Veroordeling wegens ‘sodomie’ verlamt Maleisische oppositie

Maleisisch oppositieleider

Op grond van een omstreden wet en dito bewijsmateriaal gaat Anwar Ibrahim de cel in.

Oppositieleider Anwar Ibrahim sprak gisteren nog zijn aanhangers toe. Foto Manan Vatsyayana/AFP

De Maleisische oppostieleider Anwar Ibrahim verdwijnt voor vijf jaar de gevangenis in. Na jarenlange rechtszaken, met veel onverwachte wendingen, is Anwar vandaag door het Hooggerechtshof schuldig bevonden aan ‘sodomie’. Hij zou met een 23-jarige mannelijke medewerker van zijn partij „tegennatuurlijke seks” hebben gehad. Homoseksuele handelingen zijn in Maleisië verboden, op basis van een wetsartikel dat uit de Britse koloniale tijd stamt. Maar in de praktijk wordt homoseksualiteit meestal oogluikend toegestaan.

Anwar (67) sprak na zijn veroordeling van een politiek gemotiveerd vonnis om hem uit de weg te ruimen. „Ik blijf erbij dat ik onschuldig ben. Dit is een politiek complot”, zei hij vandaag tijdens de zitting. Na afloop vertelde hij de pers: „Het zal ze nooit lukken mij monddood te maken.”

Anwar is de enige bedreiging voor de regeringscoalitie Barisan Nasional, die Maleisië al sinds de onafhankelijkheid in 1957 met ferme hand bestuurt. Vooral onder leiding van oud-premier Mahathir Mohamad maakte de regering van het land een economisch succes. Anwar was destijds vicepremier maar kreeg later ruzie met Mahathir. Politieke vrijheden in Maleisië werden intussen vaak met voeten getreden. Het beleid om etnische Maleisiërs (tweederde van de bevolking van 28 miljoen) in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in de zorg en zelfs op de huizenmarkt voor te trekken ten opzichte van etnische Chinezen en Indiërs zorgt voor veel frictie.

Maar die spanningen worden consequent verzwegen. Mede daardoor loopt de populariteit van de regeringscoalitie terug en staat premier Najib Razak onder druk. Bij de laatste verkiezingen, in 2013, won de oppositie onder leiding van Anwar een absolute stemmenmeerderheid. Maar door het districtenstelsel, waarbij Maleisië zo is opgedeeld dat het moeilijk is voor de oppositie om te winnen, behield de regeringscoalitie de meerderheid in het parlement.

Nooit was de bedreiging van Anwar voor het establishment groter dan toen, totdat de rechtbank na de verkiezingen in hoger beroep een eerdere uitspraak van vrijspraak in de sodomiezaak verwierp. Dubieus bewijsmateriaal telde opeens toch weer mee, met de definitieve veroordeling vandaag als gevolg.

Anwar raakt automatisch zijn zetel in het parlement kwijt en wordt voor vijf jaar verbannen uit de politiek.

Premier Najib toonde zich vandaag tevreden: „Rechters zijn tot hun oordeel gekomen nadat ze al het bewijs op een onafhankelijke en evenwichtige wijze hebben bestudeerd”, zei hij. Of hij het, zonder Anwar, rustig krijgt valt te bezien. Na het vonnis werd voor het gerechtsgebouw fel gedemonstreerd tegen het vonnis en tegen de hegemonie van Najibs coalitie.