V&D is kaalgeplukt, Blokker heeft nog buffer

V&D en Blokker worden vaak over één kam geschoren. Toch zijn er cruciale verschillen tussen beide winkelketens.

Terwijl V&D zegt zijn voortbestaan te hebben veiliggesteld, openbaart zich ook een crisis bij Blokker. Het is de reden dat V&D en Blokker de voorbije dagen vaak in één adem worden genoemd. Beide ketens verkeren in moeilijkheden. Dat is helder. Maar om nu te zeggen dat ze exact hetzelfde doormaken – dat gaat te ver.

Natuurlijk zijn er overeenkomsten. V&D en Blokker zijn allebei meer dan honderd jaar oud: V&D dateert van 1887, Blokker van 1896. Het maakt ze instituten in de Nederlandse winkelstraat. V&D telt 10.500 werknemers (inclusief restaurantketen La Place), Blokker 7.000.

Beide winkelbedrijven opereren in een moeilijke markt. Juist in het middensegment waar V&D en Blokker zitten, gaat het slecht. Klanten weten massaal de weg naar de koopjeswinkels te vinden – denk aan het succes van Action, Primark en Lidl – en het midden heeft daar geen antwoord op.

De winkelketens proberen dat wel, daar niet van. Vorig jaar hebben V&D en Blokker (en Hema) een nieuwe strategie gepresenteerd: V&D in mei, Blokker drie maanden later. Klanten noemden Blokker „stoffig”, „sleets” en „onoverzichtelijk”, zei directeur Jack Peters, terwijl hij een rondleiding gaf in de vernieuwde winkel. „Wij zijn niet inspirerend”, zei toenmalig topman Jacob de Jonge van V&D. „Onze klanten missen winkelbeleving.”

De testwinkels van V&D en Blokker waren beduidend frisser en moderner (bij Blokker ging het tapijt eruit) en er was meer zorg besteed aan de sfeer in de winkel. Verder draaide alles om omnichannel. Dat betekent: aanraakschermen waarop klanten informatie over producten kunnen opzoeken en spullen die niet op voorraad zijn, kunnen bestellen. Voor hetzelfde doeleinde loopt één werknemer met een tablet door de winkel.

Dan de verschillen tussen V&D en Blokker. Het voor de buitenwereld opvallendste verschil is de grootte van de winkels. V&D is een warenhuisketen en heeft 63 grote winkels, veelal in de binnensteden van (middel)grote steden. Blokker is met 620 kleinere filialen meer verankerd in de lokale winkelcentra in kleinere gemeenten.

Een minder zichtbaar, maar cruciaal verschil zit in de bedrijfsvoering. Waar Blokker vanaf de oprichting in 1896 altijd een familiebedrijf is gebleven, is V&D dat al geruime tijd niet meer. Het oude Vroom & Dreesmann is sinds 2010 in handen van de Amerikaanse investeerder Sun Capital. De vorige eigenaar van de warenhuisketen was Maxeda, een consortium van private equitymaatschappijen onder leiding van het Amerikaanse KKR.

V&D is behoorlijk uitgekleed. Er zijn private equity-trucs toegepast die niet in het belang waren van de winkels zelf. Zo verkocht KKR alle panden in 2005 om ze vervolgens tegen gunstiger voorwaarden terug te huren. Ook zijn betalingstermijnen aan de leveranciers zover mogelijk opgerekt.

Een private equitymaatschappij wil rendement halen. Oók als een bedrijf in een krimpende markt zit of het anderszins moeilijk heeft. Dat betekent: snijden. Een familiebedrijf als Blokker gaat conservatiever te werk en heeft een gezonder eigen vermogen. Winst maken is niet het voornaamste doel – het bedrijf moet er immers ook nog zijn voor de volgende generatie.