Op lege maag Boko Haram bestrijden

In Nigeria zijn de verkiezingen zes weken uitgesteld omdat het leger de veiligheid in de door Boko Haram bezette gebieden niet kan garanderen. Maar wil de regering het extremistenprobleem wel echt oplossen?

De kolonel, commandant van de derde bevoorrading- en transportdivisie van de noordelijke stad Jos, stierf als een man. Dat is de troost waaraan zijn weduwe zich vastklampt. Dat is wat ze haar bezoekers vertelt, hoewel in haar ogen enkel het verlies van haar echtgenoot en de vader van vier dochters staat geschreven. „Hij stierf voor heel Nigeria”, zegt ze vastberaden. „Hij was The last man standing.” Doorzeefd met vijf kogels afgevuurd door de strijders van Boko Haram, terwijl zijn manschappen op de vlucht sloegen.

De weduwe, die om redenen van persoonlijke veiligheid niet met haar naam in de krant wil, bladert door het condoleanceregister dat op de stoep van haar huis ligt opengeklapt onder een vaas met witte rozen. „Hij stierf als een leeuw”, schrijven ze. „De herinnering aan jou blijft in ons geheugen. Rust in vrede”, tekent een kapitein. Haar echtgenoot stierf al op 8 september, als kolonel. De hoogste gevallen officier in deze opstand. Ze begroeven hem pas deze week, als brigadier-generaal. Zij kreeg zijn medaille: een purple heart.

Na die postume promotie en de eervolle begrafenis op de militaire begraafplaats in de hoofdstad Abuja heeft de weduwe maar één hoop: dat Nigeria van wat er gebeurde in die vijf tussenliggende maanden „iets heeft geleerd”.

Zaterdag kondigde de Nigeriaanse kiescommissie aan de verkiezingen voor president en senaat, gepland voor Valentijnsdag, zes weken uit te stellen omdat het leger de veiligheid van de kiezers niet kan garanderen in de drie deelstaten waar Boko Haram actief is. Alsof een opstand die al zes jaar door het noordoosten raast in zes weken kan worden opgelost.

Waarom plots zo bezorgd?

De oppositiepartij APC van Muhammadu Buhari beschuldigt de regeringspartij van zittend president Goodluck Jonathan ervan Boko Haram te gebruiken als excuus voor uitstel van verkiezingen die hij gaat verliezen. Waarom plots zo bezorgd, terwijl deze regering nimmer enige interesse toonde in het noorden? Waarom geeft deze regering eenderde van zijn door olie gespekte begroting uit aan defensie, maar komt daarvan zo bitter weinig aan bij de troepen aan het front?

Dat is politiek waar de weduwe niet in is geïnteresseerd. „De oorlog tegen Boko Haram is te winnen, zonder angst en zonder lafheid”, zegt ze boos. Haar man stierf in een hinderlaag, verraden door zijn eigen manschappen. Daar is ze van overtuigd. Op de avond voor zijn dood belde hij haar nog, en vertelde dat hij die nacht in het veld zou slapen bij het dorpje Baza. Boko Haram had het naburige Michika in de deelstaat Adamawa bereikt. Ze zouden de volgende dag toeslaan. Maar in de vroege ochtend omsingelde Boko Haram hun kamp. De kolonel stond recht overeind toen het vuren begon. Naast hem stond de zoon van voormalig president Olusegun Obasanjo, Adeboye, die gewond raakte in de kogelregen.

Dat is waar de kranten op 9 september over schreven. Niet over de kolonel die door zijn kameraden achter werd gelaten, kruipend in het veld, stikkend in zijn eigen bloed. „De informatie kwam van binnenuit. Soldaten laten zich omkopen door Boko Haram”, zegt de weduwe. Landverraad verlamt het Nigeriaanse leger, zegt de legerleiding. In een ondergrondse cel in de gevangenis van Jos, ooit gebouwd door de dictator Abacha, wachten 44 gedeserteerde soldaten op hun straf. Tientallen werden de afgelopen maanden ter dood veroordeeld. Honderden zijn ontslagen.

De weduwe belt een van de soldaten die er die dag bij was. „Ik ben de weduwe van de omgekomen kolonel. Ik wil je ontmoeten. Ik wil weten wat er is gebeurd”, spreekt ze met krachtige stem. De soldaat gaat akkoord. Na de kerkdienst komt een spichtige jongeman een fastfoodrestaurant binnengelopen. Hij is korporaal en wil om veiligheidsredenen niet met zijn naam in de krant. Aarzelend begint hij zijn verhaal. „Boko Haram omsingelde ons met APC pantserwagens, met luchtafweergeschut op Hillux (terreinwagens, red.). Ze hebben raketwerpers. Wij hebben alleen AK-47 machinegeweren. Op 250 man hebben we 12 raketwerpers, maar de granaten dateren uit 1976 en vuren meestal niet. We moesten wel vluchten.”

De weduwe luistert, terwijl haar hoofd tussen de schouders zinkt. Haar ogen houdt ze op de vloer gericht. De korporaal vertelt hoe ze de kolonel achterlaten en pas twee maanden later, op 28 oktober, terugkeren naar de plek van de aanval. „We kregen geen luchtsteun. Met machinegeweren hebben we het dorp weer ingenomen. We hebben uw echtgenoot geïdentificeerd aan de hand van zijn helm en de naam op zijn uniform.”

227 ontslagen soldaten

De weduwe huilt, voor het eerst sinds ze haar verhaal vertelt. „Heb je hem zelf gezien?” vraagt ze. „Yes, madam.” „Madam, soms worden we gevraagd om met tien kogels een dorp in te nemen. Elke keer als ik schiet, tel ik af naar de laatste.” Er zijn dagen dat de soldaten op een maaltijd per dag leven. Waarom de legerleiding geen luchtsteun biedt, geen pantserwagens ter beschikking stelt? De korporaal snapt het niet. Op 7 januari werd hij ontslagen. Zijn naam staat op een lijst van 227 andere ontslagen soldaten. Sommigen liggen nog in het ziekenhuis. Anderen zijn gesneuveld of MIA: Missing in Action. Zo dankt Nigeria zijn soldaten. De weduwe schudt haar hoofd. „Als ze dit probleem echt willen oplossen, dan hadden ze dat al lang gedaan.”