Obama laat het initiatief graag aan Merkel. Voorlopig dan

Angela Merkel en Barack Obama begrepen elkaar weer, toen ze gisteren naast elkaar op een persconferentie in het Witte Huis stonden. De taal vanuit Washington over de Oekraïne-crisis was de laatste dagen veel scherper geworden, tot ongenoegen van de Duitse Bondskanselier. Amerika sluit het sturen van wapens aan de Oekraïense regering voor hun oorlog tegen pro-Russische rebellen niet langer uit.

Obama benadrukte gisteren vooral zijn steun voor Merkels koers in de crisis. Zij is tegen het bewapenen van Oekraïense leger, omdat ze vreest voor escalatie op het Europese continent. Obama sloot zich daarbij aan: hij zei in de eerste plaats voor diplomatie en economische sancties tegen Rusland te kiezen. „De kans op een militaire oplossing van dit conflict is altijd klein geweest. Rusland heeft een enorme militaire macht”, aldus Obama.

Over het sturen van wapens naar Kiev heeft Obama’s regering nog geen besluit genomen. Maar, waarschuwde hij president Poetin, „ik heb mijn team gevraagd naar alle opties te kijken om de calculatie van Poetin te veranderen. Het sturen van wapens ter zelfverdediging is één van die opties.”

Merkel krijgt dus nog een kans om Poetin op andere gedachten te brengen. En dat is voorafgaand aan de conferentie in Minsk, komende woensdag, goed nieuws voor Merkel. Zij kan het westerse initiatief in ieder geval nog een paar dagen behouden, terwijl Obama vanaf de zijlijn toekijkt.

De vraag is wel of Obama echt gelooft in een diplomatieke doorbraak. Maar evenmin staat hij te springen om de leidersrol in de crisis van Merkel over te nemen. Het Witte Huis is niet van plan zich al te openlijk in de Oekraïne-crisis te mengen. Ten eerste omdat Amerika het een Europees probleem vindt, dat om Europees leiderschap vraagt. Maar ook omdat wapenleveranties een directe militaire betrokkenheid in de Oekraïense burgeroorlog zouden betekenen.

Obama neemt graag lang de tijd voordat hij een keuze maakt. Toch neemt de druk in eigen land toe om iets te doen aan de crisis. Vorige week begonnen grote namen zich uit te spreken voor militaire steun, onder meer NAVO-generaal Philip Breedlove. Een rapport van onder meer denktank Brookings, dat goede banden met de regering heeft, pleitte bovendien voor militaire hulp ter waarde van een miljard dollar per jaar. De plannen waren gedetailleerd: eerst moet de Oekraïense defensiemacht versterkt worden, later moeten er eventueel ook wapens voor offensieven geleverd worden.

Het onderwerp kwam ook ter sprake tijdens de hoorzitting voor de beoogde minister van Defensie, Ashton Carter. Hij zei tegen de Senaat dat hij „neigt” naar militaire steun voor Oekraïne, „inclusief wapens”.

Deze pleidooien kwamen niet van Obama. Maar ze komen wel uit zijn entourage. Het lijkt erop dat Obama proefballonnetjes oplaat, om te kijken wat de reacties zijn. Als het echt spannend wordt in Washington, dan is de regering-Obama geen debatclub. Dat zou betekenen dat dus ook Obama serieuzer is gaan nadenken over wapenleveranties.

Maar instinctief kiest de Amerikaanse president niet snel voor het grote gebaar in internationale kwesties. Zijn Nationale Veiligheidsadviseur, Susan Rice, hield afgelopen vrijdag bij denktank Brookings juist een pleidooi voor behoedzaamheid. Rice kwam met de term ‘strategisch geduld’: Amerika zoekt volgens haar niet naar „snelle oplossingen”, maar bouwt geduldig aan strategische samenwerkingverbanden. Vooralsnog is deze voorzichtigheid dominant in Obama’s manier van denken.