Help, ik ben verslaafd aan WhatsApp!

Ook ik ben een van de 700 miljoen frequente gebruikers van WhatsApp. Maar zo’n groot onderdeel is de chatdienst van mijn leven niet, toch? Ik kan immers echt wel zonder. Dacht ik.

Om daar achter te komen ben ik in mijn eigen WhatsApp-data over 2014 gaan graven. Met één druk op de knop is de chatgeschiedenis met een bepaalde persoon te exporteren en versturen als .txt-bestand. Dit heb ik gedaan bij tien personen met wie ik het meeste contact heb via WhatsApp: mijn vriendin, vier vrienden, mijn ouders en broer, een collega en een groepschat waarin ik actief ben.

Vijf opvallende vondsten en confronterende lessen op basis van één jaar aan WhatsApp-data.

1 Ik ben verslaafd WhatsApp telt zo’n 9,5 miljoen Nederlandse gebruikers, concludeerde onderzoeksbureau Telecompaper in oktober vorig jaar. De omzetcijfers van het bedrijf – dat in 2014 door Facebook werd ingelijfd – kwamen in 2013 uit op zo’n 10 miljoen dollar. En ik ben dus een van die 9,5 miljoen. In een jaar tijd stuurde ik 17.289 berichten en ontving ik er 32.369.

2 Ik moet mijn ouders vaker appen Van de tien personen (+ groepschat) die ik geanalyseerd heb heb ik met mijn vriendin veruit het meeste contact via WhatsApp: gemiddeld 83 (!) berichten per dag. De rest varieert tussen de 0,8 en 5,4 interacties per dag. ‘Note to self’ op basis van deze data: mijn ouders en broer vaker een berichtje sturen.

3 Ik stuur minder terug dan ik ontvang Ik verstuur steevast minder berichten dan dat ik ontvang. Oftewel; mijn antwoordratio – een zelfbedachte term voor het aantal verstuurde minus ontvangen berichten – is altijd negatief. Al komt dit vooral door de groepschat – met vijf anderen – waar ik in zit.

Nog schokkender voor mezelf is dat ik op ieder uur van de dag wel minstens één bericht heb gestuurd, met een piek om vijf uur ’s middags. Waarschijnlijk iets in de trant van „Wat eten we?” of „Gaan we nog de kroeg in?”. Of allebei.

4 Na vijven is het (pas) tijd voor feest En mijn eerdere vermoeden lijkt te kloppen. Het is „All work and no play”, althans, tussen een en vijf uur ’s middags. Na vijf uur daalt het aantal berichten gerelateerd aan werk, en vanaf zeven uur ’s avonds gaat het vooral over ontspanning: feest, het cafe en bier.

5 Gelukkig heb ik nog vooral zin in dingen Veel apps over het werk dus, maar gelukkig heb ik vooral zin om dingen te ondernemen. Op basis van de zoektermen „zin in” komt het volgende beeld naar voren. En, je verwacht het niet, (correlatie = causatie, lijkt het) het aantal berichten met deze twee woorden piekt vanaf vijf uur ’s middags.

Stiekem vertellen de op het eerste gezicht nietszeggende chatberichtjes meer over mijn leven dan ik had verwacht. Ze geven indirect inzicht in mijn sociale leven buiten de smartphone om: met wie ga ik om, op welke tijdstippen en waar gaat het over? De ruim 17 duizend verstuurde berichten weerspiegelen voor een groot deel het verloop van mijn afgelopen jaar. Confronterend wellicht, maar onoverkomelijk in een tijd waarin een smartphone bijna een extra ledemaat is geworden. Gelukkig zijn er nog 9.399.999 andere Nederlanders met mij.