Kleine producties verrassen in Berlijn

Donderdag ging het filmfestival van Berlijn van start; regisseurs als Herzog stellen teleur, vooral goede kleine films vallen op.

Hoe kleiner de film, hoe beter. Die stelregel gaat tenminste op voor het filmfestival Berlijn. Afgelopen donderdag opende de 65ste editie van het festival. Terwijl met veel tamtam aangekondigde grote producties nogal tegenvallen, zorgen de kleine films voor aangename verrassingen. Grote namen als Werner Herzog en Terrence Malick kwamen met films naar Berlijn die niet kunnen tippen aan hun beste werk. Maar de Britse opkomende regisseur Andrew Haigh en Jafar Panahi, de Iraanse regisseur die een beroepsverbod kreeg opgelegd, leverden parels af.

Herzog heeft met Queen of the Desert een film gemaakt waaraan nauwelijks valt af te zien dat het een film is van de meester. Nicole Kidman speelt de avontuurlijke Britse diplomaat Gertrude Bell die begin vorige eeuw een leidende rol had in het Midden-Oosten. Herzog pleegt zijn hoofdrolspelers bloot te stellen aan enorme fysieke ontberingen. Maar niets daarvan in Queen of the Desert: hij kiest voor ouderwets kostuumdrama in dit would be-epos: meer zwijmelfilm over haar tragische liefdes dan een portret van een hoogst intelligente, avontuurlijke vrouw. Slechts aan een enkele aardige grap is de hand van Herzog te herkennen.

Terrence Malick, ooit een berucht trage werker, maakte de laatste jaren drie films achter elkaar: The Tree of Life, To The Wonder en nu Knight of Cups. Die opgevoerde productiviteit doet hem bepaald geen goed. In Knight of Cups speelt Christian Bale een succesvol acteur in Los Angeles die zich verliest in feestjes en topmodellen – steevast voorzien van hoge naaldhakken. Maar zijn spirituele leegte kan hij daarmee niet opvullen. De film bevat mooie beelden, maar te weinig om het gefragmenteerde relaas, volgestopt met een fluisterende en zijige voice-over, op gang te houden. Dan kan twee uur ineens verschrikkelijk lang zijn.

Nu de goede films. De Iraanse regisseur Jafar Panahi omzeilde – niet voor de eerste keer – het beroepsverbod dat de autoriteiten in Iran hem oplegden door met een simpele camera een film te draaien vanuit een taxi in Teheran. Hij zit zelf achter het stuur in een knap geënsceneerde film vol geestige ontmoetingen met passagiers, waarin hij en passant de absurde regels van de censuur in zijn land aan de kaak stelt.

Uit het Verenigd Koninkrijk komt 45 Years van de Brit Andrew Haigh, die drie jaar geleden doorbrak met de filmhuishit Weekend. De Britse iconen Tom Courtenay en Charlotte Rampling spelen een stel aan de vooravond van hun 45-jarige huwelijksdag. Hun lange huwelijk wankelt als hij een bericht ontvangt uit Zwitserland. Het lichaam is gevonden van het meisje met wie hij ooit zou trouwen, maar die bijna vijftig jaar geleden verongelukte tijdens een wandeling in de Alpen.

Dat zet hun levens op de kop: zij is jaloers op een vrouw die al een halve eeuw niet meer leeft, hij beleeft in zijn verbeelding het leven dat hij had kunnen leiden met zijn eerste liefde. Haigh bewees met Weekend al dat hij een enorm talent heeft voor het uitbeelden van intieme emoties, 45 Years bevestigt dat opnieuw met ingehouden, kleine scènes en gecompliceerde personages die niet louter een idee in het scenario belichamen; de beste film in Berlijn tot nu toe.