Het is af en toe net ‘Comedy Capers’ op de voetbalvelden

Veel onzorgvuldige hoekschoppen en verdwaalde vrije trappen dit seizoen op de Nederlandse velden. Het ontbreekt in de eredivisie aan pure specialisten. Een kwestie van concentratie en urenlang individueel oefenen.

Excelsior-speler Jeff Stans scoort (1-0) tegen FC Twente uit een vrije trap. Foto Peter Lous/ANP

De bal ligt net buiten het strafschopgebied, schuin links voor het doel van SC Cambuur. Heerlijke positie voor een voetballer met een sterk rechterbeen. Vloeiende krul en hij hangt in de kruising, moet ook Jens Toornstra van Feyenoord denken. Hij is de vrijetrappenspecialist van de ploeg. De aanvaller neemt een korte aanloop van zo’n vijf passen en perst alle kracht in het schot. Het resultaat: hard in de muur.

De Kuip zucht. Het is even voor één uur, dit wordt nog een lange zondagmiddag.

Verdwaalde vrije trappen

Onzorgvuldige hoekschoppen en verdwaalde vrije trappen bij Feyenoord - SC Cambuur (2-1). En niet alleen in Rotterdam. Het is dit seizoen af en toe net Comedy Capers op de Nederlandse voetbalvelden. Vrije trappen die hoog in de tribune eindigen. Of juist laag in de voeten van de tegenstander. Corners die soms zo slecht gemikt worden, dat ze in de tegenaanval meer gevaar opleveren voor het eigen doelgebied.

En dat terwijl standaardsituaties steeds belangrijker worden in het voetbal. Het is de ideale kans om snel en koelbloedig toe te slaan. Maar dit is de eredivisie, speeltuin voor fouten. Soms hoop je dat oud-specialisten als Pierre van Hooijdonk, Ronald Koeman of Frank de Boer hun voetbalschoenen weer aantrekken. Dat ze even laten zien hoe het moet, een vrije trap afvuren. Hogere wiskunde is het niet, het is vooral concentratie: kijk waar de doelman en de muur staan, kies een hoek, neem een fatsoenlijke aanloop, maak een hupje bij het vertrek, buig een beetje achterover met het lichaam en schiet de bal. Een kind kan de was doen.

Dat het wel goed kán, lieten twee spelers afgelopen weekend zien. Memphis Depay ramde zaterdag voor PSV mooi een vrije trap binnen tegen FC Utrecht. En Jeff Stans van Excelsior slingerde een bal knap om de muur van FC Twente. Ook Lasse Schöne van Ajax beheerst het trucje. Zij zijn de uitzonderingen.

Want het ontbreekt de eredivisie aan pure specialisten, zegt oud-profvoetballer Ronald de Boer, analist bij Fox Sports. „Er zijn weinig spelers waarbij je denkt dat het al een halve goal is als hij klaar staat om een vrije trap te nemen.”

Wat zeggen de cijfers? Er werd dit seizoen 24 keer gescoord uit directe vrije trappen – met nog twaalf speelrondes te gaan in de eredivisie. Dat ligt redelijk in lijn met de afgelopen jaren. Vorig seizoen werden in totaal 33 vrije trappen benut. De twee seizoenen in de periode van 2006 tot en met 2008 waren topjaren met twee keer achter elkaar 42 rake vrije trappen.

Individueel kunstje

Vrije trappen oefenen zit niet dagelijks in het trainingsschema van coaches. Het is vooral een individueel kunstje dat je zelf moet leren. Een net vol met ballen mee naar het trainingsveld en eindeloos oefenen. Dat is volgens Ronald de Boer dan ook de enige manier om een goede vrije trap te ontwikkelen. „Je moet vastigheden krijgen. Geluk uitsluiten. Wie wil er de meeste tijd insteken, daar gaat het om.”

Zo zag hij bij Ajax zijn Finse teamgenoot Jari Litmanen medio jaren negentig vaak nog urenlang oefenen na de reguliere training. Het resultaat was er, met zijn swingende en doeltreffende rechtervoet. En zijn broer Frank, die na vele uren training tientallen vrije trappen benutte met zijn gouden linkervoet.

Ronald de Boer was bij Ajax de man van de corners. Die draaide hij met zijn rechtervoet vaak gevaarlijk hoog in het strafschopgebied. Die traptechniek oefende hij op de zaterdag voor de wedstrijd, vertelt hij. Vaak nam hij zo’n twintig hoekschoppen.

Veel eredivisiespelers zouden zijn methode kunnen volgen. De percentages doeltreffende hoekschoppen zijn momenteel dramatisch in de eredivisie. Zo wisten Heracles Almelo (103 corners), ADO Den Haag (90) en NAC (87) tot afgelopen weekend niet één hoekschop te verzilveren. De meeste clubs hebben slechts een scoringspercentage van 1 of 2 procent uit corners.

Traint de jeugd het wel genoeg?

Is er wel genoeg aandacht voor standaardsituaties in de opleiding? Bij Ajax staat het thema in de onderbouw (zeven tot elf jaar) en middenbouw (twaalf tot zestien jaar) niet centraal, zegt Peter den Otter, coördinator middenbouw van de jeugdopleiding.

Bij de jongste jeugd ligt de focus met name op de basistechniek. „Heel veel balcontact, veel partijtjes en het oefenen van de traptechniek.” Later in de jeugdopleiding wordt er wel meer getraind op spelhervattingen.

Bij Feyenoord is het vergelijkbaar, zegt Roel van Wayenburg, die van 1999 tot 2010 in de jeugdopleiding bij de club werkte. De prioriteiten liggen bij de jongste jeugd ergens anders: aannemen, dribbelen en koppen. Hij had de jeugd maar een kleine vier uur per week. „Het is zonde van de tijd om ze dan corners te laten trainen.”