Dat geronsel voor de jihad stop je lokaal, in de straten

Zorg dat ronselaars niet meer bij scholen en buurthuizen komen, betogen de VVD-fractievoorzitters van de vier grootste steden.

Nederlandse jihadisten vormen een groot gevaar voor onze vrije samenleving. Vooral wanneer deze ‘Syriëgangers’ met wapens hebben leren omgaan. Sluipender is de dreiging die komt van ronselaars voor de jihad. Zij bewegen jongeren ertoe niet langer de Nederlandse wetten en regels te erkennen.

Krijgen zij iemand zo ver naar Irak of Syrië te reizen, dan komen de zogeheten ‘fixers’ in beeld: intermediairs tussen vertrek- en aankomstland. Ronselaars en fixers doen hun verachtelijke werk via internet, maar zijn ook zichtbaar actief in onze straten.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn open en tolerante steden waar verschillende groepen vreedzaam met elkaar samenleven. Een ieder die dat probeert te verstoren met intolerantie, haat of zelfs geweld, moet gestopt worden. Dat vergt niet alleen internationale en nationale maatregelen, maar ook lokale: ronselaars moeten hinderlijk gevolgd en verstoord worden, net zoals bij andere criminelen. We moeten ervoor zorgen dat ze niet meer bij scholen, buurthuizen en jeugdhonken kunnen komen. Daartoe hebben burgemeesters wel meer ruimte nodig. Denk bijvoorbeeld aan het opleggen van gebiedsverboden.

De Tweede Kamer nam vorige week een verruiming van de Voetbalwet aan. Deze wet geeft gemeenten de mogelijkheid huisarrest of gebiedsverboden op te leggen bij verstoringen van de openbare orde. Wij willen dat deze wet ook van toepassing wordt op verdachten van ronselpraktijken die indirect bijdragen aan de verstoring van de openbare orde. Naast gebiedsverboden stellen wij specifieke contactverboden voor. Bij overtreding is het spel uit en verdwijnt de ronselaar achter de tralies.

Aanpak van rekrutering voorkomt radicalisering en uitreizen. Als ze eenmaal geradicaliseerd, gehard en geoefend terugkomen, wordt de dreiging immers alleen maar groter. Uitreizen aanmoedigen, zoals enkele politieke partijen propageren, werkt niet. Op tijd ingrijpen wel.

De gemeente speelt een belangrijke rol in het bouwen en onderhouden van netwerken die radicalisering vroegtijdig kunnen herkennen. Netwerken waarin rekruteerders opgespoord en ontmaskerd kunnen worden.

Jongeren radicaliseren niet van de ene op de andere dag. Het is een sluipend proces waarbij het van kwaad tot erger gaat. Ook ouders en leraren weten nog onvoldoende wat ze met deze jongeren aanmoeten. Daarom is het zaak zo vroeg mogelijk zicht te hebben op radicalisering. Als ze weg zijn is het te laat.

Wat als preventie niet werkt en jihadisten toch uitreizen? Na terugkeer moeten zij onderworpen worden aan een strafrechtelijk onderzoek en behandeld worden in deradicaliseringsprogramma’s. Deze programma’s zijn niet vrijblijvend: als een teruggekeerde jihadist weigert mee te werken, kunnen voorwaarden voor verblijf in Nederland worden opgelegd, waaronder elektronische toezicht. Overtreding kan reden zijn voor gevangenisstraf.

Voor ons zijn vrijheid, democratie en de rechtsstaat niet onderhandelbaar. Daar valt niet mee te marchanderen. Dat systeem maakt ons land tot één van de meest vrije samenlevingen ter wereld. Het blijft alleen intact als je de randen beschermt en blijft opkomen voor deze waarden. Een taak voor zowel nationale als lokale overheid. Wij steunen het kabinet daarom in het voornemen om samen met gemeenten radicalisering en jihadisme te bestrijden en voorkomen.

Het nieuws dat een 18-jarige Utrechter betrokken was bij de terreurcel in het Belgische Verviers, die op 15 januari uitgeschakeld werd, leidde hier tot onrust. Burgemeester Jan van Zanen riep toen terecht op „gewoon door te gaan met leven”. Waar angst de overhand krijgt, sterft het vrije woord immers. We moeten het gesprek blijven voeren.

Tegelijkertijd moeten we ook in actie komen. Manieren blijven bedenken om radicalisering, ronselen en uitreizen naar landen als Syrië en Irak te voorkomen. Dat kan alleen als we de plannen van ronselaars in een zo vroeg mogelijk stadium dwarsbomen en onze burgemeesters daartoe meer mogelijkheden geven.