Happy slapping liep niet goed af

De Zaak. Een man wordt in zijn gezicht geslagen en loopt daardoor ernstig letsel op. Door de klap krijgt hij een dikke lip, een bloedneus en komt zijn neus een beetje scheef te staan. Maar ook valt hij nogal hard op zijn hoofd. Daardoor ontstaat hersenletsel en volledige arbeidsongeschiktheid.

Het slachtoffer vraagt daarop een uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, een overheidsinstantie die jaarlijks zo’n 12 miljoen euro uitkeert, vooral aan slachtoffers van mishandeling. Gemiddeld zo’n 2.700 euro per geval. Deze aanvraag wordt afgewezen en het slachtoffer gaat in beroep bij de bestuursrechter.

Wat ging er aan de klap vooraf? Het slachtoffer was dronken en kondigde zijn gezelschap aan met de vlakke hand voor de grap wat klappen in het gezicht uit te zullen delen. Dit fenomeen staat ook wel bekend als ‘happy slapping’: onverwacht iemand een harde oorvijg geven, terwijl een ander dat met zijn telefoon filmt om het via sociale media te delen. Tenminste twee aanwezigen laten duidelijk blijken daar niet van gediend te zijn. Desondanks slaat het slachtoffer één van hen in het gezicht, met vlakke hand. Die slaat terug, vermoedelijk met zijn vuist, waardoor de man valt en ernstig gewond raakt.

Waarom weigert het Schadefonds te betalen? Het fonds vindt dat het slachtoffer dit geweld had kunnen en moeten vermijden. De man bracht zichzelf onnodig in deze situatie. Een aanvraag mag verder geheel worden geweigerd als het geweld dat dader en slachtoffer op elkaar toepasten vergelijkbaar is. Het geweld van de dader was ook proportioneel.

Hoe onderbouwt het slachtoffer zijn claim? De man vindt dat de dader rekening had moeten houden met zijn dronkenschap – en dus met het risico dat hij zou vallen. Verder sloeg de dader met de vuist; dat was niet in verhouding met zijn klap met vlakke hand, die ook vriendschappelijk was bedoeld. Het gevolg van de vuistslag, hersenletsel, was ook zo ernstig dat alleen al daarom een (gedeeltelijke) vergoeding redelijk is.

Wat zegt de rechter? Die stelt zich de vraag of het fonds de uitkering redelijkerwijs had kunnen weigeren. Om te beginnen vindt de rechter de maatstaf die het fonds aanlegt niet onredelijk; mate van eigen schuld, proportionaliteit, vermijdbaarheid.

Dat het fonds de vriendschappelijke bedoeling van de eerste klap niet meewoog, vindt de rechter juist. Het had de man duidelijk moeten zijn dat zijn doelwit niet van ‘happy slapping’ gediend was. Het slachtoffer had zichzelf dus in de hand moeten houden.

Verder is het (terug)geven van een klap, ook als het een vuistslag is, in deze omstandigheden niet disproportioneel. Ook het risico op vallen blijft bij het slachtoffer. De ernst van het opgelopen letsel is verder niet relevant. De weigering van het Schadefonds was redelijk.