Gewoon een beetje aandacht voor mevrouw Van Lith

Het WijkLeerbedrijf stuurt zorgstagiairs de buurt in.

Stagiair Fazel Qaderi speelt een spelletje mens-erger-je-niet bij Neeltje van Lith thuis. Foto Rien Zilvold

De dagen van Neeltje van Lith (75) en haar zoon Arie de Jager (42) zijn overzichtelijk. Het ontbijt om 9 uur. De wandeling – met Van Lith in de rolstoel – tussen 12 en 3. En aan het einde van de dag, als Hart van Nederland is afgelopen, naar bed. De Jager trok bij zijn moeder in nadat zijn vader vorig jaar was overleden. Hij doet de boodschappen, kookt, maakt schoon en houdt zijn moeder gezelschap.

Alleen de donderdagochtend wijkt af. Dan komt Fazel Qaderi om Van Lith te vermaken. De 32-jarige Afghaan, die sinds drie jaar een verblijfsvergunning heeft, gaat met haar een spelletje doen, woordzoekers maken of een stukje wandelen.

Qaderi is stagiair van het WijkLeerbedrijf Schilderswijk. Daar worden mensen met ‘een grote afstand tot de arbeidsmarkt’, zoals immigrant Qaderi, gratis opgeleid tot ‘helpende zorg en welzijn’ (mbo niveau 2). De leerlingen lopen één dagdeel per week stage in de lichte zorg: wassen, steunkousen aantrekken, aankleden. Daarnaast doen ze iets waar de professionele thuiszorg en wijkverpleging allang geen tijd meer voor hebben: drie dagdelen per week gaan de stagiairs langs bij vooral eenzame wijkbewoners – om hun, gewoon, aandacht te geven. En om te helpen bij kleine praktische zaken, zoals boodschappen doen.

In het hele land zijn zeventien van deze WijkLeerbedrijven opgezet vanuit Calibris, een door de overheid gefinancierd kenniscentrum voor leren in de praktijk in de zorg-, welzijns- en sportsector. Dat gebeurt altijd in samenwerking met een onderwijsinstelling en zorg- en welzijnsorganisaties in de buurt.

De WijkLeerbedrijven worden grotendeels gefinancierd door de gemeentes waar ze actief zijn. Terecht, vindt Anne Marie Bas, die voor Calibris meerdere WijkLeerbedrijven coördineert: die helpen mensen van een uitkering naar een baan, en de wijk profiteert van stagiairs die de eenzaamheid van bewoners bestrijden. „Als de leerlingen zouden stagelopen in een verzorgingshuis, leveren ze niet zozeer iets extra’s op in de wijk.”

Samen koken

Juist die extra bezoekjes aan eenzame mensen hebben meerwaarde, zegt Bas. „Ik was vroeger wijkverpleegkundige. Als ik de deur achter me dichttrok, dacht ik soms: ik ben benieuwd wat ik volgende week aantref. Als je dan weet dat er tussendoor nog iemand is langs geweest om een spelletje te doen of samen te koken, dan geeft dat een gerust gevoel.”

Sommige cliënten leven helemaal op van het wekelijkse bezoekje van de stagiair. Zo zei een cliënt van Fazel Qaderi die eerder aan een depressie leed, tegen Bas: „Ik weet weer welke dag van de week het is, want woensdag komt Fazel.” En later vertelde de man dat hij zelf vrijwilligerswerk was gaan doen bij de Voedselbank. Bas: „Dat is mooi om te zien. Dan is het cirkeltje rond.”

In haar kleine woonkamer zit Van Lith deze donderdagochtend samen met Qaderi aan een houten tafeltje, naast haar bed dat in het midden van de kamer staat. Uit de jaren-60-radio klinkt Save your kisses for me. Van Lith en Qaderi spelen mens-erger-je-niet. Ze praten niet veel, maar lachen af en toe als er weer eens zes gegooid wordt of als Van Lith per ongeluk een pion omstoot.

Van Lith vindt het altijd „heel gezellig” als Qaderi er is. Waarom? Ze denkt even na. „Een babbeltje maken over alle dingen.” En Qaderi is „trots” op zijn werk. „Omdat ik hen blij kan maken.”

De opleiding was niet makkelijk. Zeker niet de eerste maanden. Qaderi had dan wel zijn inburgeringscursus afgerond, het Nederlands bleef lastig. „Ik kwam uit Afghanistan. Alles was nieuw. Het was heel moeilijk om mijn huiswerk te maken; om te schrijven.”

Tijdens de opleiding kreeg hij les in de Nederlandse taal. Dat zit standaard in het programma. De meeste leerlingen zijn ‘doorburgeraars’, zoals Bas hen noemt: mensen die de inburgeringscursus hebben afgerond en daarna proberen werk te vinden, hoe moeilijk dat ook is als je de taal nog maar minimaal spreekt. Er zitten mensen met een vluchtelingenstatus bij, en mensen die al langer geleden naar Nederland zijn gekomen, zegt Anouk Vogelzang, projectleider van het WijkLeerbedrijf in de Schilderswijk. „Zij willen de stap zetten om financieel zelfstandig te worden.”

Qaderi spreekt de taal inmiddels een stuk beter, ook al moet hij nog steeds naar woorden zoeken. Over twee weken is zijn laatste examen. Hij hoopt na zijn slagen snel werk te vinden in de zorg.

Geslaagden

Bij de eerste groep geslaagden van het WijkLeerbedrijf Schilderswijk ging dat heel goed, zegt Vogelzang. Twaalf van de zestien vonden betaald werk, vooral in de thuiszorg en ouderenzorg – hoewel het vrijwel alleen om oproep- en flexcontracten gaat. Een dertiende student gaat een vervolgopleiding doen.

Verdringen deze goedkope stagiairs anderen op de arbeidsmarkt? Nee, zegt Anne Marie Bas. De stagiairs voeren dan wel onder begeleiding zorgtaken uit, maar ze zullen nooit zomaar in hun eentje op pad worden gestuurd voor zorgtaken die „op het randje” van betaalde hulp zijn. „Dat zou alleen maar ten koste gaan van hun eigen toekomstige werk.”