Gelukkig hebben we de kelders nog

De stad Donetsk wordt nu elke dag beschoten. Met ongeleide raketten. In vredesbesprekingen geloven de inwoners niet.

Lena en Marina stonden gisterochtend buiten te roken, toen ze een hoge fluittoon hoorden en een doffe klap. De beide caissières aarzelden geen moment, maar spurtten de trap af, de winkel in. Dat redde hen waarschijnlijk het leven.

Het is het het einde van de middag, maar buurtsuper Hermes is alweer in bedrijf. De gaten in het beton bij de ingang zijn overgeschilderd. „Anders ziet het er niet uit”, zegt Lena.

Donetsk ligt onder vuur. In de afgelopen maanden is het staakt-het-vuren tussen de opstandelingen en het Oekraïense leger voortdurend geschonden. Maar medio januari openden pro-Russische strijders de aanval op het vliegveld bij Donetsk, en is het geweld in het oosten van Oekraïne weer opgevlamd. Sindsdien wordt Donetsk elke dag beschoten. Het Oekraïense leger gebruikt mortieren en ongeleide raketten waarmee je niet goed kunt mikken, omdat ze bedoeld zijn voor het bestrijken van grote oppervlakten op het slagveld. Sommige van de raketten, zeggen de inwoners van Donetsk, zijn geladen met clustermunitie.

Psychologische druk

De voortdurende beschietingen eisen een zware tol. Edoeard Basoerin, plaatsvervangend bevelhebber, zoekt het na in zijn papieren. Volgens zijn gegevens zijn er in de afgelopen drie weken als gevolg van beschietingen van het gebied van de Volksrepubliek Donetsk 90 doden en 254 gewonden gevallen. Allemaal burgerslachtoffers – het aantal gesneuvelde strijders is geheim.

Waarom schiet het Oekraïense leger op bevolkingscentra? „Dat weet niemand precies”, zegt overste Basoerin. „Wij vermoeden echter dat ze proberen psychologische druk uit te oefenen, zodat de bevolking in opstand komt.” De overste schikt zijn papieren. „Die strategie berust op een misvatting. De bombardementen verhogen slechts de vastberadenheid van de bevolking.”

Als Basoerin gelijk heeft, dan schendt de regering in Kiev het oorlogsrecht. Maar een rondgang door de belegerde stad Donetsk doet vermoeden dat de Oekraïners toch ergens op mikken. Vorige week ontplofte er een granaat boven hoofden van de mensen die in rij stonden bij het uitdelen van humanitaire hulp bij hotel Europa. Vijf burgers kwamen om. Op zo’n vijfhonderd meter van het hotel staan drie bakstenen woonkazernes, die zijn gevorderd door de separatisten. Veel van de naburige gebouwen zijn beschadigd door artillerievuur. Op ongeveer gelijke afstand, vlak bij het ziekenhuis, hebben de opstandelingen een kazerne ingericht. Ook daar zijn diverse granaten ingeslagen. Hotel Europa is centraal gelegen in de stad, en ligt op ruim twintig kilometer van de frontlinie. Ook voor goed getrainde artilleristen is het niet eenvoudig om van zo’n afstand doel te treffen – niet zonder waarnemers in het veld die het doel in het vizier hebben.

Maar zulke bespiegelingen zijn niet besteed niet aan de lokale bevolking. Vooral niet de wijk Petrovski in het zuidwesten van de stad, dicht tegen de frontlijn met het Oekraïense leger. De inwoners van Petrovski zitten zo veel mogelijk in de kelder. En als hun huis geen goede schuilplaats heeft, dan zij er nog altijd de schuilkelders die gebouwd zijn in de jaren vijftig – het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Zoals bij de oude plasticfabriek, waar een oude portier in camouflagepak een ketting naar beneden moet laten voordat je het terrein op kunt.

„Wacht even”, zegt de man bij de trap naar beneden. „Wij hebben een hond hier.” Vanachter de dikke stalen deur klinkt een hoog gekef. Witje, zo vertelt Tonja Valikova, is doodsbang voor de bombardementen. „Maar als we buiten zijn, en er vallen granaten, dan wacht Witje tot we allemaal veilig binnen zijn.” Ze veegt een traan weg.

Tonja (52) hoef je niet te vragen naar wie schuld heeft aan de oorlog in de Donbas. De schuilkelder onder de plasticfabriek heeft een tv, en toevallig laat het Russische nieuws zien hoe de Oekraïense president Porosjenko op veiligheidstop in München paspoorten omhoog houdt van de Russische soldaten die zouden zijn omgekomen in de Donbas. „Een leugen”, zegt Tonja. „Heeft u in het leger gezeten? Ja? Dan weet u dat het leger altijd de paspoorten inneemt voor een militaire operatie.”

Tonja en de andere burgers in de schuilkelder hebben weinig vertrouwen in de laatste ronde besprekingen tussen Poetin, Hollande, en Merkel. Is er dan geen hoop? Zeker wel, zegt Tonja. „Er is altijd hoop.”