik merk dat we achteruit gaan... Dan is het snel klaar.”

Alfred: „...gelijk een afscheidsshow boeken. Doei.”