Een laatste kans om veel grotere oorlog af te wenden

Alleen als ten minste zeven grote problemen worden aangepakt, maakt het overleg over een vredesbestand voor Oost-Oekraïne een kans. Als daar geen oplossing voor komt, dan is de route naar vrede onbegaanbaar.

De Oekraïne-crisis is beland in de fase van ultimata. Dmitri Peskov, de woordvoerder van het Kremlin die zo langzamerhand een zelfstandige politieke machtspositie heeft, ontkende gisteren dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel vrijdag president Vladimir Poetin voor het blok heeft gezet. Als Rusland niet voor woensdag zou instemmen met een Duits-Frans bestandsvoorstel zou de Europese Unie de sancties verder opschroeven, zo schreef The Wall Street Journal. „Niemand kan ooit met de president op een ultimatieve toon spreken”, reageerde Peskov voor de wereldomroep Moskou Spreekt.

Een dag eerder had Poetin wel aangekondigd dat hij, als het vooroverleg in Berlijn zou slagen, woensdag aanwezig zou zijn bij een topconferentie in Minsk. Daar moeten een nieuw bestand en een ‘routekaart’ naar vrede voor de Donbas worden beklonken.

De hoofdlijnen van zo’n akkoord, dat Merkel en Hollande vorige week in Kiev en Moskou op tafel hebben gelegd, zijn onbekend gebleven. Maar om de openlijke oorlog in de Donbas te beëindigen, moeten meerdere problemen aan de orde komen. Als die niet worden aangepakt, is de route naar vrede onbegaanbaar. Dit zijn zeven van die problemen:

Wapenstilstand

Het akkoord dat op 5 september in Minsk werd gesloten, heeft amper een dag soelaas geboden. Daarvoor waren twee redenen. Ten eerste ontbrak aan beide zijden de wil zich neer te leggen bij de status-quo van de frontlinies. Na de pijnlijke nederlaag bij Ilovaisk in augustus zonnen Oekraïense troepen op wraak. De pro-Russische milities lieten geen kans onbenut verder op te rukken, vooral rond de provinciale hoofdstad Donetsk en richting havenstad Marioepol. Ten tweede was de bufferzone, die vijf maanden geleden werd overeengekomen, te smal. De demarcatiezone was in totaal 30 kilometer, aan beide kanten 15 kilometer. De bevolkingscentra konden door deze breedte niet buiten bereik van de zware wapens worden gehouden. De voortdurende slag om het internationale vliegveld Sergej Prokofjev, waarvan de symboliek iets weg begon te krijgen van de strijd om Pavlovs Huis in Stalingrad, was daarvan het beste voorbeeld.

In een nieuw akkoord zou sprake zijn van een gedemilitariseerde zone van 50 tot 70 kilometer. Al het wapentuig van Oekraïners en pro-Russen zou achter deze grens moeten worden teruggetrokken. Maar wie ziet toe op handhaving van de demarcatielijnen? Waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) doen dat, maar ze hebben geen machtsmiddelen om de wapenstilstand af te dwingen.

Grenscontrole

Ruim vijf maanden geleden is in Minsk afgesproken dat de OVSE bij Russisch-Oekraïense grens controleren om vrije toevoer van wapens en soldaten tegen te gaan. Er is niets van terechtgekomen. Als de grens een vergiet blijft, kunnen de pro-Russische milities van de afgescheiden volksrepublieken Donetsk en Loegansk (samen Novorossia) met mensen en materieel bevoorraad blijven worden.

Fractievoorzitter Joeri Loetskenko van het Blok Petro Porosjenko in het parlement Verchovna Rada eiste gisteren dat de grens „uitsluitend” door Oekraïense grenstroepen wordt bewaakt. Van een vredesmacht, waarin Russen een dominante rol spelen, wil ex-minister Loetsenko niets weten. Het is ondenkbaar dat de rebellen daarmee instemmen.

Krijgsgevangenen

Beide partijen hebben gevangenen. Eind december werden er bijna 370 uitgewisseld: 145 Oekraïners tegen 222 pro-Russische rebellen. Dezer dagen zouden er volgens plan wederom ‘krijgsgevangen’ worden geruild. De uitwisseling van soldaten is het enige punt uit het Minsk-akkoord dat niet volledig is mislukt.

Bataljons en rebellen

In de Donbas vechten naast Oekraïense militairen en plaatselijke opstandelingen ook vrijwilligersbataljons uit Oekraïne en huurlingen uit Rusland. De centrale bevelslijnen aan beide zijden zijn diffuus. Binnen het pro-Russische rebellenkamp woedt een strijd die begin dit jaar zelfs uitdraaide op afrekeningen. De Oekraïense vrijwilligerskorpsen laten zich ook niet alles gelegen liggen aan het nationale commando in Kiev. Een aantal commandanten is eind oktober in het parlement gekozen en ontleent daaraan een eigen mandaat. Bovendien is er in separatistische gelederen sprake van een gevecht om bezits- en andere economische machtsposities in de Donbas. Ook dat is een reden voor ongehoorzaamheid als er vanuit Minsk topdown een wapenstilstand wordt verordonneerd.

Bestuurlijke autonomie

Rusland eist al bijna een jaar dat Oekraïne een federale staat wordt, waar de regio’s een veto hebben over buitenlandse politiek, handelsbeleid en militaire samenwerking. De machthebbers in Kiev willen niet verder gaan dan lokaal zelfbestuur in fiscale zaken, politiebeleid, onderwijs, taal en cultuur. Zonder autonomie voor de Donbas ontbeert elk bestand een basis in de plaatselijke samenleving. Maar de grenzen van die autonomie zijn precair. Rusland wil het gebied feitelijk losweken uit Oekraïne zonder dat het Moskou geld kost, zoals wel het geval is met de annexatie van de Krim. Kiev vreest dat vergaande autonomie het einde is van de integriteit van de eenheidsstaat Oekraïne.

Betalingsverkeer

De plaatselijke bevolking is zo goed als afgesneden van het normale Oekraïense betalingsverkeer. Privatbank, de grootste bank van Oekraïne, is genaast door de separatisten. Andere banken zijn dicht of niet meer in staat contant geld uit te betalen. Pinautomaten zijn leeg. Vooral bejaarden hebben daar last van. Omdat Kiev de pro-Russische rebellen ervan verdenkt lokale bankrekeningen te plunderen, is de betaling van de pensioengelden gestaakt. Deze stap is veroordeeld door Europa, dat vindt dat Oekraïne verplichtingen jegens zijn ouderen moet nakomen. Maar Kiev geeft nog geen krimp.

Dagelijks leven

Ook het functioneren van de nutsbedrijven is een probleem in de Donbas. Het oorlogsgebied is, net als de Krim, aangesloten op de Oekraïense netwerken voor water en elektriciteit. De regering in Kiev gebruikt dit als pressiemiddel. En daarbij blijft het niet. Talrijke nutsvoorzieningen zijn door de oorlog kapot of verwoest. De vraag is wie er voor de reparatie opdraait. Oekraïne wil dat niet zolang de rebellen er de macht uitoefenen. Rusland heeft er geen trek in omdat het tot ontkent direct betrokken te zijn. De burger kan zijn dagelijks leven niet hervatten als hiervoor geen oplossing wordt gevonden.

In september werden deze zeven problemen wel benoemd maar niet aangepakt, omdat de meeste partijen er geen belang bij dachten te hebben. Onder de dreiging van een nog veel grotere oorlog wordt in Minsk mogelijk een tweede poging gedaan. Het lijkt de laatste poging.