Liefdesverhalen met een dosis cynisme vind ik de beste

‘Klinkt best sneu, hè?” David Nicholls (48) grijnst ongemakkelijk om wat hij net heeft gezegd. Hij vergeleek zichzelf met de hoofdpersoon Douglas uit zijn roman Wij – na een juichende bespreking bij DWDD was het vorige week de hoogste binnenkomer in de Nederlandse bestsellerlijst. Hij wilde er niet mee zeggen dat Douglas en de schrijver eigenlijk dezelfden zijn, benadrukte hij. Maar hij vroeg zich wel af wat zijn kinderen zouden kiezen: een weekend doorbrengen met alleen hun moeder of alleen hun vader.

En? „Hun moeder, zeker weten. Zij is gewoon de leukere ouder. Als ik alleen met ze ben, komt er een soort zelfbewustzijn over me heen, van onwennigheid. Ze vragen ook: waar is mama? Ze vragen mijn vrouw niet: waar is papa?”

Best sneu. Dat is de overeenkomst met Douglas, uit Nicholls’ nieuwe roman Wij. Douglas vraagt zich af of hij nog wel van betekenis is in het leven van zijn zoon en vrouw. Daar heeft Nicholls geen last van, hoor. „Ik ben geen slechte vader, maar ik ben wel altijd de redelijke stem. Die zegt dat ze naar bed moeten, dat ze hun groente moeten eten. En dat is, als ik om me heen kijk, niet ongewoon voor een man.”

Daarom heet het boek zeker ook Wij? Omdat het over ons allemaal gaat?

„Ah, dat lijkt een statement, hè? Zo is het niet bedoeld. Ik wilde dat het herkenbaar zou zijn, dat wel. Als mensen tegen me zeggen dat ze Douglas zijn, ben ik gelukkig. Maar de titel Wij gaat over het nieuwe ‘wij’ dat in een relatie ontstaat als er kinderen komen. Over wat er gebeurt als twee verandert in drie. De obsessie voor elkaar verandert dan vaak in de obsessie voor een derde persoon.”

Dus eigenlijk wat er gebeurt na het leven van One Day, dat over twintigers en dertigers gaat?

„Ja, dat leven wordt gedomineerd door vriendschappen, dates, carrières die nog niet vaststaan, van het ene flatje naar het andere verhuizen. Het leek me vreselijk om na One Day hetzelfde boek te schrijven. Douglas is het tegenovergestelde van Dexter uit One Day, die onbezonnen, zelfverzekerd en cool was. Dit is een man die onbetwistbaar van zijn vrouw houdt, een verhaal over het huwelijk, ouderschap en vaderschap.”

Omdat je zelf ook afvroeg hoe je een goede vader en man moest zijn?

„Toen One Day uitkwam had ik net jonge kinderen. En ik had me natuurlijk voorgenomen om die coole, relaxte, avontuurlijke clownvader te worden. Maar dan is het een regenachtige dinsdagmiddag, de kinderen hangen en zeuren. En dan zeg je toch die dingen tegen ze die je je had voorgenomen om nooit te zeggen.”

Het lijkt onvermijdelijk – en dat voelt pijnlijk, doordat je je zo gemakkelijk kunt identificeren met Douglas. En het huwelijk, denk je daar ook zo fatalistisch over?

„Voor mij begon dit verhaal met een vriend die heel terloops zei dat hij en zijn vrouw na dertig of veertig jaar misschien wel uit elkaar zouden gaan. Maar zestig is best jong tegenwoordig, dan heb je nog jaren te gaan, veel langer dan een paar generaties geleden.

„Hij was kalm, ik was geschokt. Ik denk zoals de meeste mensen over het huwelijk: best traditioneel en sentimenteel. Ik hou van het idee dat je een levenslange verbintenis aangaat. Maar toen ik begon te schrijven, kon het met het huwelijk van Douglas en Connie wat mij betreft twee kanten op – ik liet me sturen door het verhaal.”

Jij bepaalt als schrijver toch wat je vertelt?

„Maar ik moet het wel kunnen geloven – en ik heb vaak moeite om te geloven dat alles weer goedkomt. Ik wilde dat het absoluut niet sentimenteel of mierzoet werd. Ik wilde geen einde met zo’n groot gesprek waarna ze elkaar in tranen in de armen vallen. Die gesprekken bestaan in het echte leven niet, alleen in romantische komedies. Ik heb niet het idee dat mijn boek tot dat genre hoort.”

Nee? Toch voelt Wij wel behoorlijk als een romantische komedie.

„Het heeft een lichte toon, ja. Misschien moet je het bitterzoet noemen, want het verhaal over de onbeantwoorde familieliefde van Douglas is natuurlijk een verhaal over eenzaamheid en wanhoop. Dat betekent voor mij nog niet dat het niet grappig en warm mag zijn. Liefdesverhalen met een gezonde dosis cynisme vind ik altijd de beste.”