Aanschaf vier drones mogelijk 50 miljoen duurder

Een medewerker van Defensie loopt met een drone, van het type ScanEagle. Foto ANP / Lex van Lieshout

De aanschaf van vier Amerikaanse Reapers, onbemande verkenningsvliegtuigen, lijkt minstens 50 miljoen euro duurder uit te vallen dan het ministerie van Defensie eerder schatte.

Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse Defense Security Cooperation Agency (DSCA), dat leveranties van defensiematerieel aan buitenlandse afnemers aankondigt.

Defensie in Den Haag schatte de kosten van de aankoop van de onbewapende drones in november 2013 op 100 tot 250 miljoen euro. Het DSCA, onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Defensie, meldde op 6 februari het bedrag van 339 miljoen dollar, 300 miljoen euro.

Volgens een Defensiewoordvoerder staat dat bedrag niet vast:

“Het DSCA informeert het Congres hiermee over voorgenomen leveringen. Wij moeten nog een officieel, precies prijsvoorstel ontvangen. Daarna volgen onderhandelingen. Mocht het bedrag alsnog hoger uitvallen, dan informeren we daar de Tweede Kamer over.”

Defensiematerieel valt vaker duurder uit

Kosten van nieuw defensiematerieel vallen vaker hoger uit. Nog op 30 januari berichtte minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) de Tweede Kamer dat de opwaardering van de Mk-48 torpedo’s voor de Walrus-klasse onderzeeboten “boven de mandateringsgrens van 100 miljoen euro zal vallen” en zal uitkomen “tussen de 100 en 250 miljoen”. Om hoeveel torpedo’s het hier precies gaat is “gerubriceerde informatie”.

Frankrijk kocht in 2013 zestien onbewapende Reapers met randapparatuur en reserveonderdelen voor 1,5 miljard dollar, Italië bestelde er in 2008 vier voor 330 miljoen dollar – cijfers dus, die vergelijkbaar zijn met de DSCA-opgave.