Je blijft citeren

De stormklok kon gezien de huidige toestand van de wereld maar één ding betekenen: mobilisatie. Zoals iedereen was Anthime daar wel een beetje op voorbereid, zonder het echt serieus te nemen, maar hij had nooit gedacht dat het op een zaterdag zou gebeuren’.

Die paar zinnen, uit het begin van de roman 14, zijn typerend voor de stijl van Jean Echenoz. Hij begint met een panoramisch camerabeeld rond Anthime, een jonge 23-jarige boekhouder.

Dan komt ‘boven in al die klokkentorens plotseling een piepkleine maar regelmatige beweging op gang’ en alles wordt anders. Anthime gaat naar de place Royale waar iedereen zich opgewonden verzamelt en treft er Charles. Die maakt zich geen zorgen over de mobilisatie.

De spanning in de roman komt, behalve uit de oorlogsellende en het lot dat de hoofdpersonen wacht, voort uit de relatie tussen Anthime en Charles. Ze worden bij hun vertrek naar het front uitgezwaaid door de mooie Blanche Borne, de enige dochter van de fabriekseigenaar. Terwijl Blanche ontdekt dat ze zwanger is, belanden de mannen in een wereld van ‘stank van wegrottende paarden en gesneuvelde manschappen in ontbinding, met daarbij de geur van pis en schijt en zweet, vuil en braaksel’.

Slechts een van de rivalen komt levend terug, hij verwekt bij Blanche een tweede kind.

De ‘Grande Guerre’ was de afgelopen eeuw een populair literair thema en Echenoz is de eerste die zich dat realiseert: ‘Misschien is het niet de moeite om nog langer stil te staan bij die smerige, stinkende opera. Misschien is het ook niet erg nuttig om de oorlog met een opera te vergelijken, ook al is die net als hij overweldigend, pompeus, buitensporig, vol langdradige passages, en ook al maakt die net als hij veel lawaai en is hij op den duur nogal saai’. Maar het is wel degelijk de moeite, je blijft citeren uit 14 – een weergaloze Echenoz in een magnifieke vertaling.