Tijdloos, simpel en altijd stijlvol

Foto Introdans, Hans Gerritsen

Het was een meesterzet van Introdans, in 2007, om de vermaarde Lucinda Childs naar Arnhem te halen. De nu 74-jarige koningin van de minimal dance dreigde in Nederland enigszins in de vergetelheid te raken, al staan meesterwerken als Einstein On The Beach (1976, een samenwerking met componist Philip Glass en regisseur Robert Wilson), Dance (1979) en Available Light (1983) het toenmalige publiek nog scherp voor de geest. Haar werk is dan ook bij uitstek ‘tijdloos’. Reden waarom haar werk in The New York Times werd vergeleken met een zwarte cocktailjurk: simpel, perfect gesneden en altijd stijlvol.

Ook haar nieuwe werk Canto Ostinato, op delen uit de gelijknamige compositie van Simeon ten Holt, heeft die bedrieglijke eenvoud. Het basismateriaal voor de vier dansers bestaat bij aanvang uit simpele looppassen, lage sprongetjes en veel veranderingen van richting, steeds met een opgewekte, lichte energie. Langzaam ontwikkelt de dans zich naar elegante combinaties met hier en daar een lift (tilwerk). Maar de choreografie blijft, ook voor ongeoefende ogen, stap voor stap te volgen. Controleerbaar, zou Hans van Manen zeggen.

Het ‘venijn’ zit hem, voor de dansers, in de ruimtelijke en temporele ordening: telkens verschuiven patronen, richtingen en ritmes, waardoor Childs de uitstekende dansers dwingt tot een hoge mate van concentratie. En die reikt tot over het voetlicht.

Canto Ostinato heeft een toepasselijk simpele vormgeving: grijze kostuums, kaal toneel, met op het achterdoek een soort scannerscherm, waarop een, dan twee, dan vier verticale lijnen heen en weer bewegen, elk in een ander tempo. Enig ‘nadeel’ van Canto Ostinato is de duur, want de dertien minuten voelen als vijf en smaken naar meer.

Naast dit nieuwe werk van de oude meesteres en Ed Wubbes De dood en het meisje uit 1989 staan twee premières van beginnende choreografen op het programma. In l’un différent van de Belg Laurent Drousie verschijnen en verdwijnen dansers met behulp van een verrijdbaar scherm. Met hun maskers doen zij denken aan gezichtsloze personages op de schilderijen van De Chirico. Op een verhoging speelt Ewout van Dingstee Bach. De gesuggereerde dramatiek is flinterdun, maar dankzij Drousies krachtige, lenige stijl blijft het stuk overeind.

Hoewel Pockets to Unfold van de Spanjaard Jorge Pérez Martínez door veel illustratie visueel krachtiger is dan choreografisch, oogt het gedoe met in en uit elkaar scharende hekwerkjes wat knullig. Daarentegen loopt Martínez’ inventieve partnerwerk als een trein.