Column

Nooit is het verstand vol, we leven vlak bij de waanzin

Waarschuwing vooraf. Het is maar helemaal de vraag of ik vandaag wel bij mijn volle verstand ben. Compos mentis, zoals de juristen zeggen.

Het zat namelijk zo. Omdat ik onlangs door woningbrand dakloos ben geworden, zwierf ik een paar weken lang van het ene huis naar het andere, totdat ik een fatsoenlijke oplossing had gevonden. Nee, u hoeft geen medelijden te hebben. In vergelijking met de miljoenen ontheemden ter wereld zonder verzekering of opvang ben ik een dakloze de luxe. Een balling met bankpas.

Hoe dan ook. Door brand en ander getob waren het spannende tijden, en vorige week stond ik op een verlaten vakantiepark intens vermoeid de keukenkastjes te soppen van het huisje dat we net hadden verlaten, toen ik buiten rumoer hoorde. Ik ging kijken. Door de ruit in de voordeur zag ik een blonde peuter het pad op stommelen. En precies op het moment dat ik mijn hand uitstak om de deur open te doen, schoot de opgekropte spanning van de laatste weken in me los. ‘Het is natuurlijk geen echt kind’, riep een stem in mijn hoofd in paniek. ‘Het is een monster. In de vermomming van een peuter.’

Mijn moment van waanzin duurde hooguit anderhalve seconde. Toen zwaaide de deur open. ‘Ik wil naar mijn mama’, zei het meisje. Deze klassieke griezelfilmtekst liet me de situatie in de volgende seconde alweer vanuit een ander perspectief zien. Schattige tweejarige klopt aan bij sjofel huisje met daarin enge man die lijdt aan tijdelijke krankzinnigheid. ‘Kom maar’, zei ik. Ik pakte het kind bij de hand en bracht haar naar haar moeder, die me herkende als de ongevaarlijke gentleman die ik ben en die me vriendelijk bedankte. Sindsdien denk ik hier over na. Hoewel ik mezelf graag complimenteer met mijn geestelijke gezondheid, weet ik uit eerdere ervaring ook dat ieder mens vlak bij de waanzin leeft. Het is mijn geluk dat die waanzin steeds wijkt na een seconde of wat, maar ik neem de incidenten wel degelijk serieus. Tegelijk dringt de fundamentele vraag zich op hoe compos mentis je bent na afloop van zo’n seconde. Hoe betrouwbaar is mijn verstand doorgaans op deze plek?

Zo komen we bij de academische kwestie van de rationaliteit. Gedragswetenschappers weten dat het menselijk verstand grenzen heeft, dat informatie beperkt beschikbaar is en dat je nooit genoeg tijd hebt om de dingen tot op de grond toe uit te zoeken. We nemen rationele beslissingen en doen rationele uitspraken, maar de rationaliteit ervan is ingedamd door de context. Er is niet één moment in de tijd waarop je plotseling als bij toverslag echt bij je volle verstand bent. Nu liep ik daar al langer over na te denken, omdat ik dit jaar steeds struikelde over wetenschappers die verbluffend bij hun volle verstand leken te zijn. Ze bestempelden anderen tot kwakzalvers zonder aan te geven waar hun eigen gelijk vandaan kwam. Alsof ze dat ene moment hadden weten te grijpen en vast te houden waarop je vanuit een goddelijk standpunt de werkelijkheid in zo’n helder licht kunt zien dat je niet langer hoeft na te denken omdat je alles al weet.

Zo las ik dat de Vereniging tegen Kwakzalverij kritiek had op een congres over psychiatrie dat volgende maand wordt gehouden. Tijdens dat congres wordt gekeken naar voors en tegens van geneeswijzen die niet regulier zijn; vandaar dat de bijeenkomst volgens de anti-kwakzalvers niet als wetenschappelijk congres mag gelden. De congresorganisatie reageerde onthutst.

Een aanpak, schreef ze in een bericht, moet niet worden afgewezen op basis van persoonlijke overtuigingen, maar op basis van wetenschappelijk onderzoek. ‘Hierbij geldt voor het Centrum voor Integrale Psychiatrie het motto: onderzoek alles en behoud het goede.’ Kijk welke benaderingen effectief en veilig zijn. ‘Op deze wijze zijn therapieën die eerder alternatief waren zoals EMDR en Mindfulness later regulier geworden.’

Het was niet de eerste keer dat een wetenschappelijk organisatie zich tegen de anti-kwakzalvers moest verdedigen omdat ze onderzoek wilde doen. Een paar maanden geleden schreef een wetenschapsjournalist nog dat de Vereniging tegen Kwakzalverij zo’n hekel heeft aan onderzoek dat een verbod op ‘deze schadelijke anti-wetenschappelijke sekte’ op zijn plaats zou zijn. En hoewel me dat een wat al te homeopathische oplossing leek, kun je je erover verbazen dat wetenschappers de vereniging nog serieus nemen. En dat zoveel artsen er lid van zijn. Minister Schippers is zelfs sympathisant. ‘Het is goed dat een organisatie als de uwe ons scherp houdt over de stand van de wetenschap’, zei zij een paar jaar geleden. En ze leek het te menen.

Ik hoop maar dat de psychiaters straks gewoon vergaderen in het besef dat het verstand nooit vol is. Dan let ik intussen met argwaan op mijn eigen verstand.