35 keer de telefoon checken

Ben je verslaafd als je het gebruik van Twitter, Facebook en WhatsApp niet meer in de hand hebt?

Kun je ‘verslaafd’ zijn aan internet? Nee, eigenlijk niet. Internet is slechts het kanaal naar potentieel verslavende inhoud: online games, goksites, pornografie of sociale media. Een alcoholist is immers ook niet verslaafd aan het loopje naar de slijterij.

Dat schrijven de drie auteurs van (het ironisch genoeg wel zo genoemde) boek Internetverslaving, dat vorige maand uitkwam. De samenstellers, therapeut Herm Kisjes en gedragsonderzoekers Davy Nijs en Tony van Rooij, brachten naar eigen zeggen voor de eerste keer Nederlandse en Vlaamse deskundigen op het gebied van internet gerelateerde verslavingen bij elkaar. Drie daarvan (excessief online gamen, gokken of porno kijken) zijn internetvarianten van al langer bekende verslavingen. Nieuw is dat er geschreven wordt over een verslaving aan sociale media en de smartphone. Wat als je het gebruik van Twitter, Facebook en WhatsApp niet meer in de hand hebt?

Het boek begint met een nuancering: het woord ‘verslaving’ lijdt aan inflatie. Tegenwoordig zegt iemand al snel van zichzelf dat hij ergens aan verslaafd is, terwijl daar volgens de auteurs pas sprake van is als iemand professionele behandeling nodig heeft na „een serieuze ontwrichting van het dagelijkse functioneren”. Het aantal mensen dat in Nederland behandeld werd voor ‘overig problematisch internetgebruik’, waar chatten en overmatig porno kijken onder wordt gerekend, was in 2013 tweehonderd. Dat is 0,6 procent van het totaal aantal behandelden in de verslavingszorg. Echt ‘verslaafd’ aan sociale media is, kortom, vrijwel niemand.

De auteurs spreken daarom liever van ‘habitueel’ gebruik. Zo beweert Mariek vanden Abeele van de Universiteit van Tilburg, die onderzoek doet naar de sociale implicaties van mobiele media op de samenleving, dat veelvuldig checken van de smartphone voor veel mensen een gewoonte is geworden. Een onderzoek uit 2011 wees uit dat de meeste smartphonegebruikers zo’n 35 keer per dag, veelal uit automatisme, hun telefoon checken.

Dat is minder ernstig dan een verslaving, maar niet per definitie onschuldig. Via de smartphone zijn mensen volgens Vanden Abeele constant op zoek naar kleine beloningen. „Vrijwel elke keer wanneer je je telefoon checkt, is er wel kans op een nieuw nieuwsbericht dat je kunt lezen, een paar nieuwe e-mails of statusupdates die je kunt bekijken of een berichtje waarop je kunt reageren”, schrijft ze. In een ander hoofdstuk stellen Kisjes, Nijs en Mayke Calis (die eerder met Kisjes het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving schreef) dat onze hersenen altijd op zoek zijn naar kortetermijnbeloningen. Een beloning die verder weg ligt, wordt lager ingeschat. Met andere woorden: nú op Facebook kijken krijgt voorrang boven straks eerder klaar zijn met werk. Wat daar precies de gevolgen van zijn, is grotendeels onduidelijk; het onderzoek ernaar staat nog in de kinderschoenen.

Maar meerdere studies wezen wel al uit dat 5 tot 10 procent van de jongeren problemen ervaart door veel met sociale media bezig te zijn: ze voelen zich eerder depressief, piekeren meer, doen het minder goed op school, slapen slecht en zijn sneller afgeleid. En Vanden Abeele noemt nog een ander effect: phubbing (een samenstelling van phone en snubbing). De mensen die offline in de buurt zijn, voelen zich genegeerd door iemand die constant naar dat schermpje kijkt.