Als het beest in de sporter ontwaakt

Sandro Wieser moet nog één wedstrijd wachten en dan mag hij weer voetballen. Dan heeft de speler, eind vorig jaar in opspraak gekomen door de ‘horrortackle’ die hij op een tegenstander had ingezet, zijn schorsing uitgezeten.

Het gebeurde in de Zwitserse competitie, in een wedstrijd tussen FC Aarau en FC Zürich. Wie de aanslag wil zien: YouTube. Al honderdduizenden bezoekers zagen daar hoe Wieser, rugnummer 8, met gestrekt been op een tegenstander, Gilles Yapi Yapo, afkwam. Hij raakte hem vol op de zijkant van de knie. Gevolg: Yapi Yapo liep acht verwondingen op aan kruisbanden, binnenband en meniscus. Hij is voor de rest van dit seizoen uitgeschakeld. Komt nog bij dat de 32-jarige voetballer, ex- international van Ivoorkust, voor volgend seizoen op voortzetting van zijn profcontract bij Zürich kon rekenen mits hij deze competitie een bepaald aantal wedstrijden voor zijn club zou uitkomen. Dat is nu niet meer haalbaar. Broodwinning bedreigd.

Wieser kreeg een rode kaart en werd zes wedstrijden geschorst. Maar nu mag FC Aarau zich verheugen op de spoedige terugkeer van de verdedigende middenvelder. Hij wel.

De international van Liechtenstein kon de periode van zijn schorsing bovendien mooi gebruiken om te herstellen van een oude blessure waarmee hij zelf had te kampen.

Wat is het toch dat het beest in de sportman doet ontwaken? Dat veel topsporters niet tegen hun verlies kunnen, nooit en nergens, is bekend. De wil om te winnen is van ijzer. Zoals bij die bokskampioen die een keu doormidden brak, nadat hij met biljarten een stoot had gemist. Wielrenster Marianne Vos vertelde ooit in De Muur dat als zij een spelletje gaat spelen tegen zichzelf moet zeggen: het is nu niet belangrijk dat je wint. En daarna wil ze tóch winnen. Allemaal aanvaardbaar, mits de keu is vergoed en Vos niet met dobbelstenen gaat smijten.

Maar wat soms op (voetbal)velden gebeurt, strijdt met elk fatsoensgevoel. Hoe dat komt? Sportpsycholoog Vana Hutter (Vrije Universiteit) zocht naar het antwoord en kwam uit op het begrip ‘morele ontkoppeling’. Een vertaling van moral disengagement, te vinden in onder meer Brits en Canadees wetenschappelijk onderzoek waarop Hutter een artikel op de website sportknowhowxl baseerde.

Iedereen die zich weleens in wedstrijdverband met sport heeft beziggehouden, ook al was dat op het niveau van Zwaluwen Vooruit 6, weet dat die duivel zich ergens verstopt. Hutter heeft het over de zorgzame vader die op het sportveld in een nietsontziend beest verandert. Of de aardige leerling die op het sportveld de scheidsrechter verrot scheldt. Eenmaal uit zijn kooi vreet het beest latent schuldgevoel op. Dan denkt de dader dat het doel de middelen heiligt. Of dat het altijd nog erger kan. Of rechtvaardigt hij zijn daad voor zichzelf omdat hij vermoedt dat de tegenstander hetzelfde wangedrag zou vertonen als de gelegenheid of de aanleiding zich zou voordoen.

Dat was niet mijn bedoeling zei Sandro Wiesel, die zijn tegenspeler per brancard van het veld zag verdwijnen. Nee, misschien niet. Maar door je been zo in vliegende vaart te strekken, neem je wel het risico dat je een tegenstander zwaar lichamelijk letsel toebrengt.

En dat is precies de beschuldiging waarmee FC Zürich naar het Openbaar Ministerie is gestapt. Hèhè, dat werd tijd: dat een sportclub of een sporter nu eens niet genoegen nam met het oordeel van de tuchtrechter, maar er een civiele zaak van maakt. Dat kan interessante jurisprudentie opleveren, bijvoorbeeld als de burgerrechter oordeelt dat mishandeling op het sportveld net zo zwaar moet worden bestraft als op straat. Met al die recidivisten kan het nog druk worden voor de balie.

Het goede nieuws is dat Zürich het herstel van Yapi Yapo niet heeft afgewacht. Zijn contract is vorige week verlengd.