...maar de AIVD kan ze niet allemáál schaduwen

Morgen debatteert de Tweede Kamer over de inlichtingendiensten. Moet de dienst groeien, is de belangrijkste vraag.

Ongelukkig kan de AIVD er niet mee zijn. Waren er vorig jaar verhitte debatten over alziende inlichtingendiensten die digitale data opslurpen en de privacy van de burger bedreigen, inmiddels is het klimaat omgeslagen. Sinds ‘Parijs’ gaat er geen week voorbij of er vraagt wel een politicus aandacht voor kwetsbaarheden van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. En pleit voor extra budget.

Morgen en later deze week houdt de Tweede Kamer twee debatten over de AIVD, waaronder een van de fractievoorzitters met premier Rutte. Grote vraag: Is de dienst berekend op zijn taak?

1 Is er voldoende mankracht?

Wie gevoel wil krijgen voor de uitdaging voor de inlichtingendiensten op het gebied van contra-terrorisme, heeft misschien iets aan drie getallen. Bij de AIVD werken – naar eigen zeggen – ongeveer 1.500 mensen. De groep jihadisten die in de gaten worden gehouden, bestaat volgens de dienst uit „enkele honderden”. Volgens deskundigen zijn voor het permanent schaduwen, afluisteren, verwerken, analyseren en interpreteren van alle gegevens, twintig tot dertig mensen nodig – per jihadist.

Dat wordt dus zwaar selecteren, al wordt de AIVD bij het observeren geholpen door andere diensten zoals de politie. Volgens bronnen worden „acht á tien doelwitten” permanent gevolgd door de AIVD. Voor anderen is geen geld. Dit klinkt overigens enger dan het is, zegt de Leidse historicus Constant Hijzen die een proefschrift schrijft over de AIVD. „Dit soort diensten is juist getraind om te prioriteren en selecteren. Wie is echt gevaarlijk, wie iets minder en kun je ook elektronisch volgen? Er zal nooit genoeg geld zijn om alle risico’s uit te sluiten.”

Toch lijkt de huidige omvang van de AIVD te knellen. Er zijn ook andere dreigingen. De laatste jaarverslagen noemden spionage van Rusland en cyber-terrorisme. De AIVD moest onlangs een gepensioneerde medewerker inschakelen. De politie stelde extra mankracht ter beschikking voor het contra-terrorisme.

2 Is er voldoende analyse-capaciteit?

Dat inlichtingendiensten in hun contra-terrorisme zwaar moeten leunen op elektronische data, komt juist de AIVD goed uit. Juist Nederland beschikt immers over knooppunten van dataverkeer, zoals in Amsterdam, waar veel Europees internetverkeer langskomt - dat dus onderschept kan worden. Daarnaast wordt via gigantische schotels in Burum en Eibergen telefoonverkeer afgeluisterd van Talibaan in Afghanistan en piraten in Somalië.

De AIVD heeft echter last van overvloed en onbehagen. Wie analyseert al die terabytes aan data? Tien jaar geleden al, toen de dienst tientallen analisten wilde aannemen, verliep de werving moeizaam. „Er bestaat nog steeds een probleem in de data-analyse”, zegt terrorisme-deskundige Rob de Wijk. „Dat komt mede doordat er maar weinig mensen zijn die op een andere manier naar data kijken en daarin afwijkende patronen kunnen ontdekken”. Het was dit type specialisten dat in het voorjaar van 2011 de verblijfplaats van Osama bin Laden vond.

3 Hoe zit het met de talenkennis en informanten in de wijken?

Er speelt nog een ander rekruteringsprobleem, zegt De Wijk. Zijn er wel genoeg analisten en andere deskundigen aan het bureau die Arabisch kunnen lezen? En genoeg informanten in wijken waar jongeren radicaliseren? Een effectieve geheime dienst kan alleen goed functioneren als die tot in de haarvaten van de samenleving weet door te dringen.

4 Past de AIVD zich snel aan?

Op verschillende momenten in hun geschiedenis hebben BVD (voorloper AIVD) en AIVD bewezen traag te zijn met aanpassingen van hun strategie.. „De BVD richtte zich in de jaren zeventig nog lang op CPN'ers”, vertelt historicus Hijzen, „toen andere groepen zoals Palestijnen en Zuid-Molukkers al een grotere bedreiging voor de democratische rechtsorde begonnen te vormen.” En vorig jaar moest de AIVD erkennen dat de dienst overvallen was door de plotselinge groei van het aantal uitreizende jihadisten - onder wie ook veel meisjes.

De traagheid bij het inspelen op nieuwe ontwikkelingen, heeft te maken met het bureaucratische, enigszins stroperige karakter van de AIVD, zegt Hijzen. Daarnaast duurt het lang voordat specialisten en operateurs bij de AIVD goed zijn ingewerkt en hun meerwaarde bewijzen. „Het is echt een vak. Wil je dat goed onder de knie krijgen, ben je soms vier jaar verder”, aldus Hijzen.

5 Werken diensten goed samen?

Het afstemmen en uitwisselen van informatie tussen betrokken diensten blijft een uitdaging, zoals dat heet. Al in 2004 schreef de commissie-Havermans dat de „AIVD relevante informatie te weinig deelt.” Andere overheidsorganisaties „dienen inzicht te hebben in de relevante informatie van de AIVD”. Mede door de goede samenwerking tussen de huidige hoofden van AIVD en andere veiligheidsdiensten is dit probleem uit 2004 minder groot geworden, maar zeker nog niet weg. Dat jihadist Omar H. onlangs kon wegglippen, wijst -behalve op capacitettsgebrek - mogelijk ook op een misverstand tussen betrokken diensten.