Het werk is leuk, de baas wat minder

Foto AFP

Van de bijna 1 miljoen Nederlandse ambtenaren, leraren, agenten en andere werknemers in de publieke sector is ruim 8 op de 10 tevreden over zijn baan. Maar ze zijn niet allemaal even enthousiast over hun baas, de organisatie of de resultaten die ze bereiken. Vooral rijks- en gemeenteambtenaren klagen.

Dit blijkt uit een tweejaarlijkse enquête onder 24.000 werknemers in de publieke sector, afgenomen in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Donderdag verschijnen de resultaten van dit Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (POMO), maar de enquêtedata staan al op internet. Hieruit blijkt dat niet eerder sinds 1999 zo’n hoog percentage (82 procent) van de publieke werknemers ‘tevreden’ is. Bijna 9 op de 10 is ook ‘trots’ op zijn werk, meer dan 8 op de 10 vindt het ‘inspirerend’. Vooral gemeente- en rijksambtenaren, militairen en leerkrachten uit het mbo zijn minder enthousiast. 1 op de 10 heeft ’s ochtends geen zin om aan het werk te gaan. Defensiemedewerkers en rijksambtenaren delen de klacht dat hun organisatie ‘niet resultaatgericht’ is. Ruim eenderde bij Defensie en de politie, en 31 procent bij het Rijk geeft aan op dit punt tamelijk of zeer ontevreden te zijn. Als werknemers in de publieke sector klagen, is het vaak over hun directe baas en de manier waarop die leiding geeft. 20 procent van de rijksambtenaren is daarover ontevreden, bij gemeenten zelfs meer dan een kwart. Ook in het middelbaar (27 procent) en hoger beroepsonderwijs en bij de politie (beide 28 procent) vinden veel werknemers dat hun baas slecht leiding geeft.