Column

Bejaardbeving

Hebben de ouderen onder u ooit last gehad van leeftijdsdiscriminatie? Zelf mag ik er niet over klagen, maar ik herinner me het verhaal van een winkelende, oude dame die een lekker geurtje had opgedaan en vervolgens merkte dat winkelmeisjes veronderstelden dat het een andere, jonge, klant was die zo heerlijk rook.

Een pijnlijk voorbeeld uit het dagelijks leven, maar het is de vraag of zulke discriminatie ook niet in omgekeerde richting gebeurt. Zo verdenk ik ’s zomers in het openbaar vervoer vooral jonge mannen tussen de 15 en 25 van ongewenste zweetluchten (luchtjes is te zwak uitgedrukt).

Ingrijpender is de leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt - in Nederland officieel verboden, maar vaak moeilijk bewijsbaar.

In The New York Times barstte een interessante discussie los over dit thema onder de titel ‘Ageism in Our Society’. Heather Dubrow, hoogleraar Engels aan de Fordham University, nam het voortouw. Ze wees op een bedenkelijke metafoor die nota bene paus Franciscus onlangs hanteerde, toen hij Europa aanduidde als ‘een grootmoeder, niet langer vruchtbaar en vitaal’.

Ik kan me voorstellen dat een oma die zichzelf respecteert aanstoot aan zo’n uitspraak neemt en denkt: laat die paus naar zichzelf kijken, ‘een man die misschien wel vruchtbaar is, maar geen grootvader mag zijn’.

Dubrow vraagt zich af waarom zoveel mensen zich kanten tegen de flagrante gevolgen van racisme of sociale vooroordelen, maar wel onbeschaamd aan leeftijdsdiscriminatie doen. Jeugd wordt geprezen, ouderdom gekleineerd. In Amerika wordt al het begrip ‘agequake’ gebruikt, ‘bejaardbeving’ dus.

Sommige lezers van The New York Times vonden Dubrow te somber. Zo schrijft Robert Stock, een oud-redacteur van de krant, dat nieuwe wetten de leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt hebben verminderd. Hij ziet ook meer oude acteurs in speelfilms en herinnert eraan dat Viagra en Cialis het seksleven van miljoenen bejaarden hebben verbeterd. „Wij oude mensen zijn vandaag in het algemeen gezonder en actiever dan onze grootouders.” Zijn conclusie: „Wij worden in toenemende mate meer gezien als deelnemers dan als nietsnutten, en als gevolg daarvan beter behandeld.”

Daar scoort Stock enkele belangrijke punten, al vind ik wel dat senioren het volste recht hebben om niets te nutten na een leven van hard ploeteren; dat is een keuze die ze zelf verdiend hebben.

Toch blijft ouderdom een stigma waar jongere mensen vaak met een grote boog omheen lopen, zoals blijkt uit het verhaal van Chloe Zerwick. Zij beschrijft zichzelf in haar brief als een hoogbejaarde vrouw die er 20 jaar jonger uitziet. Haar leeftijd hield ze verborgen totdat ze het nodig vond haar 90ste verjaardag te vieren. Er kwamen veel dierbaren en kennissen op haar feest. „Het was een heerlijke avond, twee jaar geleden. Maar niemand heeft me daarna nog uitgenodigd. Ik ben er zeker van dat het niet opzettelijk is. Het zijn lieve mensen die gewoon geen zin hebben om met zo’n oud iemand om te gaan. Misschien wijst het ze op datgene wat gaat komen.”

Ontroerend en veelzeggend, typeert Heather Dubrow in haar nawoord deze ervaring van Chloe Zerwick. Ik voeg er ‘wrang’ aan toe en eindig met een toepasselijk gedichtje van De Dikke Man (Ischa Meijer): In de natuur/ der mensen/ ligt de sterfelijkheid/ besloten/ komend uit/ de ballen/ gaan we/ ook weer/ naar de/ kloten.