Sportieve fraude, in Italië kijkt niemand er nog van op

In Italië zijn 128 (oud-)voetballers, trainers en bestuurders beschuldigd van het manipuleren van wedstrijden. De Italianen reageren laconiek, het is het zoveelste schandaal.

Schaamte, moeheid of desinteresse? Italië liet het nieuws gistermiddag gelaten over zich heen komen: maar liefst 128 personen (voetballers, trainers en bestuurders) worden beschuldigd van matchfixing in Italië. Dat is de uitkomst van een groot onderzoek van de officier van justitie van Cremona. Onder hen bevindt zich ook de Italiaanse bondscoach Antonio Conte.

Conte wordt ervan verdacht sportieve fraude te hebben gepleegd als trainer van Siena, een voetbalclub uit de Serie B (tweede niveau in Italië) waar hij in 2010 en 2011 werkzaam was. De oud-voetballer zou op de hoogte zijn geweest van twee ‘verkochte’ wedstrijden (Novara-Siena en AlbinoLeffe-Siena). Het Italiaanse Openbaar Ministerie wil dat Conte hiervoor terechtstaat. Het proces begint waarschijnlijk in de herfst.

Conte had gisteravond spoedoverleg met Carlo Tavecchio, voorzitter van de Italiaanse voetbalbond. Dat gesprek ging echter niet zozeer over het afgeronde onderzoek, maar ‘gewoon’ over de nationale ploeg. Die zit in een sportieve dip – Italië werd op het WK in Brazilië afgelopen zomer al in de groepsfase uitgeschakeld. Volgens de bondscoach werken de Italiaanse clubs onvoldoende mee om het nationale elftal weer succesvol te maken, waardoor er volgens hem een onwerkbare situatie is ontstaan.

Apathische houding

Behalve Conte worden ook tal van andere trainers, voetballers en bestuurders verdacht van sportieve fraude. Het onderzoek begon vier jaar geleden, toen de doelman van Cremonese (Serie C) zijn medespelers had geprobeerd te drogeren via drinkwater, om zo de uitslag van een wedstrijd te beïnvloeden. Ook het duel tussen Crotono en Atalanta Bergamo (2-2) uit april 2011 ligt onder het vergrootglas.

De apathische houding van de Italianen na het nieuws van gisteren zegt iets over de problemen in het Italiaanse voetbal. In 2006 was er ook al een groot schandaal – waarbij onder meer grote clubs als Juventus, AC Milan en Lazio Roma betrokken waren en gestraft zijn voor het manipuleren van wedstrijden – en met de laatste ontwikkelingen blijkt opnieuw dat sportieve fraude en corruptie diep geworteld zitten.

Zelfs spelers reageren soms laconiek op de schandalen. Gianluigi Buffon, doelman van Juventus en het nationale elftal, zei veelzeggend: „Als twee ploegen gelijk willen spelen, is dat hun zaak. Soms zegt men: twee gewonden is beter dan één dode.”

Het Italiaanse clubvoetbal verliest langzaam zijn geloofwaardigheid. De gevolgen zijn wekelijks terug te zien. Toeschouwersaantallen lopen terug, het voetbal oogt soms gecalculeerd (en weinig attractief) en successen dateren uit het verleden. Dit seizoen plaatste alleen Juventus zich voor de knock-outfase van de Champions League.

Die club lag afgelopen weekend opnieuw onder vuur, wegens een andere vorm van manipulatie. Juventus zou in de wedstrijd tegen AC Milan tv-beelden hebben gemanipuleerd bij het openingsdoelpunt van Carlos Tévez. Hij leek daarbij buitenspel te staan, maar een herhaling van de goal werd niet getoond – Juventus heeft, in tegenstelling tot alle andere Italiaanse clubs, de regie over de uitzendingen van zijn wedstrijden in eigen handen. Toen er geruime tijd later alsnog een herhaling volgde, leek er met de beelden te zijn geknoeid.